Archief 745
Inventaris 745-342
Pagina 358
Dossier 2C
Jaar 1941
Stadsarchief

Rapport van de Controleur van het Marktwezen.

16 januari 1941.

Origineel

Rapport van de Controleur van het Marktwezen. 16 januari 1941. № 28/2/1 M.1941 16/1

R A P P O R T

111

W.de Groot, oud 28 jaar en wonende Retiefstraat 71 alhier, verzoekt om een erkenning als groothandelaar in groenten en fruit. Hij verklaart reeds 12 jaar in de betrokken groothandel werkzaam te zijn geweest als personeel bij zijn schoonvader, wijlen M.Nebig. Laatstgenoemde was sedert de opening van de Centrale Markt ook aldaar gevestigd als grossier.
Als personeel van Nebig heeft de Groot toegang gehad tot de Centrale Markt sedert October 1934. Sedert 1 Januari 1941 doet de Groot voor eigen rekening zaken en bezet daartoe plaats 16 in de Hal. Voor zoover door mij kan worden beoordeeld heeft hij de vragen van zijn invulformulier naar waarheid beantwoord.

Den Heer Bedrijfschef Amsterdam 16 Januari 1941
v/h Marktwezen.
Controleur,
[Handtekening links: onleesbaar] [Handtekening rechts: onleesbaar]

[Handgeschreven aantekeningen:]
Marginaal stempelen en doorzenden naar Den Haag.
Accoord [Paraaf] 17/1 '41
Doorgezonden 18/1-41 [Paraaf] Het document is een ambtelijk rapport waarin een controleur van het Amsterdamse Marktwezen adviseert over de aanvraag van W. de Groot om officieel erkend te worden als grossier (groothandelaar).

Belangrijke punten uit de tekst:
* Continuïteit: De Groot is geen nieuwkomer; hij heeft twaalf jaar ervaring in de zaak van zijn overleden schoonvader, M. Nebig.
* Locatie: De onderneming is gevestigd op de Centrale Markt in Amsterdam (de huidige Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat), die in 1934 werd geopend. De Groot heeft daar een eigen standplaats (nummer 16 in de Hal).
* Status: Per 1 januari 1941 is De Groot voor eigen rekening gaan werken. De controleur bevestigt de betrouwbaarheid van de aanvrager.
* Procedure: De handgeschreven noten onderaan tonen de administratieve afhandeling. De zaak moet worden voorgelegd aan een instantie in Den Haag, wat duidt op de centralisatie van economische vergunningen tijdens de bezettingsjaren. Dit document stamt uit de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland (januari 1941). De datum en de namen in het document zijn historisch relevant:

  1. De Transvaalbuurt: De aanvrager woonde in de Retiefstraat, het hart van de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost. Dit was destijds een wijk met een zeer grote Joodse populatie.
  2. M. Nebig: De genoemde schoonvader, Marcus Nebig, was een Joodse koopman die in oktober 1940 was overleden. De overname van de zaak door zijn schoonzoon W. de Groot (Willem de Groot) vond plaats vlak voordat de grootschalige "arisering" (het onteigenen van Joodse bedrijven) door de bezetter werd opgevoerd. Hoewel de overname hier gepresenteerd wordt als een reguliere opvolging na overlijden, vonden dergelijke overdrachten in deze periode vaak plaats om de continuïteit van Joodse familiebedrijven te waarborgen onder dreiging van anti-Joodse maatregelen.
  3. Economische controle: In januari 1941 werden de regels voor bedrijfsvoering aangescherpt (zoals Verordening 189/1940 voor de registratie van Joodse ondernemingen). De noodzaak voor "erkenning" en het doorzenden naar Den Haag passen in het beeld van een steeds strenger gecontroleerde oorlogseconomie.

Samenvatting

Het document is een ambtelijk rapport waarin een controleur van het Amsterdamse Marktwezen adviseert over de aanvraag van W. de Groot om officieel erkend te worden als grossier (groothandelaar).

Belangrijke punten uit de tekst:
* Continuïteit: De Groot is geen nieuwkomer; hij heeft twaalf jaar ervaring in de zaak van zijn overleden schoonvader, M. Nebig.
* Locatie: De onderneming is gevestigd op de Centrale Markt in Amsterdam (de huidige Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat), die in 1934 werd geopend. De Groot heeft daar een eigen standplaats (nummer 16 in de Hal).
* Status: Per 1 januari 1941 is De Groot voor eigen rekening gaan werken. De controleur bevestigt de betrouwbaarheid van de aanvrager.
* Procedure: De handgeschreven noten onderaan tonen de administratieve afhandeling. De zaak moet worden voorgelegd aan een instantie in Den Haag, wat duidt op de centralisatie van economische vergunningen tijdens de bezettingsjaren.

Historische Context

Dit document stamt uit de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland (januari 1941). De datum en de namen in het document zijn historisch relevant:

  1. De Transvaalbuurt: De aanvrager woonde in de Retiefstraat, het hart van de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost. Dit was destijds een wijk met een zeer grote Joodse populatie.
  2. M. Nebig: De genoemde schoonvader, Marcus Nebig, was een Joodse koopman die in oktober 1940 was overleden. De overname van de zaak door zijn schoonzoon W. de Groot (Willem de Groot) vond plaats vlak voordat de grootschalige "arisering" (het onteigenen van Joodse bedrijven) door de bezetter werd opgevoerd. Hoewel de overname hier gepresenteerd wordt als een reguliere opvolging na overlijden, vonden dergelijke overdrachten in deze periode vaak plaats om de continuïteit van Joodse familiebedrijven te waarborgen onder dreiging van anti-Joodse maatregelen.
  3. Economische controle: In januari 1941 werden de regels voor bedrijfsvoering aangescherpt (zoals Verordening 189/1940 voor de registratie van Joodse ondernemingen). De noodzaak voor "erkenning" en het doorzenden naar Den Haag passen in het beeld van een steeds strenger gecontroleerde oorlogseconomie.

Locaties

Amsterdam.

Ambtenaren

Bedrijfschef

Kooplieden in dit dossier 1