Financieel memo of begrotingsvoorstel met betrekking tot de inrichting van een tuinbouwbedrijf.
Origineel
Financieel memo of begrotingsvoorstel met betrekking tot de inrichting van een tuinbouwbedrijf. Na 1939 (verwijst naar "calculaties S.W. 1939"). 3.
Bij stelling van het gecentraliseerd
tuinbouwbedrijf moet voorshands
op een prijs van den grond (volgens
calculaties S.W. 1939) gesteld worden
op $f$ 10.000.- per H.A. waarin begrepen
de aankoopprijs van den ruwen grond
benevens de kosten van aanleg van
water- en landwegen en bruggen (zoomede
"grondverlies" als gevolg daarvan)
Aannemende een huurprijs gelijk
aan de annuiteit bij aflossing in
40 jaar, rente 4%, dan wordt de
huur $f$ 505.30 per jaar. Hierin is
dan begrepen een rente van $f$ 400.-
voor het eerste jaar (in de loop der
jaren successievelijk dalend tot rond
$f$ 20.- voor het 40e jaar) en een
aflossingsbestanddeel van rond
$f$ 105.30 voor het eerste jaar (in de
loop der jaren successievelijk stijgend
tot rond $f$ 386.- voor het 40e jaar)
De rente is zuiver als "bedrijfskosten"
te beschouwen. Het aflossingsbestanddeel
is als bezitsvorming (door sparing)
te beschouwen.
Aannemende dat in een tijd gebouwd
zal worden dat de materiaal prijzen
meer normaal zijn en dat voor een
bedrag van $f$ 4500.-- een woning met
bedrijfsschuur te bouwen zal zijn
dan kunnen de kosten daarvan
begroot worden op 8% (4% rente,
2% afschrijving en 2% onderhoud en
andere kosten) of $f$ 360.-- per jaar. Dit document bevat een gedetailleerde bedrijfseconomische calculatie voor de exploitatie van een tuinbouwbedrijf. De auteur onderscheidt twee hoofdcategorieën van investeringen:
- Grond en Infrastructuur: De prijs per hectare wordt vastgesteld op 10.000 gulden. Dit is een 'all-in' prijs, inclusief de ruwe grond, de aanleg van wegen en bruggen, en de compensatie voor verloren gegane meters grond door diezelfde infrastructuur. Er wordt gerekend met een huurprijs gebaseerd op een 40-jarige annuïteit tegen 4% rente.
- Opstallen (Woning en Schuur): Er wordt een prognose gemaakt voor de bouwkosten van een woning met bedrijfsschuur (4.500 gulden) in een economisch stabielere periode. De jaarlijkse lasten hiervoor worden begroot op 8% van de bouwsom, opgedeeld in rente, afschrijving en onderhoud.
Opvallend is de boekhoudkundige toelichting waarin de auteur benadrukt dat alleen de rente als werkelijke bedrijfslast moet worden gezien, terwijl het aflossingsdeel van de annuïteit wordt gedefinieerd als vermogensopbouw (bezitsvorming). Het document dateert waarschijnlijk van kort na 1939, gezien de referentie naar calculaties uit dat jaar. De term "gecentraliseerd tuinbouwbedrijf" en de nauwkeurige berekening van infrastructuurkosten per hectare suggereren dat dit onderdeel is van een grootschalig planologisch project.
Gezien de periode en het onderwerp kan dit stuk gerelateerd zijn aan de inrichting van de IJsselmeerpolders (zoals de Noordoostpolder, die in 1942 droogviel) of aan herverkavelingsprojecten in de Nederlandse tuinbouwgebieden. In dergelijke projecten werden door overheidsinstanties (zoals de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders) strakke modellen gehanteerd voor de financiering en exploitatie van nieuwe boerenbedrijven om de economische levensvatbaarheid te garanderen.