Archiefdocument
Origineel
16 april 1941 De Regeeringscommissaris voor Amsterdam (Edward Voûte) Hoofden van Diensten, Bedrijven en Administratiën van de Gemeente Amsterdam No 1/20/2 M. 1941 1/2
GEMEENTE AMSTERDAM
AFD A.D.
No. Dossier VII G-7
BIJLAGEN
AMSTERDAM, 16 April 1941.
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET NUMMER VAN DIT SCHRIJVEN EN DE AFDEELING TE VERMELDEN.
[Handgeschreven aantekeningen in groen en blauw potlood, o.a. "M.v.D. ..."]
Hierbij deel ik U mede, dat ik, in afwij-
king van mijn besluit van 8 dezer, No. Dossier
VII G.7 A.D., heb bepaald, dat tot nader order
de gemeentegebouwen, waarvoor het stookverbod
geldt, gedurende de morgenuren (tot 13 uur)
kunnen worden verwarmd.
[Handgeschreven paraaf: wi.]
De Regeeringscommissaris voor Amsterdam,
[Handtekening: Voûte]
Aan
Hoofden van Diensten, Be-
drijven en Administratiën.
Model G. A. 5
5000-12-'40 Dit document is een officiële mededeling van de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam". De inhoud betreft een versoepeling van een eerder ingesteld stookverbod voor gemeentelijke gebouwen. Terwijl er op 8 april 1941 nog een strikt verbod was opgelegd, wordt nu toegestaan dat er in de ochtenduren (tot 13:00 uur) gestookt wordt.
De brief is ondertekend door Edward Voûte, die door de Duitse bezetter was aangesteld. De toon is zakelijk en autoritair, kenmerkend voor de bestuurlijke communicatie in die periode. De noodzaak voor dergelijke verboden vloeide voort uit de enorme brandstofschaarste (met name kolen) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dit document stamt uit de beginjaren van de Duitse bezetting van Nederland. In maart 1941 werd de Amsterdamse burgemeester De Vlugt ontslagen en de gemeenteraad ontbonden. De bezetter stelde Edward Voûte aan als "Regeringscommissaris" (een functie die de taken van zowel burgemeester als wethouders en gemeenteraad combineerde), waardoor Amsterdam onder direct gezag van de bezetter en zijn collaborateurs kwam te staan.
De context van het "stookverbod" is de schaarste-economie. Kolen waren hard nodig voor de Duitse oorlogsindustrie en transport, waardoor er voor de Nederlandse bevolking en civiele instanties strikte rantsoenering en verboden golden. Dat er in april nog behoefte was aan verwarming duidt op een koud voorjaar of de noodzaak om gebouwen enigszins werkbaar te houden. De vermelding "tot 13 uur" suggereert een compromis tussen de noodzaak om brandstof te besparen en de noodzaak voor ambtenaren om hun werk te kunnen doen.