Archief 745
Inventaris 745-322
Pagina 421
Dossier 25
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven brief/notitie op papier.

18 oktober 1940. Van: S. Schuit, woonachtig aan de Zandstraat 27 te Amsterdam. Aan: Vermoedelijk de Dienst der Markten van de gemeente Amsterdam.

Origineel

Handgeschreven brief/notitie op papier. 18 oktober 1940. S. Schuit, woonachtig aan de Zandstraat 27 te Amsterdam. Vermoedelijk de Dienst der Markten van de gemeente Amsterdam. Amsterdam 18 - 10 - 1940
Mijnheer hiermede maak ik u
bekend dat ik den Markten
Dapperstraat en Waterlooplein
opzeg.
S Schuit
27 Zandstr 27
A. dam In dit korte, zakelijke schrijven stelt S. Schuit een niet nader genoemde functionaris (waarschijnlijk de marktmeester of het hoofd van het marktwezen) op de hoogte van de beëindiging van zijn of haar activiteiten op twee van de bekendste Amsterdamse markten: de Dappermarkt en de markt op het Waterlooplein.

Het taalgebruik is formeel ("hiermede maak ik u bekend", "den Markten") en de opbouw is uiterst beknopt. De afzender geeft geen expliciete reden voor deze opzegging, wat gebruikelijk was voor administratieve mededelingen van deze aard. De dubbele notatie van het huisnummer bij het adres ("27 Zandstr 27") is een opvallend stilistisch detail van de schrijver. De datum van het document, 18 oktober 1940, is van cruciaal historisch belang. Nederland was op dat moment vijf maanden bezet door nazi-Duitsland. De bezetter was reeds begonnen met het invoeren van anti-Joodse maatregelen.

De genoemde locaties versterken het vermoeden dat deze opzegging verband houdt met de vervolging van de Joodse bevolking:
1. Locatie afzender: De Zandstraat lag midden in de oude Joodse buurt van Amsterdam (de buurt rond het Waterlooplein).
2. Markten: Zowel de Dappermarkt als de markt op het Waterlooplein kenden een zeer hoog percentage Joodse kooplieden.
3. Tijdsbeeld: In oktober 1940 werd de druk op Joodse ondernemers en marktkooplieden opgevoerd. Op 22 oktober 1940 (slechts vier dagen na dit briefje) werd de verordening van kracht die Joodse ondernemers verplichtte hun bedrijven te registreren (Verordening 189/40). Veel Joodse kooplieden zagen zich in deze periode gedwongen hun nering op te geven door toenemende beperkingen, intimidatie of het vooruitzicht van uitsluiting van de openbare handel.

Dit document vormt daarmee een klein maar aangrijpend bewijsstuk van de wijze waarop de bezetting en de Jodenvervolging diep ingrepen in het dagelijks economisch leven van individuele Amsterdammers. S. Schuit Gemeente Amsterdam Marktwezen

Samenvatting

In dit korte, zakelijke schrijven stelt S. Schuit een niet nader genoemde functionaris (waarschijnlijk de marktmeester of het hoofd van het marktwezen) op de hoogte van de beëindiging van zijn of haar activiteiten op twee van de bekendste Amsterdamse markten: de Dappermarkt en de markt op het Waterlooplein.

Het taalgebruik is formeel ("hiermede maak ik u bekend", "den Markten") en de opbouw is uiterst beknopt. De afzender geeft geen expliciete reden voor deze opzegging, wat gebruikelijk was voor administratieve mededelingen van deze aard. De dubbele notatie van het huisnummer bij het adres ("27 Zandstr 27") is een opvallend stilistisch detail van de schrijver.

Historische Context

De datum van het document, 18 oktober 1940, is van cruciaal historisch belang. Nederland was op dat moment vijf maanden bezet door nazi-Duitsland. De bezetter was reeds begonnen met het invoeren van anti-Joodse maatregelen.

De genoemde locaties versterken het vermoeden dat deze opzegging verband houdt met de vervolging van de Joodse bevolking:
1. Locatie afzender: De Zandstraat lag midden in de oude Joodse buurt van Amsterdam (de buurt rond het Waterlooplein).
2. Markten: Zowel de Dappermarkt als de markt op het Waterlooplein kenden een zeer hoog percentage Joodse kooplieden.
3. Tijdsbeeld: In oktober 1940 werd de druk op Joodse ondernemers en marktkooplieden opgevoerd. Op 22 oktober 1940 (slechts vier dagen na dit briefje) werd de verordening van kracht die Joodse ondernemers verplichtte hun bedrijven te registreren (Verordening 189/40). Veel Joodse kooplieden zagen zich in deze periode gedwongen hun nering op te geven door toenemende beperkingen, intimidatie of het vooruitzicht van uitsluiting van de openbare handel.

Dit document vormt daarmee een klein maar aangrijpend bewijsstuk van de wijze waarop de bezetting en de Jodenvervolging diep ingrepen in het dagelijks economisch leven van individuele Amsterdammers.

Genoemde Personen 1

Locaties

Dappermarkt Waterlooplein

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Aardappelen): Zand A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Kruidenier (Droog): Meel Textiel & Kleding: Band Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Duitsland/Oosten Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Gemeente Amsterdam Marktwezen

Gerelateerde Documenten 3