Extract uit het Boek der Besluiten van de Regeringscommissaris voor Amsterdam.
Origineel
Extract uit het Boek der Besluiten van de Regeringscommissaris voor Amsterdam. Vrijdag, 28 maart 1941. [Stempel linksboven:] № 1/27/1 M.1941
[Getypt linksboven:] No.71/48 P.W. 1941.
[Handgeschreven linksboven:] 365 Gm. 1941
[Handgeschreven rechtsboven:] Maarthen [?]
[Handgeschreven paraaf in rood en zwart:] mi Dir / 4/4
[Getypt rechtsboven:]
Om het opnemen en herleggen van straatriolen op diverse plaatsen op te dragen aan J.Verduyn Jr. en om een aannemer, voor den tijd van één jaar, uit te sluiten van opdrachten.
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van
den Regeeringscommissaris voor Amsterdam.
Vrijdag, 28 Maart 1941.
Op voorstel van den Wethouder voor de Publieke Werken wordt het volgende besluit genomen:
De Regeeringscommissaris voor Amsterdam,
Gezien het rapport van den Directeur der Publieke Werken d.d. 27 Maart 1941, No. 3025/Doss. 30705 R betreffende de openbare prijsaanvrage No. 30 voor het opnemen en herleggen van straatriolen op diverse plaatsen in het Centrum en in Oost en waarbij wordt medegedeeld:
dat het laagst heeft ingeschreven J.Wieringa te Culemborg voor de som van f. 4100.-, die echter nader heeft verklaard er op gerekend te hebben, de werkzaamheden uit te voeren met niet Amsterdamsche werklieden en derhalve onvoldoende aandacht heeft geschonken aan hetgeen dienaangaande in § 17 van de Voorwaarden en Bepalingen No. 30 is bepaald;
dat verder is gebleken, dat Wieringa op zeer nonchalante wijze zijn inschrijvingssom heeft bepaald en blijk heeft gegeven een lichtvaardige opvatting te huldigen van de verplichtingen, welke hij door de inschrijving op zich nam;
B e s l u i t :
I den Directeur der Publieke Werken te machtigen de vorenbedoelde werkzaamheden met voorbijgang van den laagsten inschrijver op te dragen aan J.Verduyn Jr., alhier, voor f. 4743.-;
II de onder I vermelde kosten te verantwoorden op den post volgnr. 837, art. 3 der loopende begrooting;
III den laagsten inschrijver, zijnde J.Wieringa te Culemborg, voor den tijd van één jaar uit te sluiten van opdrachten der Gemeente.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Publieke Werken (5 stuks) en Financiën (2 stuks) en voorts aan alle overige afdeelingen der Gemeentesecretarie, alsmede aan het Bureau Gemeentesecretaris en Algemeene Dienst (5 stuks), het Pensioenbureau en den Gemeente-ontvanger.
Sh.
Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,
[Stempel handtekening:] (get.) J. F. FRANKEN Dit document betreft een administratief besluit over een openbare aanbesteding voor rioleringswerkzaamheden in Amsterdam-Centrum en Oost. De kern van het besluit is tweeledig:
1. Gunning aan een duurdere inschrijver: Hoewel J. Wieringa uit Culemborg met f. 4100,- de laagste bieder was, wordt de opdracht gegund aan J. Verduyn Jr. uit Amsterdam voor f. 4743,-.
2. Uitsluiting (Zwarte lijst): Wieringa wordt voor een jaar uitgesloten van alle gemeentelijke opdrachten.
De redenen voor deze zware sanctie zijn:
* Schending van lokale arbeidseisen: Wieringa wilde niet-Amsterdamse arbeiders inzetten, wat in strijd was met de voorwaarden (§ 17). In de crisistijd en tijdens de bezetting was het verplicht stellen van lokale arbeid een middel om de plaatselijke werkloosheid te bestrijden.
* Onprofessioneel gedrag: Het bestuur verwijt hem een "nonchalante" en "lichtvaardige" houding bij het calculeren van zijn bod, wat suggereert dat men hem niet betrouwbaar achtte voor de uitvoering van de publieke werken. Het document dateert van maart 1941, tien maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De politieke context is cruciaal:
* Vervanging van de democratie: De term "Regeeringscommissaris voor Amsterdam" verwijst naar de opschorting van de lokale democratie door de bezetter. Edward Voûte was kort daarvoor, op 1 maart 1941, door de Rijkscommissaris Seyss-Inquart benoemd in deze functie, nadat het Amsterdamse gemeentebestuur was ontbonden naar aanleiding van de Februaristaking.
* Bureaucratische continuïteit: Ondanks de bezetting bleven veel ambtelijke procedures (zoals die van Publieke Werken) nagenoeg hetzelfde functioneren, maar nu onder direct gezag van de commissaris in plaats van de gemeenteraad.
* Werkgelegenheidspolitiek: In 1941 was de controle op de arbeidsmarkt strikt. Het weren van "niet-Amsterdamse werklieden" was een voortzetting van beleid uit de jaren '30 om de lokale steunuitgaven te beperken door eigen inwoners aan het werk te houden.