Archiefdocument
Origineel
5 augustus 1940. De Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam (W.). MARKTWEZEN
AMSTERDAM HG.
TELEFOONNUMMER 85151
VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN
No. 30/45/1 M.
BIJLAGE _
ONDERWERP: _
AMSTERDAM (W.) 5 Augustus 1940.
JAN VAN GALENSTRAAT 14
AAN
den Heer B. Knegje,
Jodenbreestraat 11 II,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 2.
Op grond van het feit, dat U geen gevolg hebt gegeven aan de aan U gerichte schriftelijke waarschuwing om Uw plaats op de markt Waterlooplein regelmatig te bezetten, behoort Uw marktplaats ingevolge artikel 11 van het Reglement op de Markten te worden ingetrokken.
Alvorens hiertoe te besluiten roep ik U op om op Woensdag 7 Aug. a.s. tusschen 9½ - 12 uur te komen bij den Inspecteur van mijn dienst, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam-West.
De Directeur, Het document is een officiële aanzegging van de Dienst van het Marktwezen in Amsterdam. De kern van de brief is een voornemen tot het intrekken van de marktplaatsvergunning van de heer B. Knegje.
De reden hiervoor is administratief-juridisch van aard: Knegje zou zijn vaste plek op de markt op het Waterlooplein niet regelmatig hebben bezet, wat in strijd is met artikel 11 van het vigerende Marktreglement. Er wordt gerefereerd aan een eerdere schriftelijke waarschuwing waar de geadresseerde geen gehoor aan zou hebben gegeven. Voordat de definitieve beslissing tot intrekking wordt genomen, krijgt de betrokkene de gelegenheid voor een hoorgesprek met de inspecteur op het kantoor aan de Jan van Galenstraat. De datum van de brief, 5 augustus 1940, is cruciaal voor de historische duiding. Nederland was op dat moment enkele maanden bezet door nazi-Duitsland. Hoewel de brief een reguliere administratieve handeling lijkt van de Amsterdamse bureaucratie, krijgt het een beladen betekenis door de identiteit van de ontvanger en de locatie van de marktplaats.
De heer Barend Knegje woonde in de Jodenbreestraat, het hart van de toenmalige Joodse buurt in Amsterdam. De markt op het Waterlooplein was van oudsher een plek waar veel Joodse handelaren hun brood verdienden. In de eerste maanden van de bezetting probeerde de Nederlandse administratie de schijn van normaliteit op te houden door vast te houden aan bestaande reglementen. Echter, door de onzekere situatie, toenemende beperkingen en de psychologische druk van de bezetting werd het voor Joodse marktkooplieden steeds moeilijker hun nering op de normale wijze voort te zetten.
Uit archiefonderzoek (o.a. Joods Monument) blijkt dat de familie Knegje van de Jodenbreestraat 11 II de oorlog niet heeft overleefd; Barend Knegje werd in 1943 in Sobibor vermoord. Dit document illustreert hoe de raderen van de bureaucratie doordraaiden, terwijl de Joodse bevolking stap voor stap uit het openbare en economische leven werd gedrukt, beginnend met strikte handhaving van regels die uiteindelijk zouden leiden tot uitsluiting en deportatie.