Archief 745
Inventaris 745-322
Pagina 317
Dossier 29
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven brief/bericht (mogelijk achterzijde van een briefkaart).

3 juli 1940. Van: H. Park.

Origineel

Handgeschreven brief/bericht (mogelijk achterzijde van een briefkaart). 3 juli 1940. H. Park. Rotterdam 3/7 1940
Mijnheer [m v Imp.?]
Met deze deel ik uw
mede. dat Wij weer naar
Rotterdam Vertrokken zijn
Zoodoende. kan ik geen
gebruik meer van de plaats
op het Waterlooplein
Maken. ik had al reeds
de Marktmeesters. gewaar-
schuwd. maar ik moest u
persoonlijk Berichten
Hoogachtend
H. Park De schrijver, H. Park, informeert de geadresseerde over een verhuizing terug naar Rotterdam. Als gevolg hiervan zegt de schrijver de rechten op een staanplaats op het Waterlooplein (de bekende Amsterdamse markt) op. Park geeft aan dat de marktmeesters al op de hoogte zijn gesteld, maar dat hij/zij het gepast vond om de ontvanger ook persoonlijk te berichten.

In de tekst valt het woordgebruik "Met deze deel ik uw mede" op (waarschijnlijk bedoeld als "u mede"). De interpunctie is eigenzinnig, met punten midden in zinnen (bijv. "Zoodoende. kan ik"). Het document is gedateerd op 3 juli 1940, minder dan twee maanden na het bombardement op Rotterdam en het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De terugkeer naar Rotterdam in deze chaotische periode is opmerkelijk; veel mensen waren de stad ontvlucht.

De verwijzing naar het Waterlooplein is historisch relevant. Het Waterlooplein was het hart van de Joodse markt in Amsterdam. Gezien de datum (juli 1940) bevindt Nederland zich in de vroege fase van de bezetting, waarin de eerste anti-Joodse maatregelen en economische herstructureringen door de bezetter werden doorgevoerd. Hoewel de brief een zakelijke opzegging van een marktplaats lijkt, kan de achterliggende reden verbonden zijn aan de grote onrust en verplaatsingen van de bevolking direct na de capitulatie. H. Park

Samenvatting

De schrijver, H. Park, informeert de geadresseerde over een verhuizing terug naar Rotterdam. Als gevolg hiervan zegt de schrijver de rechten op een staanplaats op het Waterlooplein (de bekende Amsterdamse markt) op. Park geeft aan dat de marktmeesters al op de hoogte zijn gesteld, maar dat hij/zij het gepast vond om de ontvanger ook persoonlijk te berichten.

In de tekst valt het woordgebruik "Met deze deel ik uw mede" op (waarschijnlijk bedoeld als "u mede"). De interpunctie is eigenzinnig, met punten midden in zinnen (bijv. "Zoodoende. kan ik").

Historische Context

Het document is gedateerd op 3 juli 1940, minder dan twee maanden na het bombardement op Rotterdam en het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De terugkeer naar Rotterdam in deze chaotische periode is opmerkelijk; veel mensen waren de stad ontvlucht.

De verwijzing naar het Waterlooplein is historisch relevant. Het Waterlooplein was het hart van de Joodse markt in Amsterdam. Gezien de datum (juli 1940) bevindt Nederland zich in de vroege fase van de bezetting, waarin de eerste anti-Joodse maatregelen en economische herstructureringen door de bezetter werden doorgevoerd. Hoewel de brief een zakelijke opzegging van een marktplaats lijkt, kan de achterliggende reden verbonden zijn aan de grote onrust en verplaatsingen van de bevolking direct na de capitulatie.

Genoemde Personen 1

Locaties

Waterlooplein

Producten

Kruidenier (Droog): Meel Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Hart Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Gerelateerde Documenten 3