Administratief bijblad/geleideformulier (Model No. 14 van Algemeene Zaken).
Origineel
Administratief bijblad/geleideformulier (Model No. 14 van Algemeene Zaken). 12 december 1941 tot 10 januari 1942. (Linksboven in kader)
BIJBLAD VAN:
M. No. 1/75/2, 1941
DOORGEZONDEN: 12/12-'41.
(Midden boven)
Dir.
Stelt U het gewenscht, dat
er van onderdeelen van den
dienst (bijv. C.M.) werkfilms
worden gemaakt?
10/1 '42 HS
(Daaronder)
Ter behandeling ter hande.
[onleesbare paraaf]
(Groot in rood)
1/75/317
(Midden links, handgeschreven kantlijnnotitie)
Voorhands niet doch zullen
te gelegener tijd ongetwijfeld op
terug komen. S
(Onderste tekstblok)
Dir. P.W. 's Grav. 7/1 '42
Naar aanleiding van Uw brief
dd. 11 Dec. jl. No 11766/Doss. 35002 S.O. heb
ik de eer U te berichten, dat door mijn dienst
voorhands van de mogelijkheid tot het doen
maken van werkfilms geen gebruik zal worden
gemaakt; te gelegener tijd zal ik op de onderhavige
aangelegenheid ongetwijfeld nog nader terugkomen.
[Paraaf]
(Linksonder, gedrukt)
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document is een interne administratieve afhandeling van een voorstel om "werkfilms" te vervaardigen voor specifieke onderdelen van de dienst (waarschijnlijk Publieke Werken, aangeduid als P.W.). De afkorting "C.M." in de vraagstelling zou kunnen verwijzen naar de Centrale Magazijnen of een vergelijkbare technische afdeling.
De communicatie verloopt formeel: er wordt een vraag gesteld (top), die vervolgens beantwoord wordt door de Directeur van Publieke Werken (onder). Het antwoord is afwijzend voor de korte termijn ("voorhands... geen gebruik"), maar houdt de deur open voor de toekomst. De notitie in de linker marge fungeert als een korte samenvatting of instructie voor de verdere administratieve verwerking van dit besluit. Dit document dateert uit de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland (winter 1941-1942). Het Nederlandse ambtelijke apparaat bleef onder toezicht van de bezetter functioneren. "Werkfilms" waren in die tijd een relatief moderne methode voor technische instructie, documentatie van grote werken of efficiëntie-analyses. De trage, uiterst formele wijze van corresponderen over dergelijke innovaties is kenmerkend voor de toenmalige bureaucratie. De code "S.O." in het dossiernummer kan verwijzen naar een specifieke sectie, zoals 'Sociale Ontwikkeling' of een technische onderafdeling binnen het departement. M. No Publieke Werken