Brief/verweerschrift betreffende een betalingsgeschil over marktgeld.
Origineel
Brief/verweerschrift betreffende een betalingsgeschil over marktgeld. 1 augustus 1940. Een marktkoopman/vergunninghouder (naam onvermeld). A.dam 1 Aug. 40 Wijk 2
Wel Edele Heer [m msp]
In antwoord op u schrijven deel
ik u het volgende mee u schrijf
mij dat ik drie weken schuld
had op mijn standplaats Zwa-
nenburgwal maar het was maar
een week en die is reeds betaald
ik heb twee volle weken steun
gehad en heb toen mijn vergunnin-
gen ingeleverd hetgeen u kan
informeeren bij Maatschappelijk
Steun in de weken Mei 1940 ik
heb mijn standplaats Uilenburg
deze twee weken betaald onder
protest en met de belofte dat
ik dertig cent kan terughalen In dit document protesteert de schrijver tegen een vordering van drie weken achterstallig staangeld voor een marktplaats op de Zwanenburgwal in Amsterdam. De kernpunten van het verweer zijn:
1. De schrijver stelt dat er slechts één week schuld was en dat deze reeds is voldaan.
2. De schrijver beroept zich op het feit dat hij in mei 1940 twee weken lang "steun" (sociale uitkering) ontving van de Dienst voor Maatschappelijk Hulpbetoon.
3. Tijdens die periode van steunverlening zouden de vergunningen zijn ingeleverd, wat controleerbaar is bij de betreffende instantie.
4. Er is blijkbaar ook betaald voor een standplaats op Uilenburg, maar dit gebeurde "onder protest" met de afspraak dat een bedrag van 30 cent gerestitueerd zou worden. De brief is geschreven in augustus 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De locaties die worden genoemd, de Zwanenburgwal en Uilenburg, bevinden zich in het hart van de oude Amsterdamse Jodenbuurt. In deze wijk was de markthandel een essentiële bron van inkomsten, maar door de oorlogsomstandigheden en de inval in mei 1940 raakten veel kooplieden in de financiële problemen en waren zij aangewezen op "Maatschappelijk Steun".
Het document biedt een inkijkje in de bureaucratische beslommeringen en de precaire financiële situatie van kleine zelfstandigen in Amsterdam aan het begin van de bezetting. De nadruk op het terugkrijgen van slechts "dertig cent" onderstreept hoe scherp men op de penningen moest letten in die tijd.