Archief 745
Inventaris 745-327
Pagina 106
Dossier 92
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven memo of besprekingsverslag (notitie op gelinieerd papier)

24 november 1938

Origineel

Handgeschreven memo of besprekingsverslag (notitie op gelinieerd papier) 24 november 1938 24 November '38

Bespr. met H. Winkfeve beh. Tuindersstichting

Hoofdlijnen van mogelijke verwezenlijking plan:
Gem. onteigent grond
Verkoopt deze aan te vormen stichting waarbij
x% als hypotheek blijft staan.
Gem. legt openbare weg en openbaar vaarwater
door cg. langs plan aan.
Stichting verkavelt en verhuurt de grondstukken,
financiert, onder noodige waarborgen, inrichting
der tuinen. (Dit laatste met oog op event.
"nieuwkomers" die wel de noodige capaciteiten
bezitten maar geen middelen) Het document schetst de contouren van een publiek-privaat samenwerkingsverband in de tuinbouwsector aan het einde van de jaren '30. De kern van het voorstel is een taakverdeling tussen de overheid (de gemeente) en een maatschappelijke organisatie (de stichting):

  1. De Gemeente: Treedt op als initiator door grond te onteigenen en de noodzakelijke infrastructuur (wegen en vaarwegen) aan te leggen. Door een deel van de koopsom als hypotheek te laten staan, fungeert de gemeente tevens als financier.
  2. De Stichting: Neemt het operationele beheer op zich, waaronder de verkaveling en verhuur van de percelen.
  3. Sociale Component: Er wordt specifiek rekening gehouden met "nieuwkomers". Dit suggereert een sociaal oogmerk: het bieden van kansen aan bekwame vaklieden die zelf niet over het kapitaal beschikken om een eigen bedrijf te starten.

De schrijfstijl is zakelijk en bondig, met gebruik van destijds gangbare afkortingen zoals "Gem." (Gemeente), "beh." (betreffende of beheerder) en "cg." (casu quo). Dit document is opgesteld in november 1938, een periode waarin Nederland nog kampte met de naweeën van de Grote Depressie. Er was in die tijd veel aandacht voor de herstructurering van de land- en tuinbouw en voor projecten die de werkgelegenheid konden bevorderen.

De vermelding van "vaarwater" is een sterke aanwijzing voor een specifieke regio waar transport over water essentieel was voor de tuinbouw, zoals Aalsmeer (bloementeelt) of het Westland. Dergelijke stichtingen werden vaak opgericht om te voorkomen dat tuinbouwgrond verloren ging aan andere bestemmingen of om de toetreding van jonge, vakbekwame tuinders te faciliteren in een tijd van economische schaarste. De "nieuwkomers" kunnen worden gezien in het licht van de toenmalige sociale mobiliteitsprojecten.

Samenvatting

Het document schetst de contouren van een publiek-privaat samenwerkingsverband in de tuinbouwsector aan het einde van de jaren '30. De kern van het voorstel is een taakverdeling tussen de overheid (de gemeente) en een maatschappelijke organisatie (de stichting):

  1. De Gemeente: Treedt op als initiator door grond te onteigenen en de noodzakelijke infrastructuur (wegen en vaarwegen) aan te leggen. Door een deel van de koopsom als hypotheek te laten staan, fungeert de gemeente tevens als financier.
  2. De Stichting: Neemt het operationele beheer op zich, waaronder de verkaveling en verhuur van de percelen.
  3. Sociale Component: Er wordt specifiek rekening gehouden met "nieuwkomers". Dit suggereert een sociaal oogmerk: het bieden van kansen aan bekwame vaklieden die zelf niet over het kapitaal beschikken om een eigen bedrijf te starten.

De schrijfstijl is zakelijk en bondig, met gebruik van destijds gangbare afkortingen zoals "Gem." (Gemeente), "beh." (betreffende of beheerder) en "cg." (casu quo).

Historische Context

Dit document is opgesteld in november 1938, een periode waarin Nederland nog kampte met de naweeën van de Grote Depressie. Er was in die tijd veel aandacht voor de herstructurering van de land- en tuinbouw en voor projecten die de werkgelegenheid konden bevorderen.

De vermelding van "vaarwater" is een sterke aanwijzing voor een specifieke regio waar transport over water essentieel was voor de tuinbouw, zoals Aalsmeer (bloementeelt) of het Westland. Dergelijke stichtingen werden vaak opgericht om te voorkomen dat tuinbouwgrond verloren ging aan andere bestemmingen of om de toetreding van jonge, vakbekwame tuinders te faciliteren in een tijd van economische schaarste. De "nieuwkomers" kunnen worden gezien in het licht van de toenmalige sociale mobiliteitsprojecten.

Kooplieden in dit dossier 100

Aantal *Nombre* 100.—
Aantal *Nombre* 89.7
Aantal Nombre
Aantal Nombre
Aantal Nombre
A. Kooy Pzn.
Alle bedrijven samen¹).. *Ensemble* — 1,2
S. Montezinos *Ensemble.*
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* — 2,0
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 868,5
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 4,35
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 100
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* ..... 25,1
Alle bedrijven te zamen. *Ensemble* 1,17
Alle bedr. te zamen + 109,9
Vriens. 38,9
Amsterdammerpolder, Groote IJ-, Overbraker Binnen- en Buiten-, Spieringhorner Binnen- en Buitenpolder 32 (306.49 ha)
Ander mestvee 80.879
Ander rundvee......... 100
Alle 100 kooplieden →