Officieel afschrift van een circulaire van het Departement van Binnenlandsche Zaken.
Origineel
Officieel afschrift van een circulaire van het Departement van Binnenlandsche Zaken. No. 358 Bur.G.1941. [Stempel: № 1/76/1] [Stempel: M. 1941 5/10] Afschrift.
[Handgeschreven: v.d.M.]
DEPARTEMENT VAN BINNENLANDSCHE ZAKEN
Betreffende: Verordening No. 152/ No. 35710 Afd.B.B.Bur.St. & A.R.
1941; regeeringscommissaris-
burgemeester. 's-Gravenhage, 26 September 1941.
Ingevolge het bepaalde in art. 32, tweede lid, der Verordening
No. 152/1941 van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche
gebied zijn de Verordening No. 36/1941 en de ter uitvoering daarvan
uitgevaardigde decreten No. 37/1941, 45/1941 en 96/1941, sedert 1 Sep-
tember 1941 buiten werking getreden. In verband daarmede heeft de
functie van Regeeringscommissaris voor de in bovenbedoelde decreten ge-
noemde gemeenten opgehouden te bestaan.
Dientengevolge zal in correspondentie voor deze gemeenten in den
vervolge uitsluitend mogen worden gesproken van burgemeester der be-
treffende gemeente.
Ik verzoek U, hiermede rekening te houden en een en ander ter ken-
nis te brengen van de onder U ressorteerende diensten, instellingen en
bedrijven.
DE SECRETARIS-GENERAAL VAN HET
DEPARTEMENT VAN BINNENLANDSCHE ZAKEN,
(get.) Frederiks.
Voor eensluidend afschrift,
Aan Heeren Burgemeesters. de Gemeentesecretaris,
H. van Buuren Jr.
l.s.
C.S. Stadhuis
A'dam 10-'41. Het document is een ambtelijke mededeling die de gevolgen van een nieuwe verordening van de bezetter (de Rijkscommissaris) voor de lokale bestuursstructuur uitlegt. Per 1 september 1941 komt de gecombineerde titel "regeeringscommissaris-burgemeester" te vervallen. In de administratieve praktijk mag voortaan alleen nog de term "burgemeester" worden gebruikt.
De brief is ondertekend door K.J. Frederiks, de secretaris-generaal die tijdens de bezetting aanbleef om de Nederlandse administratie draaiende te houden. Dit specifieke document is een afschrift voor de gemeente Amsterdam, gecertificeerd door gemeentesecretaris Van Buuren Jr., bedoeld om alle gemeentelijke diensten op de hoogte te stellen van de naamswijziging. Tijdens de Tweede Wereldoorlog voerde de Duitse bezetter diverse hervormingen door in het Nederlandse landsbestuur. Na de Februaristaking in 1941 werd het bestuur in sommige steden, waaronder Amsterdam, onder directer toezicht geplaatst. Edward Voûte werd in maart 1941 benoemd tot 'regeeringscommissaris-burgemeester', een titel die aangaf dat hij direct verantwoording schuldig was aan de bezetter.
Met Verordening 152/1941 (het zogeheten Organisatiebesluit 1941) werd de autonomie van de gemeenten definitief opgeheven en het 'leidersbeginsel' ingevoerd. Omdat de nieuwe structuur nu voor álle gemeenten gold, was de specifieke titel 'regeeringscommissaris' niet langer nodig om het onderscheid aan te geven; de burgemeester was voortaan per definitie een uitvoerder van de centrale overheid. Hoewel de titel 'burgemeester' terugkeerde, was de democratische inhoud van de functie volledig verdwenen. De stempels en datering (october '41) tonen de bureaucratische verwerking van deze wijziging binnen het Amsterdamse stadhuis.