Archief 745
Inventaris 745-342
Pagina 287
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtelijke brief/conceptbrief.

27 augustus 1941 (rechtsboven gedateerd "27/8 1941").

Origineel

Ambtelijke brief/conceptbrief. 27 augustus 1941 (rechtsboven gedateerd "27/8 1941"). [Marginale notitie linksboven:]
Inkuilen van aardappelen

[Koptekst:]
A’dam, 27/8 1941
21/10/217 W.h.ll.

Onder terugzending van het met Uw kantbrief dd. 23 dezer om spoedig advies ontvangen stuk No 801 L.M. 1941 heb ik de eer U te berichten, dat de voorziening van aardappelen voor het geheele land geschiedt door de Nederlandsche Akkerbouwcentrale in ’s Gravenhage onder toezicht van het Rijksbureau Voedselvoorziening in oorlogstijd. (de Heeren Smets, Van Meurs en ondergetekende)

Uit een bespreking, welke [doorstreept: op hebben] plaats gehad met [doorstreept: ambtenaren] vertegenwoordigers van voornoemd Bureau ter zake van den winteropslag van diverse levensmiddelen, is gebleken, dat de [doorstreept: dislocatie] zorg voor de voorraden voor den komenden winter behoort tot de onderwerpen, welke door het Bureau Voedselvoorziening in oorlogstijd reeds in [doorstreept: behandeling zijn genomen] handen is genomen.

Voor wat betreft het aanleggen van een zoo ruim mogelijke reserve van aardappelen, zal van dezerzijds verder met de daarvoor in aanmerking komende instanties overleg worden gepleegd.

Ter zake van [doorstreept: het inkuilen van aardappelen in de onmiddellijke omgeving van de stad Amsterdam kan ik berichten dat naar aanleiding van ingesteld onderzoek is gebleken]

Ik kan hieromtrent echter verklaren, dat door de deskundigen [doorstreept: de geaardheid van den bodem (veengrond)] op zand-, geest- en dergelijke hooggelegen gronden inkuilen wel mogelijk is. In dit verband wijs ik er echter op, dat in de onmiddellijke omgeving van Amsterdam een uitgebreide aardappelteelt bestaat in de polders, Haarlemmermeer- en Houtrakpolders. De afgeloopen winter zijn deze polders, die een geraamd areaal hebben van 400.000 à 500.000 hl. voor de boven- [einde pagina]

[Marginale notities linkerzijde:]
T. v. d. VBNA [waarschijnlijk: Vereniging van de Nederlandse Aardappelhandel]
Wethouder van... [onleesbaar]
In de beantwoording van de vraag... [concept-aanvulling over de technische haalbaarheid van inkuilen op veengrond]. Het document is een ambtelijk schrijven (mogelijk een concept) over de voedselvoorziening in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de brief is de coördinatie tussen de lokale overheid en de centrale Rijksorganen (zoals de Nederlandsche Akkerbouwcentrale en het Rijksbureau Voedselvoorziening in oorlogstijd).

De brief behandelt de logistieke uitdaging van de "winteropslag" van aardappelen. Er wordt specifiek ingegaan op de techniek van het "inkuilen" (het ondergronds opslaan van aardappelen om ze tegen vorst te beschermen). De schrijver merkt op dat hoewel inkuilen op zandgronden goed kan, de directe omgeving van Amsterdam (de polders) grotendeels uit veengrond bestaat, wat technische beperkingen met zich meebrengt voor de langdurige opslag van grote hoeveelheden. Dit document stamt uit augustus 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening werd in deze periode strikt gecentraliseerd door de bezetter om schaarste te beheersen en de distributie (o.a. naar Duitsland) te controleren.

Aardappelen waren het primaire volksvoedsel en de winteropslag was van cruciaal belang om de honger in de steden te voorkomen. De brief toont de bureaucratische realiteit van die tijd: lokale ambtenaren moesten navigeren tussen centrale richtlijnen uit Den Haag en de fysieke realiteit van hun eigen regio (zoals de bodemgesteldheid van de Haarlemmermeer). Het noemen van "Voedselvoorziening in oorlogstijd" duidt op de speciale wetgeving en instanties die tijdens de bezetting in het leven waren geroepen.

Samenvatting

Het document is een ambtelijk schrijven (mogelijk een concept) over de voedselvoorziening in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de brief is de coördinatie tussen de lokale overheid en de centrale Rijksorganen (zoals de Nederlandsche Akkerbouwcentrale en het Rijksbureau Voedselvoorziening in oorlogstijd).

De brief behandelt de logistieke uitdaging van de "winteropslag" van aardappelen. Er wordt specifiek ingegaan op de techniek van het "inkuilen" (het ondergronds opslaan van aardappelen om ze tegen vorst te beschermen). De schrijver merkt op dat hoewel inkuilen op zandgronden goed kan, de directe omgeving van Amsterdam (de polders) grotendeels uit veengrond bestaat, wat technische beperkingen met zich meebrengt voor de langdurige opslag van grote hoeveelheden.

Historische Context

Dit document stamt uit augustus 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening werd in deze periode strikt gecentraliseerd door de bezetter om schaarste te beheersen en de distributie (o.a. naar Duitsland) te controleren.

Aardappelen waren het primaire volksvoedsel en de winteropslag was van cruciaal belang om de honger in de steden te voorkomen. De brief toont de bureaucratische realiteit van die tijd: lokale ambtenaren moesten navigeren tussen centrale richtlijnen uit Den Haag en de fysieke realiteit van hun eigen regio (zoals de bodemgesteldheid van de Haarlemmermeer). Het noemen van "Voedselvoorziening in oorlogstijd" duidt op de speciale wetgeving en instanties die tijdens de bezetting in het leven waren geroepen.

Locaties

Amsterdam ("A’dam").

Kooplieden in dit dossier 1