Handgeschreven vragenlijst of enquêteformulier.
Origineel
Handgeschreven vragenlijst of enquêteformulier. (De horizontale lijnen in de tekst geven de scheidingen op het originele document weer)
3.
Aard van den bodem
(veengrond, zand
enz) en verdere bijzonderheden
daaromtrent
Welke teelt wordt
door U in hoofdzaak
uitgeoefend
Welke oppervlakte
is in gebruik als
verwarmd warenhuis
koud "
[onleesbaar, mogelijk 'Teelt']
Hoeveel platglas ?
Verkoopt ge Uw al-
producten als markttuinder
op de Amsterdamsche Centrale
Markt,
of zendt ge ze deels of geheel naar de
veiling, zoo ja, waar?
Vervoert ge Uw producten
naar de markt (of veiling)
per auto, per wagen
[doorgestreept: aschk]
of per tuindersschuitje?
__________ * Inhoud: Het betreft een inventarisatie van een tuinbouwbedrijf. Er wordt gevraagd naar de fysieke omstandigheden (bodemsoort), de aard van de bedrijfsvoering (type teelt, oppervlakte kassen en platglas) en de logistiek (afzetkanaal en transportmiddel).
* Vorm: De vragen zijn genoteerd in de linkerkolom van een tabel, waarbij de rechterkolom open is gelaten voor de antwoorden. Er zijn enkele correcties en toevoegingen tussen de regels zichtbaar (zoals "al-" en "deels of geheel"), wat erop wijst dat dit mogelijk een kladversie of een voorbereidend formulier is voor een interviewer.
* Taalgebruik: Het gebruik van de naamval ("den bodem") en de beleefdheidsvorm "ge/Uw" is kenmerkend voor de formele schrijftaal van de vroege tot midden 20e eeuw. Het document biedt een interessant inkijkje in de transitieperiode van de Nederlandse tuinbouw. De specifieke vraag naar het "tuindersschuitje" versus de "auto" of "wagen" duidt op een tijdperk waarin de traditionele aanvoer over water (vooral rond Amsterdam en in het Westland) werd ingehaald door gemotoriseerd wegvervoer. De vermelding van de "Amsterdamsche Centrale Markt" (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat) plaatst dit document zeer waarschijnlijk in de regio Amsterdam/Noord-Holland in de periode na 1934.
Samenvatting
- Inhoud: Het betreft een inventarisatie van een tuinbouwbedrijf. Er wordt gevraagd naar de fysieke omstandigheden (bodemsoort), de aard van de bedrijfsvoering (type teelt, oppervlakte kassen en platglas) en de logistiek (afzetkanaal en transportmiddel).
- Vorm: De vragen zijn genoteerd in de linkerkolom van een tabel, waarbij de rechterkolom open is gelaten voor de antwoorden. Er zijn enkele correcties en toevoegingen tussen de regels zichtbaar (zoals "al-" en "deels of geheel"), wat erop wijst dat dit mogelijk een kladversie of een voorbereidend formulier is voor een interviewer.
- Taalgebruik: Het gebruik van de naamval ("den bodem") en de beleefdheidsvorm "ge/Uw" is kenmerkend voor de formele schrijftaal van de vroege tot midden 20e eeuw.
Historische Context
Het document biedt een interessant inkijkje in de transitieperiode van de Nederlandse tuinbouw. De specifieke vraag naar het "tuindersschuitje" versus de "auto" of "wagen" duidt op een tijdperk waarin de traditionele aanvoer over water (vooral rond Amsterdam en in het Westland) werd ingehaald door gemotoriseerd wegvervoer. De vermelding van de "Amsterdamsche Centrale Markt" (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat) plaatst dit document zeer waarschijnlijk in de regio Amsterdam/Noord-Holland in de periode na 1934.