Archief 745
Inventaris 745-342
Pagina 165
Dossier 61
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypt extract uit het uittreksel van het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.

19 september 1941.

Origineel

Getypt extract uit het uittreksel van het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. 19 september 1941. [Stempel linksboven:] Nº I / 75 / 1 M. 1941 20/9
[Bovenaan rechts:] Om de afdeeling Stadsontwikkeling van den Dienst der Publieke Werken aan te wijzen als centrale instantie voor het maken van werkfilms.

[Paraaf rechtsboven in potlood:] Mearthens [?]

No.453 / P.W.1941.

[Stempel middenlinks in rood:] Gezien 910 fin. 1941 [met handgeschreven paraaf erdoorheen]

E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van
den Burgemeester van Amsterdam.
Vrijdag, 19 September 1941.

De Burgemeester van Amsterdam;
Gezien de rapporten van den Bedrijfs-economisch Adviseur, dd.12 Juni 1941 en dd. 23 Augustus 1941, No.243 Fin.1941, Dossier 61.2, zoomede de rapporten van den Directeur der Publieke Werken, dd.12 Augustus 1941, No.6127 en dd.8 September 1941, No. 8424/Doss.35002 S.O.;
Overwegende, dat het wenschelijk is de bemoeiingen en apparatuur, welke de onderscheidene Diensten en Bedrijven hebben op cinematografisch gebied ten deele te centraliseeren en verder van een centraal punt uit in deze aangelegenheden leiding te geven;
B e s l u i t :
I. de afdeeling Stadsontwikkeling van den Dienst der Publieke Werken aan te wijzen als centrale instantie voor het maken van werkfilms, voor zooveel de Diensten en Bedrijven daarvoor niet zelf zijn uitgerust, voor het bemiddelen in zake het tijdelijk beschikbaar stellen van apparatuur en voor het optreden als adviseur bij het verleenen van opdrachten aan filmondernemingen;
II. de onder I genoemde afdeeling op te dragen onderhandelingen te openen in zake het doen vervaardigen van nieuwe bedrijfsfilms;
III. te bepalen, dat van geval tot geval zal worden besloten omtrent het doen maken van propagandafilms (bij voorkeur geluidfilms) en dat deze films door een filmonderneming zullen moeten worden vervaardigd;
IV. te bepalen, dat omtrent het aankoopen van filmapparatuur steeds vooraf het advies moet worden ingewonnen van de onder I genoemde afdeeling Stadsontwikkeling;
V. goed te keuren, dat de in het bezit der Brandweer zijnde Paillard-camera, zal worden geruild tegen de Bell en Howell-camera van den Dienst der Publieke Werken, onder bijbetaling van een vergoeding door dien Dienst en dat de Paillard-camera zal worden uitgerust met electrische aandrijving voor constante snelheid.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeeling Publieke Werken (5 stuks) en voorts aan alle overige afdeelingen der Gemeentesecretarie, alsmede aan het Bureau Gemeentesecretaris en Algemeene Dienst, den Gemeente-ontvanger, het Pensioenbureau en het Bureau voor Organisatie en Efficiency.

[Linksonder:]
C.S. Stadhuis
A'dam 9-'41.

[Rechtsonder:]
Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,
(get) H.van Buuren.

[Blauwe stempel:] (get) H.van Buurens. ds Dit besluit markeert de formele centralisatie van de filmactiviteiten van de gemeente Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De belangrijkste punten uit het besluit zijn:

  1. Regierol voor Stadsontwikkeling: De afdeling Stadsontwikkeling (onderdeel van Publieke Werken) krijgt het mandaat om alle cinematografische activiteiten te coördineren. Dit betreft zowel de productie van "werkfilms" (instructie- of documentatiefilms) als de bemiddeling bij externe opdrachten.
  2. Apparatuurbeheer: Er vindt een fysieke herverdeling van middelen plaats. Een Paillard-camera (waarschijnlijk een 16mm Bolex) van de Brandweer wordt geruild voor een Bell & Howell-camera van Publieke Werken, waarbij de Paillard wordt aangepast voor professioneel gebruik (elektrische aandrijving).
  3. Propagandafilms: Er wordt expliciet onderscheid gemaakt tussen bedrijfsfilms en "propagandafilms". Voor de laatste categorie wordt de voorkeur gegeven aan geluidsfilm en uitbesteding aan professionele filmbedrijven.
  4. Controle op uitgaven: Geen enkele gemeentelijke dienst mag nog zelfstandig filmapparatuur aanschaffen zonder voorafgaand advies van de centrale instantie. Het document is gedateerd op 19 september 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De burgemeester die dit besluit nam, was de door de bezetter aangestelde Edward Voûte.

De centralisatie van media en informatievoorziening was een kenmerk van het nationaalsocialistische bestuur. Hoewel de afdeling Stadsontwikkeling al voor de oorlog films maakte om de groei van de stad te documenteren, kreeg de filmproductie onder Voûte een meer ideologisch karakter. De term "propagandafilms" in het besluit moet in dit licht gezien worden: de gemeente wilde de vorderingen van haar werken (zoals de aanleg van het Amsterdamse Bos of stadsuitbreidingen) gebruiken om de efficiëntie van de 'Nieuwe Orde' aan te tonen. Het feit dat de centrale regie bij Stadsontwikkeling kwam te liggen, onderstreept de belangrijke rol die deze afdeling speelde in de visuele representatie van de stad tijdens de oorlogsjaren.

Samenvatting

Dit besluit markeert de formele centralisatie van de filmactiviteiten van de gemeente Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De belangrijkste punten uit het besluit zijn:

  1. Regierol voor Stadsontwikkeling: De afdeling Stadsontwikkeling (onderdeel van Publieke Werken) krijgt het mandaat om alle cinematografische activiteiten te coördineren. Dit betreft zowel de productie van "werkfilms" (instructie- of documentatiefilms) als de bemiddeling bij externe opdrachten.
  2. Apparatuurbeheer: Er vindt een fysieke herverdeling van middelen plaats. Een Paillard-camera (waarschijnlijk een 16mm Bolex) van de Brandweer wordt geruild voor een Bell & Howell-camera van Publieke Werken, waarbij de Paillard wordt aangepast voor professioneel gebruik (elektrische aandrijving).
  3. Propagandafilms: Er wordt expliciet onderscheid gemaakt tussen bedrijfsfilms en "propagandafilms". Voor de laatste categorie wordt de voorkeur gegeven aan geluidsfilm en uitbesteding aan professionele filmbedrijven.
  4. Controle op uitgaven: Geen enkele gemeentelijke dienst mag nog zelfstandig filmapparatuur aanschaffen zonder voorafgaand advies van de centrale instantie.

Historische Context

Het document is gedateerd op 19 september 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De burgemeester die dit besluit nam, was de door de bezetter aangestelde Edward Voûte.

De centralisatie van media en informatievoorziening was een kenmerk van het nationaalsocialistische bestuur. Hoewel de afdeling Stadsontwikkeling al voor de oorlog films maakte om de groei van de stad te documenteren, kreeg de filmproductie onder Voûte een meer ideologisch karakter. De term "propagandafilms" in het besluit moet in dit licht gezien worden: de gemeente wilde de vorderingen van haar werken (zoals de aanleg van het Amsterdamse Bos of stadsuitbreidingen) gebruiken om de efficiëntie van de 'Nieuwe Orde' aan te tonen. Het feit dat de centrale regie bij Stadsontwikkeling kwam te liggen, onderstreept de belangrijke rol die deze afdeling speelde in de visuele representatie van de stad tijdens de oorlogsjaren.

Kooplieden in dit dossier 1