Getypte circulaire of zakelijke brief (afschrift).
Origineel
Getypte circulaire of zakelijke brief (afschrift). L.S.
Reeds herhaaldelyk is onder de tuinders, die in de omgeving van Amsterdam hun bedryf uitoefenen, de wensch naar voren gekomen, om te kunnen beschikken over gronden, waar zy zich voor onafzienbaren tyd kunnen vestigen en ongestoord hun bedryven tot ontwikkeling kunnen brengen, zonder dat zulks met bezwarende offers aan huren, pachten, dan wel aankoop gepaard gaat.
De geregelde uitbreiding van de bebouwde kom der stad Amsterdam, en dikwijls ook andere omstandigheden zyn oorzaak, dat tuinders hun gronden moeten verlaten en er veelal slechts met moeite in slagen elders geschikte gelegenheid tot vestiging te vinden.
De vraag naar blyvende mogelykheid tot vestiging zal vermoedelyk in de toekomst nog sterker worden, omdat de Amsterdamsche tuinder er op bedacht zal moeten zyn, met het oog op de concurrentie zyn werkmethoden voortdurend te verbeteren, de productiviteit van zyn grond op te voeren, de technische inrichting van zyn bedryf op een hooger plan te brengen en in het kort al datgene te doen, wat zyn concurrentiekracht kan verhoogen.
Hiervoor is niet alleen een blyvende vestiging op zoo gunstig mogelyk gelegen goede tuinbouwgronden, op zichzelf reeds, een vereischte, maar ook zal moeten worden getracht door een credietverleening op zoo gunstig mogelyke voorwaarden den tuinder in staat te stellen het noodige te doen tot verbetering van den grond en van de inrichting van zyn bedryf; de blyvende vestiging is een der belangrykste voorwaarden voor een goede credietvoorziening.
Doordat de Gemeente Amsterdam in haar uitbreidingsplan aaneengesloten complexen terreinen, te samen omvattende eenige honderden H.A. goede en goed gelegen tuinbouwgronden, als zoodanig heeft bestemd, is nu de mogelykheid geschapen, dat het reizen en trekken van den eenen grond naar den anderen een einde kan worden gemaakt. Dit wil dus zeggen, dat voor den tuinbouw thans blyvende gelegenheid tot vestiging zal kunnen worden gemaakt.
Het zal voor de tuinders zaak zyn, dat ze trachten, op eenigerlei wyze, op bedoelde terreinen beslag te leggen.
Teneinde de terreinen goed te kunnen exploiteren, zullen land- en waterwegen moeten worden aangelegd nadat eerst een hoofdverkaveling is vastgesteld. Ook zullen bruggen moeten worden gebouwd en andere werken
[/aan] Het document is een betoog of een aankondiging betreffende de noodzaak van structurele herhuisvesting voor tuinders rondom Amsterdam. De kern van het probleem is de "geregelde uitbreiding" van de stad, waardoor de tuinbouw steeds verder naar de periferie wordt gedrongen. De auteur stelt dat dit "reizen en trekken" (het steeds moeten verhuizen als de stad weer uitbreidt) de modernisering van de sector in de weg staat.
Er wordt een direct verband gelegd tussen rechtszekerheid (blijvende vestiging) en economische innovatie. Alleen als een tuinder weet dat hij lange tijd op dezelfde plek kan blijven, is het zinvol om te investeren in de grond, technische installaties en werkmethoden. Bovendien is deze standvastigheid een voorwaarde voor het verkrijgen van gunstige kredieten.
De tekst refereert aan een specifiek besluit van de Gemeente Amsterdam om honderden hectares (H.A.) specifiek als tuinbouwgrond te bestemmen in het uitbreidingsplan. Dit biedt de sector de kans om zich te professionaliseren en zich te weren tegen toenemende concurrentie. In de vroege 20e eeuw groeide Amsterdam explosief, wat leidde tot de annexatie van omliggende gemeenten (zoals Sloten in 1921) en het bebouwen van voormalige landbouwgronden. Tuinders die voorheen de stad van voedsel voorzagen vanuit gebieden die nu wijken als de Pijp of de Staatsliedenbuurt vormden, moesten telkens verder uitwijken.
De tekst lijkt te dateren uit de periode waarin de gemeente begon met grootschalige ruimtelijke ordening, zoals verwoord in het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) van 1934. In dergelijke plannen werd geprobeerd een balans te vinden tussen woningbouw en het behoud van noodzakelijke economische functies zoals de tuinbouw (bijvoorbeeld in de Sloterpolder). De brief weerspiegelt de overgang van een ambachtelijke, kleinschalige sector naar een meer industriële en kapitaalintensieve tuinbouw die afhankelijk was van moderne infrastructuur (land- en waterwegen). L.S. Gemeente Amsterdam