Archief 745
Inventaris 745-342
Pagina 58
Dossier 100
Jaar 1941
Stadsarchief

Officieel extract van een besluit (vermoedelijk van een gemeentebestuur).

Het document refereert aan een raadsbesluit van 8 november 1922 en een looptijd tot 31 december 1941. De opmaak is kenmerkend voor de vroege jaren '40.

Origineel

Officieel extract van een besluit (vermoedelijk van een gemeentebestuur). Het document refereert aan een raadsbesluit van 8 november 1922 en een looptijd tot 31 december 1941. De opmaak is kenmerkend voor de vroege jaren '40. - 3 -

C.I. Kooijman, Harlingen;
Fa. Krikke Jr., Heerenveen;
A. Volker & R. den Brinker, 's-Gravenhage;
N.V. C.J. van der Hoeven, 's-Gravenhage;

ter eenre zijde en

II a. den Centralen Bond van Transportarbeiders, gevestigd te Rotterdam;
b. den Nederlandschen Roomsch Katholieken Bond van Transportarbeiders
"St. Bonifacius", te Amsterdam;
c. den Nederlandschen Bond van Christelijke Fabrieks- en Transportarbeiders,
te 's-Gravenhage,

ter andere zijde,

welke arbeidsovereenkomst geldt tot en met 31 December 1941 met dien ver-
stande, dat zij, indien geen der contractanten sub I en II deze overeen-
komst uiterlijk twee maanden voor het einde daarvan schriftelijk bij aan-
geteekend schrijven aan de wederpartij zal hebben opgezegd, zal geacht
worden telkens voor den tijd van een jaar te zijn verlengd,
aan te nemen als geldend voor het desbetreffende bedrijf gedurende den
duur dier overeenkomst.
Mitsdien wordt bepaald, dat gedurende genoemden termijn in de des-
betreffende bestekken enz. van de "Bepalingen omtrent minimum-loon en
maximum-arbeidsduur in bestekken voor Gemeentewerken" zal worden afgeweken
voor de categorieën van arbeiders bij het Baggerbedrijf, voorkomende op de
lijst, bedoeld sub II dier "Bepalingen", door op de punten, welke eveneens
doch anders zijn geregeld in de bovengenoemde arbeidsovereenkomst, de
laatstbedoelde regeling te volgen.
Overeenkomstig sub I van het raadsbesluit van 8 November 1922, No. 928,
wordt hierbij uitdrukkelijk bepaald, dat de van toepassingverklaring van het
contract ook de daarin opgenomen regeling van den arbeidsduur omvat.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen
Arbeidszaken (10 stuks) en Publieke Werken (10 stuks) en voorts aan alle overige
afdeelingen der Gemeentesecretarie, alsmede aan het Bureau Gemeentesecretaris
(5 stuks), het Pensioenbureau en den Gemeente-ontvanger.
Sh.
Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,

[Handtekening: J. F. Franken] Dit document betreft een administratieve vastlegging van de arbeidsvoorwaarden voor arbeiders in het baggerbedrijf die werkzaamheden uitvoeren voor de gemeente. Het kernpunt is de rechtsgeldigheid van een specifieke collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) boven de algemene gemeentelijke bepalingen voor publieke werken.

De tekst regelt dat voor de periode tot eind 1941 (met automatische verlenging) de afspraken tussen de genoemde werkgevers en de drie grote vakbonden prevaleren boven de standaard "Bepalingen omtrent minimum-loon en maximum-arbeidsduur" van de gemeente. Dit geldt specifiek voor de baggersector. Opvallend is de expliciete vermelding dat dit besluit ook de regeling van de arbeidsduur omvat, steunend op een ouder raadsbesluit uit 1922. Het document sluit af met een uitgebreide distributielijst voor interne gemeentelijke afdelingen, wat duidt op de noodzaak voor brede implementatie binnen het ambtelijk apparaat (Arbeidszaken, Publieke Werken, Pensioenbureau). De context van dit document is de overgangsperiode aan het begin van de Tweede Wereldoorlog in Nederland, hoewel de administratieve basis nog sterk verankerd is in de vooroorlogse verhoudingen.

  1. Verzuiling: De aanwezigheid van zowel een algemene (socialistische), een katholieke ("St. Bonifacius") als een christelijke vakbond illustreert de diepe verzuiling van de Nederlandse arbeidsverhoudingen in die tijd. Deze bonden werkten vaak samen in het overleg met werkgevers.
  2. Sociaal Beleid: De verwijzing naar het raadsbesluit uit 1922 toont de lange traditie van gemeenten om via bestekbepalingen sociale standaarden (minimumloon, maximale werktijd) af te dwingen bij private aannemers van publieke werken.
  3. De Baggersector: Grote namen zoals Volker en Van der Hoeven benadrukken het belang van de waterbouw voor de Nederlandse economie en infrastructuur.
  4. Tijdsbeeld: Hoewel gedateerd rond 1940/1941, wordt de spelling van vóór de herziening van 1947 gehanteerd (zoals 'Nederlandschen', 'geteekend'). Het document weerspiegelt de voortzetting van het reguliere bestuurlijke proces in de eerste fase van de bezetting.

Samenvatting

Dit document betreft een administratieve vastlegging van de arbeidsvoorwaarden voor arbeiders in het baggerbedrijf die werkzaamheden uitvoeren voor de gemeente. Het kernpunt is de rechtsgeldigheid van een specifieke collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) boven de algemene gemeentelijke bepalingen voor publieke werken.

De tekst regelt dat voor de periode tot eind 1941 (met automatische verlenging) de afspraken tussen de genoemde werkgevers en de drie grote vakbonden prevaleren boven de standaard "Bepalingen omtrent minimum-loon en maximum-arbeidsduur" van de gemeente. Dit geldt specifiek voor de baggersector. Opvallend is de expliciete vermelding dat dit besluit ook de regeling van de arbeidsduur omvat, steunend op een ouder raadsbesluit uit 1922. Het document sluit af met een uitgebreide distributielijst voor interne gemeentelijke afdelingen, wat duidt op de noodzaak voor brede implementatie binnen het ambtelijk apparaat (Arbeidszaken, Publieke Werken, Pensioenbureau).

Historische Context

De context van dit document is de overgangsperiode aan het begin van de Tweede Wereldoorlog in Nederland, hoewel de administratieve basis nog sterk verankerd is in de vooroorlogse verhoudingen.

  1. Verzuiling: De aanwezigheid van zowel een algemene (socialistische), een katholieke ("St. Bonifacius") als een christelijke vakbond illustreert de diepe verzuiling van de Nederlandse arbeidsverhoudingen in die tijd. Deze bonden werkten vaak samen in het overleg met werkgevers.
  2. Sociaal Beleid: De verwijzing naar het raadsbesluit uit 1922 toont de lange traditie van gemeenten om via bestekbepalingen sociale standaarden (minimumloon, maximale werktijd) af te dwingen bij private aannemers van publieke werken.
  3. De Baggersector: Grote namen zoals Volker en Van der Hoeven benadrukken het belang van de waterbouw voor de Nederlandse economie en infrastructuur.
  4. Tijdsbeeld: Hoewel gedateerd rond 1940/1941, wordt de spelling van vóór de herziening van 1947 gehanteerd (zoals 'Nederlandschen', 'geteekend'). Het document weerspiegelt de voortzetting van het reguliere bestuurlijke proces in de eerste fase van de bezetting.

Kooplieden in dit dossier 1