Archief 745
Inventaris 745-342
Pagina 216
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtelijke brief/memorandum (doorslag of kopie).

27 februari 1941.

Origineel

Ambtelijke brief/memorandum (doorslag of kopie). 27 februari 1941. M. Müller [handgeschreven]
D/G.

2A/1/2 M

27 Februari 1941.

Decentralisatie by de
afgifte van aardappelen.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Tydens een bespreking, welke U op 16 Januari jl. ten stadhuize hebt gevoerd met de ambtenaren der Nederlandsche Akkerbouwcentrale, de heeren Van Sevenster, Bouwman en Ferron, hebt U toegezegd, de mogelykheid te doen nagaan om de afgifte van aardappelen aan den kleinhandel ook op andere plaatsen in de stad dan op de Centrale Markt te doen plaatsvinden; een en ander hield verband met de moeilykheden, welke de kleinhandelaren by het transport der aardappelen naar hun zaken, ondervonden. Ingevolge Uw opdracht heb ik hieromtrent een onderzoek ingesteld, waarby het volgende is gebleken.

In tegenstelling met hetgeen door de heeren Van Sevenster c.s. werd gevraagd, deelde het Bestuur van de plaatselyke afdeeling der V.B.N.A. (de aardappelgrossiers) my mede, dat het niet in de bedoeling lag, dat het Gemeentebestuur mee zou werken, dat er in verschillende deelen van de stad pakhuisruimte ter beschikking zou komen, waarnaar de aardappelen deels per auto van de Centrale Markt af, en deels direct per vaartuig zouden worden aangevoerd en eventueel zouden worden opgeslagen, doch dat de aardappelen op enkele plaatsen in de stad direct per vaartuig zouden worden aangevoerd en uit het vaartuig aan den kleinhandel zouden worden afgeleverd. Hiervoor was dus geen pakhuisruimte noodig.

De groothandelaren waren - hoewel aan bovenomschreven gang van zaken voor hen verschillende bezwaren waren verbonden (hierop kom ik hieronder nog nader terug) - bereid, aan een decentralisatie by de aflevering van aardappelen mede te werken; de kleinhandelaren konden vooralsnog met een zoodanige regeling niet direct instemmen en waren daarom destyds nog in bespreking met de Akkerbouwcentrale, om een voor hen gunstiger regeling te verkrygen ten aanzien van de hun toe te kennen vergoeding wegens het zelf transporteeren van de aardappelen van de Centrale Markt naar de winkels. Indien dit zou gelukken, zou men liever afzien van een gedecentraliseerde afgifte der aardappelen. Deze brief beschrijft een logistiek vraagstuk binnen de voedselvoorziening tijdens de vroege bezettingsjaren in Nederland. De kern van het probleem is de efficiënte distributie van aardappelen aan winkeliers (de kleinhandel).

  • Het voorstel: In plaats van alle aardappelen centraal op de 'Centrale Markt' te verhandelen, wordt geopperd om ze per schip naar diverse wijken in de stad te brengen. Dit zou de transportdruk voor winkeliers verlagen.
  • De partijen:
    • De Wethouder: Verantwoordelijk voor de voedselvoorziening in de stad.
    • Nederlandsche Akkerbouwcentrale (NAC): De overheidsinstantie die de regie voerde over de landbouwproductie.
    • V.B.N.A.: De vereniging van aardappelgroothandelaren (grossiers).
    • Kleinhandelaren: De winkeliers die de aardappelen aan de burgers verkopen.
  • Het conflict: Hoewel decentralisatie handig lijkt, geven de kleinhandelaren de voorkeur aan een financiële vergoeding voor hun eigen transportkosten boven een nieuwe distributiemethode. Als zij een hogere vergoeding krijgen om zelf naar de Centrale Markt te komen, hebben zij liever dat de situatie blijft zoals deze is. Het document dateert van februari 1941, een periode waarin de Duitse bezetting van Nederland steeds meer grip kreeg op de economie en de dagelijkse behoeften. De Nederlandsche Akkerbouwcentrale was een cruciaal instrument in de distributiestrijd; zij bepaalden hoeveel aardappelen waarheen gingen.

De brief illustreert de bureaucratische complexiteit van de voedselvoorziening in oorlogstijd. Alles moest strak geregeld zijn om schaarste en zwarte handel te voorkomen. De discussie over transportvergoedingen versus logistieke spreiding toont aan dat, ondanks de oorlogsomstandigheden, zakelijke en financiële belangen tussen de verschillende schakels in de keten (groothandel vs. kleinhandel) een grote rol bleven spelen. De naam 'M. Müller' bovenin suggereert een ambtenaar werkzaam bij het bureau van de Wethouder van Levensmiddelen.

Samenvatting

Deze brief beschrijft een logistiek vraagstuk binnen de voedselvoorziening tijdens de vroege bezettingsjaren in Nederland. De kern van het probleem is de efficiënte distributie van aardappelen aan winkeliers (de kleinhandel).

  • Het voorstel: In plaats van alle aardappelen centraal op de 'Centrale Markt' te verhandelen, wordt geopperd om ze per schip naar diverse wijken in de stad te brengen. Dit zou de transportdruk voor winkeliers verlagen.
  • De partijen:
    • De Wethouder: Verantwoordelijk voor de voedselvoorziening in de stad.
    • Nederlandsche Akkerbouwcentrale (NAC): De overheidsinstantie die de regie voerde over de landbouwproductie.
    • V.B.N.A.: De vereniging van aardappelgroothandelaren (grossiers).
    • Kleinhandelaren: De winkeliers die de aardappelen aan de burgers verkopen.
  • Het conflict: Hoewel decentralisatie handig lijkt, geven de kleinhandelaren de voorkeur aan een financiële vergoeding voor hun eigen transportkosten boven een nieuwe distributiemethode. Als zij een hogere vergoeding krijgen om zelf naar de Centrale Markt te komen, hebben zij liever dat de situatie blijft zoals deze is.

Historische Context

Het document dateert van februari 1941, een periode waarin de Duitse bezetting van Nederland steeds meer grip kreeg op de economie en de dagelijkse behoeften. De Nederlandsche Akkerbouwcentrale was een cruciaal instrument in de distributiestrijd; zij bepaalden hoeveel aardappelen waarheen gingen.

De brief illustreert de bureaucratische complexiteit van de voedselvoorziening in oorlogstijd. Alles moest strak geregeld zijn om schaarste en zwarte handel te voorkomen. De discussie over transportvergoedingen versus logistieke spreiding toont aan dat, ondanks de oorlogsomstandigheden, zakelijke en financiële belangen tussen de verschillende schakels in de keten (groothandel vs. kleinhandel) een grote rol bleven spelen. De naam 'M. Müller' bovenin suggereert een ambtenaar werkzaam bij het bureau van de Wethouder van Levensmiddelen.

Kooplieden in dit dossier 1