Archief 745
Inventaris 745-327
Pagina 89
Dossier 5
Jaar 1940
Stadsarchief

Statistische tabel uit een officieel landbouwrapport of volkstelling.

Circa 1930-1940 (gebaseerd op typografie en de structuur van de CBS-landbouwtellingen uit die periode).

Origineel

Statistische tabel uit een officieel landbouwrapport of volkstelling. Circa 1930-1940 (gebaseerd op typografie en de structuur van de CBS-landbouwtellingen uit die periode). ## Pagina 32
9. De in de onderscheiden grootteklassen werkzame personen naar geslacht, leeftijd en positie in het bedrijf.
Les personnes occupées dans les entreprises de différente étendue, d'après l'âge, le sexe et la position dans l'entreprise.

Grootteklasse in H.A. / Classes d'étendue en H.A. Geslacht / Sexe Bedrijfshoofden / Chefs (21+ <21) Medewerkende gezinsleden / Membres de famille (21+ <21) Vaste arbeiders / Ouvriers à demeure (21+ <21) Losse arbeiders / Ouvriers journaliers (21+ <21) Totaal / Totaux (21+ <21 Samen / Ensemble)
Beneden 1... M. H.
Moins de Vr. F.
1 — 5 M. H. 1 1 2 2
Vr. F.
5 — 10 M. H. 5 3 1 2 18 1 26 4 30
Vr. F. 1 1 1
10 — 20 M. H. 9 3 2 4 35 51 2 53
Vr. F. 1 1 1
20 — 30 M. H. 17 9 8 22 2 101 7 140 18 158
Vr. F. 14 14 14
30 — 40 M. H. 16 3 1 25 2 115 1 159 4 163
Vr. F. 4 1 4 1 5
40 — 50 M. H. 10 6 2 16 5 115 147 7 154
Vr. F. 3 5 8 8
50 — 60 M. H. 4 1 11 2 37 52 3 55
Vr. F. 11 10 11 10 21
60 — 70 M. H. 2 3 1 2 27 34 1 35
Vr. F.
70 en meer M. H. 3 2 13 33 51 51
et de plus Vr. F.
Totaal Totaux M. H. 67 29 17 93 13 482 9 662 39 701
Vr. F. 3 36 11 39 11 50

Pagina 33

10. De in voorjaar, zomer en najaar in de onderscheiden grootteklassen werkzame losse arbeiders naar geslacht en leeftijd.
Les ouvriers journaliers, occupés pendant le printemps, l'été et l'automne dans les entreprises de différente étendue, d'après le sexe et l'age.

(a=aantal bedrijven / nombre des entrepr.; o=oppervlakte in H.A. / superficie en H.A.)

Grootte-klasse a / o Geslacht / Sexe 21 jaar en daarboven / Au-dessus de 21 ans (V/Z/N/W*) Beneden 21 jaar / Au-dessous de 21 ans (V/Z/N/W*) Totaal / Totaux (V/Z/N/W*)
1 — 5 a: 1 / o: 3.5 Tot. abs. 1 / 1 / 1 / 12 1 / 1 / 1 / 12
p. 100 H.A. 28.6 / 28.6 / 28.6 / 343.9 28.6 / 28.6 / 28.6 / 343.9
5 — 10 a: 5 / o: 39.90 Tot. abs. 12 / 19 / 18 / 149 1 / 1 / 1 / 18 13 / 20 / 19 / 167
p. 100 H.A. 30.1 / 47.6 / 45.1 / 373.4 2.5 / 2.5 / 2.5 / 45.1 32.6 / 50.1 / 47.6 / 418.6
10 — 20 a: 9 / o: 138.07 Tot. abs. 20 / 36 / 33 / 522 20 / 36 / 33 / 522
p. 100 H.A. 14.5 / 26.1 / 23.9 / 378.1 14.5 / 26.1 / 23.9 / 378.1
20 — 30 a: 18 / o: 462.3 Tot. abs. 53 / 115 / 113 / 2112 1 / 7 / 7 / 107 54 / 122 / 120 / 2219
p. 100 H.A. 11.5 / 24.9 / 24.4 / 456.9 0.2 / 1.5 / 1.5 / 23.1 11.7 / 26.4 / 26.0 / 480.0
30 — 40 a: 16 / o: 559.15 Tot. abs. 61 / 119 / 122 / 2542 2 / 2 / 2 / 36 63 / 121 / 124 / 2578
p. 100 H.A. 10.9 / 21.3 / 21.8 / 454.6 0.4 / 0.4 / 0.4 / 6.4 11.3 / 21.6 / 22.2 / 461.0
40 — 50 a: 10 / o: 441.25 Tot. abs. 35 / 120 / 120 / 2193 35 / 120 / 120 / 2193
p. 100 H.A. 7.93 / 27.2 / 27.2 / 497.0 7.93 / 27.2 / 27.2 / 497.0
50 — 60 a: 4 / o: 215.92 Tot. abs. 23 / 48 / 48 / 1020 10 / 10 / 10 / 40 33 / 58 / 58 / 1060
p. 100 H.A. 10.7 / 27.2 / 27.2 / 472.4 4.6 / 4.6 / 4.6 / 18.5 15.3 / 26.9 / 26.9 / 490.9
60 — 70 a: 2 / o: 128.19 Tot. abs. 12 / 27 / 27 / 579 12 / 27 / 27 / 579
p. 100 H.A. 9.3 / 20.9 / 20.9 / 449.2 9.3 / 20.9 / 20.9 / 449.2
70 en meer a: 3 / o: 225.00 Tot. abs. 28 / 33 / 33 / 875 28 / 33 / 33 / 875
p. 100 H.A. 12.4 / 14.7 / 14.7 / 388.9 12.4 / 14.7 / 14.7 / 388.9
Totaal Totaux a: 68 / o: 2213.99 Tot. abs. 245 / 518 / 515 / 10.004 14 / 20 / 20 / 201 259 / 538 / 535 / 10.205
p. 100 H.A. 11.1 / 23.4 / 23.3 / 451.7 0.6 / 0.9 / 0.9 / 9.1 11.7 / 24.3 / 24.2 / 460.9

*V = Voorjaar/Printemps, Z = Zomer/Eté, N = Najaar/Automne, W = Aantal werkweken/Nombre des semaines de travail. De statistieken bieden een gedetailleerd inzicht in de arbeidsverdeling op landbouwbedrijven van verschillende omvang.

  • Functiescheiding: Tabel 9 laat zien dat familiearbeid (medewerkende gezinsleden) dominant is op middelgrote bedrijven, terwijl externe 'losse arbeiders' vooral in groten getale voorkomen op bedrijven boven de 20 H.A.
  • Seizoensinvloeden: Tabel 10 toont een duidelijke piek in de zomer (Zomer/Eté). In de categorie 20-30 H.A. stijgt het aantal arbeiders van 53 in het voorjaar naar 115 in de zomer.
  • Vrouwenarbeid: Hoewel vrouwen zelden als bedrijfshoofd voorkomen in deze dataset, zijn ze wel significant vertegenwoordigd bij de losse arbeiders (onderaan tabel 9: 50 vrouwen tegenover 701 mannen in totaal).
  • Intensiteit: De berekening "per 100 H.A." in tabel 10 is een relatieve maatstaf voor de arbeidsintensiteit. Het valt op dat de kleinste bedrijven (1-5 H.A.) relatief de meeste werkweken per hectare kennen (343.9), wat duidt op kleinschalige, arbeidsintensieve teelt. Deze pagina's maken deel uit van de systematische inventarisatie van de Nederlandse landbouwstructuur in de eerste helft van de 20e eeuw. Tweetaligheid (Nederlands-Frans) was indertijd de standaard voor officiële statistieken om internationale vergelijking door instanties zoals het Internationaal Landbouwinstuut (de voorloper van de FAO) mogelijk te maken.

De cijfers weerspiegelen een landbouwsysteem dat nog grotendeels steunt op handarbeid en seizoensgebonden migratie of lokale inhuur. De gegevens zijn van onschatbare waarde voor sociaaleconomisch historici die de overgang van traditionele gezinsbedrijven naar meer geprofessionaliseerde, grootschalige landbouw bestuderen. De focus op leeftijd (21 jaar als grens voor volwassenheid) was destijds de wettelijke standaard voor statistische en juridische categorieën.

Samenvatting

De statistieken bieden een gedetailleerd inzicht in de arbeidsverdeling op landbouwbedrijven van verschillende omvang.

  • Functiescheiding: Tabel 9 laat zien dat familiearbeid (medewerkende gezinsleden) dominant is op middelgrote bedrijven, terwijl externe 'losse arbeiders' vooral in groten getale voorkomen op bedrijven boven de 20 H.A.
  • Seizoensinvloeden: Tabel 10 toont een duidelijke piek in de zomer (Zomer/Eté). In de categorie 20-30 H.A. stijgt het aantal arbeiders van 53 in het voorjaar naar 115 in de zomer.
  • Vrouwenarbeid: Hoewel vrouwen zelden als bedrijfshoofd voorkomen in deze dataset, zijn ze wel significant vertegenwoordigd bij de losse arbeiders (onderaan tabel 9: 50 vrouwen tegenover 701 mannen in totaal).
  • Intensiteit: De berekening "per 100 H.A." in tabel 10 is een relatieve maatstaf voor de arbeidsintensiteit. Het valt op dat de kleinste bedrijven (1-5 H.A.) relatief de meeste werkweken per hectare kennen (343.9), wat duidt op kleinschalige, arbeidsintensieve teelt.

Historische Context

Deze pagina's maken deel uit van de systematische inventarisatie van de Nederlandse landbouwstructuur in de eerste helft van de 20e eeuw. Tweetaligheid (Nederlands-Frans) was indertijd de standaard voor officiële statistieken om internationale vergelijking door instanties zoals het Internationaal Landbouwinstuut (de voorloper van de FAO) mogelijk te maken.

De cijfers weerspiegelen een landbouwsysteem dat nog grotendeels steunt op handarbeid en seizoensgebonden migratie of lokale inhuur. De gegevens zijn van onschatbare waarde voor sociaaleconomisch historici die de overgang van traditionele gezinsbedrijven naar meer geprofessionaliseerde, grootschalige landbouw bestuderen. De focus op leeftijd (21 jaar als grens voor volwassenheid) was destijds de wettelijke standaard voor statistische en juridische categorieën.

Kooplieden in dit dossier 100

Aantal *Nombre* 100.—
Aantal *Nombre* 89.7
Aantal Nombre
Aantal Nombre
Aantal Nombre
A. Kooy Pzn.
Alle bedrijven samen¹).. *Ensemble* — 1,2
S. Montezinos *Ensemble.*
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* — 2,0
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 868,5
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 4,35
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 100
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* ..... 25,1
Alle bedrijven te zamen. *Ensemble* 1,17
Alle bedr. te zamen + 109,9
Vriens. 38,9
Amsterdammerpolder, Groote IJ-, Overbraker Binnen- en Buiten-, Spieringhorner Binnen- en Buitenpolder 32 (306.49 ha)
Ander mestvee 80.879
Ander rundvee......... 100
Alle 100 kooplieden →