Handgeschreven financiële raming / begrotingsnota.
Origineel
Handgeschreven financiële raming / begrotingsnota. October 1937 ("Oct. '37"). [Bovenzijde, in grafiet/zwarte inkt]
grond + bewerking per bedrijf | f 8000.-
Opstallen | " " 8100.-
Installatie | " " 5900.-
Machines & ger | " " 2000.-
mat. & bedrijfsmiddelen | " " 1000.-
----------------------------------------- | -----------
| f 25.000.-
voor 200 bedrijven dus | f 5.000.000.-
grond + bewerking 200 bedrijven | f 1.700.000.-
[Midden, omcirkelde tekst in zwarte inkt]
Opgemaakt aan de hand
van my herziene cijfers
(voorloopig)
Oct. '37
[Onderzijde, in blauwe inkt]
Te investeren kapitaal
Grond | f 1.700.000.-
Opstallen | 1.620.000.-
Installatie | 1.180.000.-
mach + ger | 200.000.-
mat + bedrijfsmidd | 300.000.-
----------------------------------------- | -----------
Totaal | f 5.000.000.- Het document betreft een voorlopige investeringsbegroting voor een grootschalig project bestaande uit 200 afzonderlijke bedrijfseenheden. De raming is opgebouwd uit vijf kernposten: grondverwerving/bewerking, opstallen (gebouwen), technische installaties, machines/gereedschappen en overige bedrijfsmiddelen.
Er is een duidelijke evolutie in de cijfers zichtbaar. In de eerste opzet (bovenaan) wordt gerekend met een standaardbedrag van f 25.000 per bedrijf, wat voor 200 bedrijven uitkomt op exact 5 miljoen gulden. Echter, in de herziene blauwe versie zijn de accenten verschoven:
* De kosten voor Grond zijn naar boven bijgesteld (van f 1.600.000 naar f 1.700.000).
* De posten voor Machines en Bedrijfsmiddelen zijn naar beneden bijgesteld om binnen het totale krediet van 5 miljoen te blijven.
Dit wijst op een proces van budgettaire inpassing waarbij de stijgende kosten van grond gecompenseerd moesten worden door lagere uitgaven aan materieel. Gezien de datum (oktober 1937) en de omvang van het project (200 bedrijven), past dit document waarschijnlijk in de context van de grootschalige werkverschaffing of landaanwinning in Nederland tijdens de crisisjaren. Een specifiek project dat hierbij in aanmerking komt, is de vroege planning voor de inrichting van de Noordoostpolder of vergelijkbare kolonisatieprojecten door de overheid.
De term "opstallen" en de nadruk op "grondbewerking" suggereren een agrarische bestemming. Een investering van 5 miljoen gulden in 1937 was een astronomisch bedrag, vergelijkbaar met een hedendaagse waarde van circa 50 tot 60 miljoen euro qua koopkracht. Dit onderstreept het substantiële karakter van het voorgenomen project.