Archief 745
Inventaris 745-342
Pagina 286
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag), bladzijde 2.

29 augustus 1941. Van: De Directeur van het Marktwezen.

Origineel

Getypte brief (doorslag), bladzijde 2. 29 augustus 1941. De Directeur van het Marktwezen. Bladzijde 2 van brief No. 2A/10/2 M. d.d. 29 Augustus 1941 aan
den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur
van het Marktwezen.

3 kg. aardappelen per hoofd per week zou worden verstrekt).

Ik kan verder nog mededeelen, dat het de bedoeling
is om buiten bovenbedoelde reserve om, ook in den aanstaanden
winter in de stad steeds voor minstens 4 weken aardappelen in
voorraad te houden in lichters en pakhuizen met het oog op
eventueele stagnatie van het verkeer.

In verband met het bovenstaande geef ik U beleefd
in overweging den adressant te doen berichten, dat de voor-
ziening met aardappelen en het onderhouden van eenige reserves
in de steden reeds centraal wordt verzorgd door het Bureau
Voedselvoorziening in Oorlogstijd, de Akkerbouwcentrale en de
V.B.N.A.

De Directeur, * Inhoud: De tekst bespreekt de logistieke planning rondom de aardappelvoorraad in een (niet nader genoemde, maar waarschijnlijk grote) stad. Er wordt gesproken over een rantsoen van 3 kg per persoon per week. Om te voorkomen dat de stad zonder voedsel komt te zitten bij verkeersstagnatie (bijvoorbeeld door strenge vorst of oorlogshandelingen), stelt de directeur voor om een ijzeren voorraad voor vier weken aan te leggen in schepen (lichters) en pakhuizen.
* Terminologie: De tekst bevat typisch ambtelijk taalgebruik uit de vroege 20e eeuw en de spelling-Marchant (bijv. "den", "mededeelen", "eventueele").
* Organisaties: Er worden drie belangrijke instanties genoemd die de regie voeren over de voedseldistributie:
1. Bureau Voedselvoorziening in Oorlogstijd (BVO): De overheidsinstantie verantwoordelijk voor de distributie.
2. Akkerbouwcentrale: Een crisisorganisatie die toezag op de productie en handel van akkerbouwproducten.
3. V.B.N.A.: Waarschijnlijk de Vereniging van Beheerders van Nederlandse Aardappelhandels-bureaus. Dit document stamt uit augustus 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De voedselvoorziening werd in deze periode steeds nijpender en stond onder streng centraal toezicht. De overheid probeerde door middel van rantsoenering en het aanleggen van strategische voorraden (vooral van basisbehoeften zoals aardappelen) hongersnood in de steden te voorkomen. De vrees voor "stagnatie van het verkeer" was reëel; in de winter kon het vervoer over water (de belangrijkste route voor bulkgoederen zoals aardappelen) volledig stilvallen door ijsgang, wat zonder lokale reserves direct tot tekorten zou leiden. Er worden drie belangrijke instanties genoemd die de regie voeren over de voedseldistributie:

Samenvatting

  • Inhoud: De tekst bespreekt de logistieke planning rondom de aardappelvoorraad in een (niet nader genoemde, maar waarschijnlijk grote) stad. Er wordt gesproken over een rantsoen van 3 kg per persoon per week. Om te voorkomen dat de stad zonder voedsel komt te zitten bij verkeersstagnatie (bijvoorbeeld door strenge vorst of oorlogshandelingen), stelt de directeur voor om een ijzeren voorraad voor vier weken aan te leggen in schepen (lichters) en pakhuizen.
  • Terminologie: De tekst bevat typisch ambtelijk taalgebruik uit de vroege 20e eeuw en de spelling-Marchant (bijv. "den", "mededeelen", "eventueele").
  • Organisaties: Er worden drie belangrijke instanties genoemd die de regie voeren over de voedseldistributie:
    1. Bureau Voedselvoorziening in Oorlogstijd (BVO): De overheidsinstantie verantwoordelijk voor de distributie.
    2. Akkerbouwcentrale: Een crisisorganisatie die toezag op de productie en handel van akkerbouwproducten.
    3. V.B.N.A.: Waarschijnlijk de Vereniging van Beheerders van Nederlandse Aardappelhandels-bureaus.

Historische Context

Dit document stamt uit augustus 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De voedselvoorziening werd in deze periode steeds nijpender en stond onder streng centraal toezicht. De overheid probeerde door middel van rantsoenering en het aanleggen van strategische voorraden (vooral van basisbehoeften zoals aardappelen) hongersnood in de steden te voorkomen. De vrees voor "stagnatie van het verkeer" was reëel; in de winter kon het vervoer over water (de belangrijkste route voor bulkgoederen zoals aardappelen) volledig stilvallen door ijsgang, wat zonder lokale reserves direct tot tekorten zou leiden.

Organisaties

Er worden drie belangrijke instanties genoemd die de regie voeren over de voedseldistributie:

Kooplieden in dit dossier 1