Financieel overzicht / begrotingsvoorstel.
Origineel
Financieel overzicht / begrotingsvoorstel. [Rechtsboven:] 2
[Midden boven:] Proeftuin
Voorloopige cijfers exploitatie
Aangenomen dat alles van geleend
geld wordt bekostigd. Rente 4 %
Kosten [in de linkermarge]
Rente 4 % van ƒ 67000.- | ƒ 2680.-
Arbeidsloon Tuin | " 4000.-
Administratiekosten | " 1500.-
Alg. onkosten | " 1000.-
Afschrijving inventaris (w.o. ƒ 1000. - van tuin) | " 1500.-
Verzekering | " 600.-
Verwarming | " 800.-
Mest | " 300.-
Materialen (diversen) | " 900.-
Diversen en onvoorzien | " 1000.-
| ----------------
| ƒ 13780.-
Nog te vermeerderen met
2 % Afschrijving op gebouwen | " 1000.-
& installatie | ----------------
| ƒ 14780.-
Baten [in de linkermarge]
Bijdragen 1500 leden (veengrond) à ƒ 2.- | ƒ 3000.-
Provinciale subsidie | " 1500.-
Subsidie Rijk (gelijk aan som bovenst. praktijk subsidies) | " 4500.-
Opbrengst tuin | " 3000.-
Huur kantoor (door Rijk te betalen) | " 500.-
Diversen | " 500.-
| ----------------
| ƒ 13000.-
Bijdrage Gem.te Amsterdam en anderen | p.m.
(In het bovenstaande reeds aangenomen
dat de gemeente de grond gratis ter
beschikking stelt voor proeftuin) * Financiële structuur: Het document schetst een exploitatiebegroting waarbij de jaarlijkse kosten (€ 14.780) de direct becijferde baten (€ 13.000) overstijgen. Het tekort van ƒ 1.780 moet vermoedelijk gedekt worden door de "p.m." (pro memorie) post van de Gemeente Amsterdam.
* Investeringskapitaal: Uit de rentepost (4% van ƒ 67.000) valt af te leiden dat de initiële investering voor de aanleg van de proeftuin op 67.000 gulden werd geraamd.
* Subsidiesysteem: Er is sprake van een 'matching' subsidie: het Rijk draagt een bedrag bij dat gelijk is aan de som van de eigen bijdragen van de leden en de provinciale subsidie (3000 + 1500 = 4500).
* Doelgroep: De proeftuin richt zich op "veengrond", wat duidt op een specifieke landbouwkundige focus, passend bij de bodemgesteldheid in grote delen van Noord- en Zuid-Holland. Dit document past in de traditie van de opkomst van de land- en tuinbouwvoorlichting in Nederland aan het begin van de 20e eeuw. Verenigingen van telers zochten vaak samenwerking met de overheid (Rijk en Provincie) om proefvelden aan te leggen. Hier konden nieuwe gewassen, bemestingsmethoden en technieken (zoals verwarming, genoemd in de kosten) getest worden onder lokale omstandigheden. De vermelding dat de Gemeente Amsterdam de grond gratis ter beschikking stelt, suggereert dat de tuin mogelijk in een van de aangrenzende polders of in het buitengebied van de stad gepland was.