Getypt memorandum / bijlage bij een brief.
Origineel
Getypt memorandum / bijlage bij een brief. 14 januari 1941. Directeur van het Marktwezen. Wethouder voor de Levensmiddelen (waarschijnlijk van de Gemeente Amsterdam). Behoort bij brief no.2A/1/1 M.d.d.14 Januari 1941 aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen.
Transport van aardappelen.
Per week moeten ca. 30.000 hl. aardappelen of 2.100 ton naar de winkels cq. opslagplaatsen van den kleinhandel worden vervoerd. Daar voor dit vervoer geen benzine wordt verstrekt moet gebruik gemaakt worden van wagens die door paarden getrokken worden, handwagens en bakfietsen. De kleinhandelaren moeten de aardappelen zelf afhalen, dan wel gebruik maken van de diensten van transport-ondernemingen, waaronder enkele grossiers, die paard en wagen hebben aangeschaft.
Indien de winkeliers in de gelegenheid zouden worden gesteld hun vrachtwagens om te laten bouwen voor het drijven met hout- of anthracietgas, zou het aantal om te bouwen wagens vrij groot zijn, althans grooter dan wanneer de bezorging centraal zou kunnen worden geregeld. De kleinhandelaren zouden in het algemeen ieder slechts voor eigen transport zorgen en de wagens overigens ook voor hun groentenbedrijf gebruiken. Eventueel zouden zij zich ook met het transport voor derden belasten; thans reeds worden bijvoorbeeld door groentenwinkeliers brandstoffen met paard en wagen ten behoeve van brandstoffenhandelaren vervoerd.
Pogingen dezerzijds in November jl. gedaan om de aardappelbezorging centraal te doen geschieden door de combinatie van grossiers met behulp van de vrachtrijders hebben wel aanleiding gegeven tot besprekingen met en tusschen de belanghebbende groepen, te weten grossiers, kleinhandelaren en vrachtrijders, maar leverden geen resultaat op.
De beste oplossing van het vraagstuk zou zijn, dat de grossiers zouden overgaan tot bezorging van aardappelen door middel van motortransport, waardoor het beschikbare materiaal zoo intensief mogelijk zou worden gebruikt. Voor de bezorging van aardappelen beschikten de grossiers over 15 auto's van 5 - 7 ton, waarmee zij vroeger tegen een tarief van 10 cent per hl. de aardappelen thuis bezorgden. De omzet van aardappelen is thans 50% hooger dan vroeger. De wagens die met andere brandstof dan benzine gestookt worden loopen minder snel, zijn minder bedrijfszeker, en verliezen laadruimte door de ruimte welke de vergasser met toebehooren inneemt. Het aantal wagens noodig voor het transport der aardappelen zou naar schatting 30 à 40 moeten bedragen. De kosten voor verandering der wagens voor het drijven met hout- of anthracietgas bedragen volgens onze informaties f 1500,- à f 1800,-; in totaal zouden zij dus een bedrag van rond f 60.000,- vorderen. Een eventueele bijdrage van de Gemeente in deze kosten zou, wil zij resultaat opleveren, geen geringe eischen aan de Gemeentekas stellen. Bovendien zou het wagenpark moeten worden uitgebreid waarmede belangrijke kosten gemoeid zijn. Voor 2e hands wagens moeten thans zeer hooge prijzen worden besteed. Bovendien worden de klachten van winkeliers, wat betreft de hooge transportkosten niet ondervangen. Volgens onze inlichtingen zouden de kosten aan brandstoffen voor hout- of anthracietgastractie het dubbele van die van benzinetractie bedragen. Gezien ook de mindere vervoerscapaciteit (als gevolg van de verschillende bovenvermelde factoren) laat het zich begrijpen, dat de vrachttarieven hoog zullen worden. Zij zullen minstens gelijk zijn aan die welke thans voor paardentractie gelden, namelijk f 0,25 à f 0,30 per hl. (voor groote afstanden zelfs meer)
Aan de winkeliers is thans door de Akkerbouwcentrale een brutowinst toegekend van f 1,75 per 100 kg. Deze winst (die voor het geheele land schijnt te gelden) wordt door de Amsterdamsche winkeliers te laag geacht. Toen destijds in samenwerking van Gemeente en handel officieele kleinhandelsprijzen werden vastgesteld, was de bruto kleinhandelswinst vastgesteld op 2 cent per kg.; deze werd in feite nog verlaagd, doordat bij de berekening van den kleinhandelsprijs per kg. aangenomen werd, dat een hl. aardappelen (70 kg.) bij het uitwegen slechts 65 kg. uitleverde.
Onder de gegeven omstandigheden zal het best aan de bezwaren der winkeliers tegemoet kunnen worden gekomen door een herziening van de aan den kleinhandel toegekende winstmarge. * Sleutelproblematiek: De schaarste aan benzine dwingt het transport terug naar paard-en-wagen of de kostbare ombouw naar houtgasgeneratoren.
* Logistieke uitdaging: Er is 30.000 hectoliter per week nodig. De huidige capaciteit schiet tekort door de inefficiëntie van alternatieve brandstoffen (minder snelheid, minder laadruimte door de 'vergasser').
* Financiële druk: De ombouwkosten (f 60.000,- totaal) en de verdubbeling van brandstofkosten maken het transport onrendabel bij de huidige winstmarges.
* Handelarenconflict: De Amsterdamsche winkeliers protesteren tegen de winstmarge van f 1,75 per 100 kg die door de landelijke Akkerbouwcentrale is opgelegd, omdat deze hun onkosten niet dekt.
* Oplossingsrichting: De Directeur van het Marktwezen adviseert niet direct een subsidie voor transport, maar een verhoging van de toegestane winstmarge voor de kleinhandel. Dit document stamt uit de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland (januari 1941). De schaarste aan fossiele brandstoffen begon direct na de inval merkbaar te worden, waardoor het economische leven moest overschakelen op 'surrogaten' zoals houtgas (houtgasgeneratoren achterop vrachtwagens).
De vermelding van de Akkerbouwcentrale is cruciaal; dit was een crisisorgaan dat onder toezicht van de bezetter de productie en distributie van landbouwproducten strak reguleerde. De spanning tussen lokale (Amsterdamse) behoeften en landelijke regelingen is in dit schrijven duidelijk voelbaar. Het document illustreert hoe de oorlogsvoering direct ingreep op de basisbehoeften (aardappelen) en de bedrijfsvoering van de kleine middenstand.