Archief 745
Inventaris 745-342
Pagina 60
Dossier 4
Jaar 1941
Stadsarchief

Officieel extract uit het Boek der Besluiten.

21 maart 1941.

Origineel

Officieel extract uit het Boek der Besluiten. 21 maart 1941. [Stempel linksboven: N° 1/26/1]
[Stempel middenboven in rood: M. 1941 31/3]
[Handgeschreven rechtsboven: Marktw.]

No. 213 P.W. 1941.
[Handgeschreven:] 341/Lm. 1941

Aanvulling van de "Bijzondere bepalingen ter beperking van het risico van den aannemer".

E x t r a c t

uit het Boek der Besluiten van

den Regeeringscommissaris voor Amsterdam.

Vrijdag, 21 Maart 1941.

Op voorstel van den Wethouder voor de Publieke Werken wordt het volgende besluit genomen:
De Regeeringscommissaris voor Amsterdam;
Gezien het schrijven van den Leider van het Gemeentelijk Bureau voor Handels- en Industriebelangen, dd. 19 Februari 1941, No. 66 B.H.I.;
Gezien het rapport van den Directeur der Publieke Werken, dd. 3 Maart 1941, No. 1804/Doss. 10108 Secr.;

B e s l u i t :

punt C.I lid 6, van het besluit van Burgemeester en Wethouders van 7 Augustus 1940, No. 473 P.W. 1940, zooals dit besluit is gewijzigd bij besluit van dat College van 29 November 1940, No. 473 P.W. 1940, aan te vullen en te lezen als volgt:
"Onder standaardprijzen en standaardloonen, in het vorige lid bedoeld, worden "verstaan de prijzen en loonen, die periodiek zullen worden vastgesteld door een "Commissie. Deze Commissie zal bij het vaststellen van de prijzen uitgaan van nor-"men welke niet hooger zijn dan de maximum-prijzen, welke krachtens wettelijk "voorschrift voor het betrokken tijdstip gelden. De leden van deze Commissie worden "door het Hoofd van het Departement van Waterstaat benoemd (voor zooveel de andere "Departementen betreft na voordracht van het Hoofd van het betrokken Departement) en "ontslagen, welk Hoofd ook bevoegd is voor de Commissie een reglement vast te stel-"len.
"De prijsbepaling door de Commissie is bindend voor beide partijen".
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Publieke Werken (5 stuks), Financiën (4 stuks), Gemeentebedrijven (17 stuks), Volkshuisvesting (5 stuks) en voorts aan alle overige afdeelingen der Gemeentesecretarie, alsmede aan het Bureau Gemeentesecretaris en Algemeene Dienst (5 stuks), het Pensioenbureau en den Gemeente-ontvanger. .
EL
Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,

(get.) J. F. FRANKEN [Naamstempel in paars] Dit document betreft een formeel besluit om de contractvoorwaarden voor gemeentelijke aannemers in Amsterdam aan te passen. Centraal staat de definitie van "standaardprijzen en standaardloonen". Vanwege de economische onzekerheid tijdens de oorlogstijd was het noodzakelijk om prijzen periodiek vast te stellen via een speciale commissie, in plaats van te werken met vaste contractprijzen die door inflatie of schaarste onhoudbaar konden worden voor aannemers.

De commissie is gebonden aan de wettelijke maximumprijzen, wat duidt op de strikte prijsbeheersing die door de bezetter was ingesteld. Opvallend is de verdeling van het besluit over een groot aantal gemeentelijke afdelingen, wat de brede impact van deze regeling op de stedelijke infrastructuur en financiën onderstreept. Het document dateert van maart 1941, een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De bestuursstructuur van Amsterdam was in deze periode in transitie: de term "Regeeringscommissaris voor Amsterdam" verwijst naar de positie die de democratisch gekozen burgemeester en wethouders verving of ondergeschikt maakte aan het gezag van de bezetter. Edward Voûte bekleedde in deze periode deze functie.

De oprichting van een commissie voor prijs- en loonvaststelling onder toezicht van het Departement van Waterstaat past binnen de bredere politiek van de "Gleichschaltung", waarbij lokale autonomie werd ingeperkt en centrale controle over de economie en arbeidsmarkt werd versterkt om de Nederlandse economie dienstbaar te maken aan de Duitse oorlogsinspanningen. De spelling is de toen gebruikelijke vooroorlogse spelling (bijv. "loonen", "regeerings").

Samenvatting

Dit document betreft een formeel besluit om de contractvoorwaarden voor gemeentelijke aannemers in Amsterdam aan te passen. Centraal staat de definitie van "standaardprijzen en standaardloonen". Vanwege de economische onzekerheid tijdens de oorlogstijd was het noodzakelijk om prijzen periodiek vast te stellen via een speciale commissie, in plaats van te werken met vaste contractprijzen die door inflatie of schaarste onhoudbaar konden worden voor aannemers.

De commissie is gebonden aan de wettelijke maximumprijzen, wat duidt op de strikte prijsbeheersing die door de bezetter was ingesteld. Opvallend is de verdeling van het besluit over een groot aantal gemeentelijke afdelingen, wat de brede impact van deze regeling op de stedelijke infrastructuur en financiën onderstreept.

Historische Context

Het document dateert van maart 1941, een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De bestuursstructuur van Amsterdam was in deze periode in transitie: de term "Regeeringscommissaris voor Amsterdam" verwijst naar de positie die de democratisch gekozen burgemeester en wethouders verving of ondergeschikt maakte aan het gezag van de bezetter. Edward Voûte bekleedde in deze periode deze functie.

De oprichting van een commissie voor prijs- en loonvaststelling onder toezicht van het Departement van Waterstaat past binnen de bredere politiek van de "Gleichschaltung", waarbij lokale autonomie werd ingeperkt en centrale controle over de economie en arbeidsmarkt werd versterkt om de Nederlandse economie dienstbaar te maken aan de Duitse oorlogsinspanningen. De spelling is de toen gebruikelijke vooroorlogse spelling (bijv. "loonen", "regeerings").

Kooplieden in dit dossier 1