Handgeschreven conceptnotitie of kladversie voor een rapportage/beleidsstuk.
Origineel
Handgeschreven conceptnotitie of kladversie voor een rapportage/beleidsstuk. Niet vermeld; de context en het handschrift suggereren het midden van de 20e eeuw (mogelijk periode van de wederopbouw). (4)
Tuinbouwstichting
beoogt aanleg van 200 bedrijven als netto
2 HA of totaal netto 400 HA.
De oppervlakte der onder Amsterdam
gelegen tuindersbedrijven bedroeg per
___ HA verdeelt over ___ bedrijven of
gemiddeld __ per bedrijf.
Van de bestaande bedrijven zal naar
verwachting in de eerst volgende jaren
______ aan hun bestemming worden
onttrokken.
Aannemende dat deze bedrijven niet
elders onder de rook van Amsterdam
zullen worden gevestigd dan zal met
de te stichten bedrijven het totaal aan
tuingrond toenemen van __ tot
__ of ____ %.
Hieruit mag een overeenkomstige
uitbreiding van de productie van
rondom Amsterdam worden verwacht.
Daar tuinders omgeving thans reeds alles
plaatsen wat Amsterdam aan hun producten
(niet enz. op tijd & soort) kan opnemen zal
de nieuwe productie uitweg moeten
vinden naar binnen- & buitenland. Het document is een strategische onderbouwing voor de uitbreiding van de tuinbouwsector nabij Amsterdam. De schrijver hanteert een logische opbouw:
1. Doelstelling: De oprichting/uitbreiding van 200 bedrijven van elk 2 hectare (totaal 400 ha).
2. Huidige situatie: Een vergelijking met de bestaande oppervlakte aan tuinbouw (waarvoor de exacte cijfers ten tijde van het schrijven nog niet ingevuld waren).
3. Toekomstige afname: Een erkenning dat bestaande tuinbouwgrond verloren gaat aan andere bestemmingen (waarschijnlijk stedelijke uitbreiding van Amsterdam).
4. Conclusie over afzet: De belangrijkste economische observatie staat onderaan. Omdat de lokale Amsterdamse markt al verzadigd is ("thans reeds alles plaatsen wat Amsterdam... kan opnemen"), moet de extra productie van de nieuwe 400 hectare gericht worden op de nationale en internationale markt (export).
Opvallend is het gebruik van de term "onder de rook van Amsterdam", een destijds veelgebruikte uitdrukking voor de omliggende landelijke gebieden die onder directe invloed van de stad stonden. Dit document is hoogstwaarschijnlijk opgesteld in een periode waarin Amsterdam kampte met grote woningnood en uitbreidingsplannen (zoals het Algemeen Uitbreidingsplan/AUP). Hierdoor moesten veel traditionele tuinbouwgebieden (zoals in de Sloterpolder of nabij de Amstel) verdwijnen voor woningbouw. De genoemde "Tuinbouwstichting" fungeerde waarschijnlijk als belangenbehartiger of uitvoeringsorgaan om de tuinbouwsector elders te herstructureren en te moderniseren. De nadruk op export ("buitenland") is typerend voor de naoorlogse Nederlandse landbouwpolitiek onder minister Sicco Mansholt, waarbij schaalvergroting en export de speerpunten waren.