Archief 745
Inventaris 745-322
Pagina 324
Dossier 29
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtsbericht/Rapportage

23 juli 1940 Van: Waarschijnlijk een marktmeester of controleur (ondertekend: Neuhoff)

Origineel

Ambtsbericht/Rapportage 23 juli 1940 Waarschijnlijk een marktmeester of controleur (ondertekend: Neuhoff) No 20/42/1 m 1940 [linksboven]

Aan den Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier. [rechtsboven]

Wat het verzoek om assistentie op de markt
Westerstraat betreft diene het volgende.
Sth [waarschijnlijk: Standhouder] No 135 G Bromet heeft met
zijn z.g.n. assistent eenige weken samen
gebruik van de marktplaats gemaakt.
Daar Bromet hiervoor geen vergunning had,
heb ik hem gewaarschuwd dit na te laten.
Bromet die tevens positie aan een handel
op het Waterlooplein had, heeft de verdere verkoop
op de Westerstraat aan zijn assistent overgelaten.
en is zelf naar het Waterlooplein gegaan.
M.i. is de gevraagde assistentie niet juist.
En ik wil U dan ook adviseeren het gevraagde
niet toe te staan.

23 Juli 1940 [Signatuur: Neuhoff] In deze brief rapporteert een ambtenaar (Neuhoff) aan de Inspecteur van het Marktwezen over een onregelmatigheid op de markt in de Westerstraat. De kern van de zaak is dat de marktkoopman G. Bromet (standplaatshouder nr. 135) een "zogenaamde assistent" heeft ingezet om zijn kraam op de Westerstraat te runnen, terwijl hij zelf op de markt op het Waterlooplein stond te verkopen.

De schrijver stelt vast dat Bromet hiermee de regels overtreedt: men mag niet zonder vergunning een assistent de verkoop laten doen, en het is blijkbaar niet toegestaan om op deze wijze op twee markten tegelijkertijd handel te drijven via een stroman. De aanvrager (Bromet) probeert achteraf alsnog een officiële vergunning voor assistentie te krijgen, maar de rapporteur adviseert negatief, omdat het verzoek volgens hem "niet juist" is (het dient enkel om de persoonlijke aanwezigheidsplicht te omzeilen). Dit document dateert van 23 juli 1940, slechts twee maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De locaties — de Westerstraat en het Waterlooplein — waren destijds de belangrijkste markten in Amsterdam.

De naam "G. Bromet" is een veelvoorkomende Joodse achternaam in Amsterdam. In juli 1940 waren de grootschalige anti-Joodse maatregelen nog niet in volle gang (Joden werden pas vanaf 1941 systematisch van de markten geweerd), maar de administratieve druk en controle op Joodse handelaren nam al wel toe. Dit document laat zien hoe strikt de regels omtrent marktplaatsen werden gehandhaafd in een tijd van toenemende bureaucratische controle onder het nieuwe regime. Het Waterlooplein lag in het hart van de Joodse buurt, en veel Joodse handelaren hadden standplaatsen op meerdere markten in de stad.

Samenvatting

In deze brief rapporteert een ambtenaar (Neuhoff) aan de Inspecteur van het Marktwezen over een onregelmatigheid op de markt in de Westerstraat. De kern van de zaak is dat de marktkoopman G. Bromet (standplaatshouder nr. 135) een "zogenaamde assistent" heeft ingezet om zijn kraam op de Westerstraat te runnen, terwijl hij zelf op de markt op het Waterlooplein stond te verkopen.

De schrijver stelt vast dat Bromet hiermee de regels overtreedt: men mag niet zonder vergunning een assistent de verkoop laten doen, en het is blijkbaar niet toegestaan om op deze wijze op twee markten tegelijkertijd handel te drijven via een stroman. De aanvrager (Bromet) probeert achteraf alsnog een officiële vergunning voor assistentie te krijgen, maar de rapporteur adviseert negatief, omdat het verzoek volgens hem "niet juist" is (het dient enkel om de persoonlijke aanwezigheidsplicht te omzeilen).

Historische Context

Dit document dateert van 23 juli 1940, slechts twee maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De locaties — de Westerstraat en het Waterlooplein — waren destijds de belangrijkste markten in Amsterdam.

De naam "G. Bromet" is een veelvoorkomende Joodse achternaam in Amsterdam. In juli 1940 waren de grootschalige anti-Joodse maatregelen nog niet in volle gang (Joden werden pas vanaf 1941 systematisch van de markten geweerd), maar de administratieve druk en controle op Joodse handelaren nam al wel toe. Dit document laat zien hoe strikt de regels omtrent marktplaatsen werden gehandhaafd in een tijd van toenemende bureaucratische controle onder het nieuwe regime. Het Waterlooplein lag in het hart van de Joodse buurt, en veel Joodse handelaren hadden standplaatsen op meerdere markten in de stad.

Gerelateerde Documenten 3