Officiële brief/circulaire van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officiële brief/circulaire van de Gemeente Amsterdam. 16 mei 1941. De Regeeringscommissaris voor Amsterdam (E.J. Voûte) en de Gemeentesecretaris (J.F. Franken). Heeren Hoofden van Administratiën, diensten en bedrijven (van de gemeente Amsterdam). № 1/41 / M.1941
P/B.
G E M E E N T E A M S T E R D A M.
GEHEIM.
No. 8$^a$ Kab. Arb. 1941. AMSTERDAM, 16 Mei 1941.
Hierbij deel ik U mede, dat ik van den Secretaris-Generaal van het Departement van Binnenlandsche Zaken een schrijven heb ontvangen, gedateerd 2 Mei 1941 en luidende als volgt :
"Naar mij van Duitsche zijde wordt medegedeeld, zal hedenavond door middel van de pers vanwege de bevoegde Duitsche autoriteiten een politievoorschrift uitgevaardigd worden, waarbij het in het openbaar dragen en het in het openbaar ten toon stellen van afbeeldingen van de in leven zijnde leden van het Koninklijk Huis verboden wordt.
Van Duitsche zijde wordt uitdrukkelijk verklaard, dat dit verbod niet van toepassing is met betrekking tot de bij de overheid in gebruik zijnde localiteiten, mits er voor gewaakt wordt, dat alles, wat als een kennelijke demonstratie beschouwd kan worden, achterwege blijft.
Het verbod van het in het openbaar vertoonen van beeltenissen van Prins Bernhard blijft echter gehandhaafd.
Ik verzoek U, deze mededeeling wel als van vertrouwelijken aard te beschouwen en er voor zorg te dragen, dat hieraan geen algemeene bekendheid wordt gegeven."
Ik verzoek U ten aanzien van de bij Uw diensttak in gebruik zijnde localiteiten met den inhoud van dit schrijven rekening te houden en er wel voor te willen zorg dragen, dat het vertrouwelijk karakter van dit schrijven bewaard blijft.
De Regeeringscommissaris voor Amsterdam,
(handtekening: Voûte)
de Gemeentesecretaris,
(handtekening: J.F. Franken)
Aan Heeren Hoofden van
Administratiën, diensten en
bedrijven.
============================= Dit document is een ambtelijke doorgeleiding van een Duits bevel, via de Secretaris-Generaal van Binnenlandsche Zaken, aan de hoofden van Amsterdamse gemeentediensten. De kern van de instructie is de uitvoering van een verbod op uitingen van loyaliteit aan het Nederlandse Koninklijk Huis (Oranje).
Belangrijke punten uit de tekst:
* Verbod: Het is verboden om in het openbaar afbeeldingen van levende leden van het Koninklijk Huis te dragen of te tonen.
* Uitzondering met voorwaarde: In overheidsgebouwen mogen afbeeldingen (zoals staatsieportretten) blijven hangen, mits dit niet "demonstratief" gebeurt. Dit wijst op de angst van de bezetter voor stille protesten.
* Prins Bernhard: Er wordt specifiek vermeld dat voor Prins Bernhard een strenger regime geldt; zijn beeltenis blijft in het geheel verboden. Dit hangt samen met zijn actieve rol bij de geallieerde strijdkrachten en zijn populariteit als symbool van verzet.
* Geheimhouding: De ontvangers krijgen de strikte opdracht de brief vertrouwelijk te behandelen om publieke onrust te voorkomen. De brief is gedateerd op 16 mei 1941, precies een jaar na de Nederlandse capitulatie. De bezetting bevond zich in een fase waarin de Duitse autoriteiten de grip op de Nederlandse samenleving verstrakten en symbolen van nationale eenheid en onafhankelijkheid probeerden uit te bannen.
De brief is ondertekend door Edward Voûte, die door de Duitsers was aangesteld als regeringscommissaris (waarnemend burgemeester) nadat de democratisch gekozen burgemeester De Vlugt was ontslagen. Voûte fungeerde in deze rol als een doorgeefluik voor de verordeningen van de bezetter.
Het verbod op koninklijke symbolen leidde in Nederland vaak tot creatieve vormen van verzet, zoals het dragen van een anjer (de favoriete bloem van Prins Bernhard) of het gebruik van oranje artikelen, wat later ook verboden zou worden. Deze specifieke maatregel tegen portretten en afbeeldingen was een directe poging om de publieke herinnering aan de naar Londen uitgeweken koningin Wilhelmina en haar familie te wissen.