Officieel ambtelijk rapport.
Origineel
Officieel ambtelijk rapport. 18 augustus 1941. [Bovenaan gestempeld en getypt]
No 2/B/48 / M. 1941
R A P P O R T
[Hoofdtekst]
J. Pereelijn, oud 51 jaar en wonende de La Reijstraat 3 alhier, verzoekt om een erkenning als kleinhandelaar in groenten en fruit. Hij verklaart van 1920 tot Februari 1936 in de betrokken kleinhandel werkzaam te zijn geweest als zelfstandig handelaar. Hierbij zou hij op verschillende dagmarkten hebben gestaan en gevent in Oost. Een vaste standplaats heeft hij blijkbaar nimmer gehad, zodat uiteraard het bezet hebben van een marktplaats niet meer met zekerheid is na te gaan. Wel is Pereelijn van Augustus 1935 tot 20 Februari 1936 in het bezit geweest van een ventvergunning onder Serie G No 132, waarbij hij gerechtigd was te venten met groenten en fruit. Deze vergunning is toen wegens schuld ingetrokken. Pereelijn die na Februari geheel in de diamantbewerking is gegaan, doet thans weer moeite om zijn ventvergunning terug te krijgen. Voor zoover door mij kan worden beoordeeld heeft hij de vragen van zijn invulformulier naar waarheid beantwoord. Ten Slotte zij nog vermeld, dat hij nimmer een toegangskaart voor de Centrale Markt heeft gehad.
[Ondertekening]
Den Heer Bedrijfschef
v/h Marktwezen.
Amsterdam 18 Augustus 1941
Controleur,
[Handtekening]
[Handgeschreven aantekeningen]
(Links verticaal): Mogelijk doorzenden 25/8-'41 [Handtekening]
(Onderaan): Verklaring stempelen en doorzenden naar de Bedr. Chef. [Initialen] 21/8 '41 [Handtekening] In dit rapport onderzoekt een controleur van het Amsterdamse Marktwezen de achtergrond van J. Pereelijn, die een vergunning aanvraagt om weer in groenten en fruit te mogen handelen. Pereelijn was tussen 1920 en 1936 al werkzaam als zelfstandig koopman, maar raakte zijn vergunning kwijt door schulden. Daarna werkte hij in de diamantsector. De controleur bevestigt dat Pereelijn inderdaad een vergunning heeft gehad in de jaren '30 en acht zijn huidige verklaringen geloofwaardig, hoewel er geen bewijs is voor vaste marktplaatsen uit het verleden.
De ambtelijke molen lijkt positief gestemd: de handgeschreven kanttekeningen suggereren dat de aanvraag wordt doorgeleid naar de bedrijfschef voor verdere afhandeling. Dit document is historisch significant vanwege de datum (augustus 1941) en de achtergrond van de betrokkene.
1. Joodse context: J. Pereelijn (voluit Jacob Pereelijn, geb. 1890) woonde in de De La Reijstraat in de Transvaalbuurt, een buurt met in die tijd een zeer grote Joodse populatie. Hij was werkzaam in de diamantbewerking, een sector waarin veel Joodse Amsterdammers werkten.
2. Oorlogstijd: In 1941 voerde de Duitse bezetter steeds strengere anti-Joodse maatregelen in. Veel Joden verloren hun baan of werden uit hun ambt ontzet. De poging van Pereelijn om terug te keren naar de straathandel (venten) was waarschijnlijk een noodgreep om in zijn levensonderhoud te voorzien nadat het werken in de diamantindustrie voor hem onmogelijk of onveilig werd gemaakt.
3. Tragische afloop: Uit archieven (zoals het Joods Monument) blijkt dat Jacob Pereelijn in juni 1943 is vermoord in vernietigingskamp Sobibor. Dit document vormt een tastbaar bewijs van zijn laatste pogingen om een legaal bestaan op te bouwen in bezet Amsterdam.