Archief 745
Inventaris 745-327
Pagina 324
Dossier 92
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypt memorandum of voorstel op papier.

Origineel

Getypt memorandum of voorstel op papier. Stichting gecentraliseerd tuinbouwbedryf.

Gemeente koopt (c.q. onteigent) grond, verkavelt, legt water-
en landwegen aan en bouwt de noodige bruggen.

Verschillende mogelykheden van exploitatie:
a. Gemeente verkoopt kavels aan tuinders.
b. Gemeente verhuurt direct aan tuinders.
c. Gemeente brengt gronden in, in door haar in het leven te roepen
stichting, resp. ander lichaam, welke aan tuinders verhuurt.
d. Gemeente verkoopt de grond aan een door de tuinders in het leven
te roepen lichaam, hetzy stichting, hetzy coöperatie. Dit lichaam
verhuurt de gronden aan tuinders.

Elke verhuring dient op langen termyn te geschieden. De tuin-
der, die regelmatig zyn verplichtingen als huurder nakomt, moet
zekerheid hebben, dat hy over den grond kan beschikken als ware deze
zyn eigendom.

By verkoop door de Gemeente volgens a of d kan de koopprys
wellicht voor een grooter of kleiner deel als hypotheek blyven
staan, waarby een regeling voor langzame amortisatie (volgens
annuïteiten of op eenig andere wyze) kan worden getroffen.

Gang van zaken in geval d zal naar voorloopige gedachte als
volgt kunnen zyn:

Tuinders-deelnemers storten direct eenig inleggeld als stam-
kapitaal voor de stichting (coöperatie), dienende o.m. voor de
eerste betaling op aankoop gronden.

De huurprys van den grond wordt zoodanig gecalculeerd, dat
daarin begrepen zyn:
a. aandeel in de algemeene beheers- en andere exploitatiekosten;
b. rente hypotheek;
c. aflossing hypotheek;
d. vorming van reserve- en waarborgfondsen.
Voor wat het bedrag c betreft wordt de tuinder in de boeken van
de stichting (coöperatie) gecrediteerd, resp. worden hem daarvoor
aandeelen uitgereikt. Op deze wyze komen de gronden successievelyk
in het onbezwaard collectief bezit van de tuinders-deelnemers.

Inrichting der tuinen.
Hiertoe behooren de eerste bewerking der gronden, de aanleg
van het bedryf, bouw van woningen, schuren, kassen, bakken, etc.
Dit kan door de tuinders zelf geschieden.

Het is echter gewenscht een lichaam in het leven te roepen,
dat door verleening van credieten (c.q. hypotheek) de inrichting
kan helpen financieren voor degenen, die daaraan behoefte hebben.

Eventueel zouden vanwege de stichting (coöperatie) welke de
gronden exploiteert, indien deze over de noodige geldmiddelen zou
kunnen beschikken, op de tuinen, woningen en schuren e.d. kunnen
worden geschikt, die dan met de tuindery aan de tuinders-deelnemers
worden verhuurd.

De stichting (coöperatie) zou eventueel ook, indien middelen
voorhanden zyn als crediet verstrekkend lichaam kunnen optreden. * Doel: Het document schetst een gestructureerde aanpak voor de ontwikkeling van gronden ten behoeve van de tuinbouw. Het beoogt tuinders zekerheid van gebruik te bieden terwijl er een duurzaam financieel model voor de gemeente en de stichting/coöperatie wordt gecreëerd.
* Kernvoorstellen:
* De gemeente fungeert als centrale partij voor de aankoop en bouwrijp maken van de grond.
* Er wordt een sterke voorkeur uitgesproken voor model 'd', waarbij een door tuinders opgerichte stichting of coöperatie de grond koopt van de gemeente.
* Er wordt nadruk gelegd op langdurige huurcontracten om een gevoel van 'quasi-eigendom' te creëren voor de tuinders.
* Een innovatief financieringssysteem wordt voorgesteld: het deel van de huur dat naar de aflossing van de hypotheek gaat, wordt omgezet in aandelen voor de individuele tuinder. Zo wordt de grond geleidelijk collectief eigendom van de deelnemers.
* Toon: Zakelijk, beleidsmatig en planmatig.
* Spelling: Maakt gebruik van de spelling-Marchant (kenmerkend door de 'y' in plaats van 'ij' en de buigings-n). * Periode: Vermoedelijk midden 20e eeuw (mogelijk de jaren '30 of de vroege wederopbouwperiode na de Tweede Wereldoorlog). De focus op coöperatieve verbanden en gemeentelijke sturing op landgebruik was in deze periodes gangbaar om de agrarische sector te versterken.
* Geografische context: Nederland. De verwijzing naar "water- en landwegen" en "bruggen" is typerend voor de inrichting van nieuwe tuinbouwgebieden in polderlandschappen of gebieden zoals het Westland.
* Maatschappelijke context: Dit document weerspiegelt de tijd waarin collectieve zelfhulp (coöperaties) en overheidsbemoeienis hand in hand gingen om kleinschalige ondernemers (tuinders) te ondersteunen bij de hoge kapitaaleisen van grond en inrichting.

Samenvatting

  • Doel: Het document schetst een gestructureerde aanpak voor de ontwikkeling van gronden ten behoeve van de tuinbouw. Het beoogt tuinders zekerheid van gebruik te bieden terwijl er een duurzaam financieel model voor de gemeente en de stichting/coöperatie wordt gecreëerd.
  • Kernvoorstellen:
    • De gemeente fungeert als centrale partij voor de aankoop en bouwrijp maken van de grond.
    • Er wordt een sterke voorkeur uitgesproken voor model 'd', waarbij een door tuinders opgerichte stichting of coöperatie de grond koopt van de gemeente.
    • Er wordt nadruk gelegd op langdurige huurcontracten om een gevoel van 'quasi-eigendom' te creëren voor de tuinders.
    • Een innovatief financieringssysteem wordt voorgesteld: het deel van de huur dat naar de aflossing van de hypotheek gaat, wordt omgezet in aandelen voor de individuele tuinder. Zo wordt de grond geleidelijk collectief eigendom van de deelnemers.
  • Toon: Zakelijk, beleidsmatig en planmatig.
  • Spelling: Maakt gebruik van de spelling-Marchant (kenmerkend door de 'y' in plaats van 'ij' en de buigings-n).

Historische Context

  • Periode: Vermoedelijk midden 20e eeuw (mogelijk de jaren '30 of de vroege wederopbouwperiode na de Tweede Wereldoorlog). De focus op coöperatieve verbanden en gemeentelijke sturing op landgebruik was in deze periodes gangbaar om de agrarische sector te versterken.
  • Geografische context: Nederland. De verwijzing naar "water- en landwegen" en "bruggen" is typerend voor de inrichting van nieuwe tuinbouwgebieden in polderlandschappen of gebieden zoals het Westland.
  • Maatschappelijke context: Dit document weerspiegelt de tijd waarin collectieve zelfhulp (coöperaties) en overheidsbemoeienis hand in hand gingen om kleinschalige ondernemers (tuinders) te ondersteunen bij de hoge kapitaaleisen van grond en inrichting.

Kooplieden in dit dossier 100

Aantal *Nombre* 100.—
Aantal *Nombre* 89.7
Aantal Nombre
Aantal Nombre
Aantal Nombre
A. Kooy Pzn.
Alle bedrijven samen¹).. *Ensemble* — 1,2
S. Montezinos *Ensemble.*
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* — 2,0
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 868,5
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 4,35
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 100
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* ..... 25,1
Alle bedrijven te zamen. *Ensemble* 1,17
Alle bedr. te zamen + 109,9
Vriens. 38,9
Amsterdammerpolder, Groote IJ-, Overbraker Binnen- en Buiten-, Spieringhorner Binnen- en Buitenpolder 32 (306.49 ha)
Ander mestvee 80.879
Ander rundvee......... 100
Alle 100 kooplieden →