Archief 745
Inventaris 745-322
Pagina 325
Dossier 29
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven brief (ambtelijk advies/rapportage).

30 juli 1940. Van: J. Renz (vermoedelijk een marktmeester of toezichthouder).

Origineel

Handgeschreven brief (ambtelijk advies/rapportage). 30 juli 1940. J. Renz (vermoedelijk een marktmeester of toezichthouder). Waterlooplein 30 Juli 1940

                                                                      Den Heer
                                                                      Inspecteur
                                                                      __________

Aangaande het verzoek van Dhr: I. Bromet pl: n: 11,
om assistentie, het volgende. De handel waar Dhr:
Bromet momenteel mee uitpakt, is handel van
zijn schoonzoon, en nu wil hij zijn dochter als
assistent hebben, om daardoor dagelijks het
daarvoor verschuldigde marktgeld, niet te
behoeven te betalen. Hierbij zou ik U in
overweging willen geven, het verzoek niet toe
te staan. — J. Renz In deze korte, zakelijke brief adviseert de heer J. Renz de Inspecteur van het Marktwezen om een verzoek van een marktkoopman af te wijzen. De heer I. Bromet, die standplaats nummer 11 op het Waterlooplein bezet, heeft gevraagd om zijn dochter als assistente te mogen aanstellen.

De schrijver van de brief doorziet echter een financieel motief: de goederen die Bromet verkoopt zijn eigenlijk van zijn schoonzoon. Door zijn dochter officieel als assistente op te voeren, probeert Bromet waarschijnlijk te voorkomen dat er voor een extra persoon of voor een aparte handelsactiviteit "marktgeld" (staangeld of belasting) betaald moet worden. Renz kwalificeert dit als een vorm van ontwijking van de regels en adviseert daarom negatief op het verzoek. Dit document is gedateerd op 30 juli 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Het Waterlooplein was op dat moment het hart van de Joodse buurt in Amsterdam en de thuisbasis van een grote, beroemde markt waar zeer veel Joodse handelaren werkten.

Hoewel de brief op het eerste gezicht over een alledaagse administratieve kwestie gaat (het vermijden van marktgeld), krijgt het document extra gewicht door de historische context. In de loop van 1940 en 1941 begonnen de bezetters met het systematisch beperken van de bewegingsvrijheid en economische mogelijkheden van Joodse burgers. In februari 1941 zou de markt op het Waterlooplein zelfs een "Joodsche markt" worden, waar alleen nog Joden mochten handelen en kopen, alvorens de markt later in de oorlog geheel zou verdwijnen door de deportaties. De naam Bromet is een veelvoorkomende Joodse naam in Amsterdam in die periode. Dit document illustreert hoe de normale ambtelijke controle op de markt doorging in de eerste maanden van de bezetting. I. Bromet J. Renz Marktwezen

Samenvatting

In deze korte, zakelijke brief adviseert de heer J. Renz de Inspecteur van het Marktwezen om een verzoek van een marktkoopman af te wijzen. De heer I. Bromet, die standplaats nummer 11 op het Waterlooplein bezet, heeft gevraagd om zijn dochter als assistente te mogen aanstellen.

De schrijver van de brief doorziet echter een financieel motief: de goederen die Bromet verkoopt zijn eigenlijk van zijn schoonzoon. Door zijn dochter officieel als assistente op te voeren, probeert Bromet waarschijnlijk te voorkomen dat er voor een extra persoon of voor een aparte handelsactiviteit "marktgeld" (staangeld of belasting) betaald moet worden. Renz kwalificeert dit als een vorm van ontwijking van de regels en adviseert daarom negatief op het verzoek.

Historische Context

Dit document is gedateerd op 30 juli 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Het Waterlooplein was op dat moment het hart van de Joodse buurt in Amsterdam en de thuisbasis van een grote, beroemde markt waar zeer veel Joodse handelaren werkten.

Hoewel de brief op het eerste gezicht over een alledaagse administratieve kwestie gaat (het vermijden van marktgeld), krijgt het document extra gewicht door de historische context. In de loop van 1940 en 1941 begonnen de bezetters met het systematisch beperken van de bewegingsvrijheid en economische mogelijkheden van Joodse burgers. In februari 1941 zou de markt op het Waterlooplein zelfs een "Joodsche markt" worden, waar alleen nog Joden mochten handelen en kopen, alvorens de markt later in de oorlog geheel zou verdwijnen door de deportaties. De naam Bromet is een veelvoorkomende Joodse naam in Amsterdam in die periode. Dit document illustreert hoe de normale ambtelijke controle op de markt doorging in de eerste maanden van de bezetting.

Genoemde Personen 2

Locaties

Waterlooplein

Producten

Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Hart Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Gerelateerde Documenten 3