Officieel ambtelijk rapport van de Gemeente Amsterdam, Afdeling Marktwezen.
Origineel
Officieel ambtelijk rapport van de Gemeente Amsterdam, Afdeling Marktwezen. 9 september 1941. Nº 2 B/53 / M. 1941 11/9
R A P P O R T
I.Degen, oud 33 jaar en wonende Andreas Bonstraat 13 alhier
verzoekt om een erkenning als kleinhandelaar in groenten
en fruit. Hij verklaart van 1924 tot 1934 in de betrokken
kleinhandel als zelfstandig koopman werkzaam te zijn ge-
weest. Daarna tot heden als kleinhandelaar in bloemen.
Eenig bewijs, dat hij in groenten en fruit heeft gehandeld
staat hem niet ten dienste. Hij is in het bezit van een
ventvergunning onder serie 5 No 172, welke sedert den da-
tum van afgifte (September 1934) bloemen als artikel aan-
geeft. Ook als bloemenkooper heeft Degen sedert 1934 toe-
gang tot de Centrale Markt.
Den Heer Bedrijfschef
v/h Marktwezen.
Amsterdam 9 September 1941
Controleur,
[Handtekening: S. Putten]
[Linker marge, handgeschreven in rood en zwart potlood:]
15/9/41
[Paraaf]
2 B / 53 / 2
[Midden onder, diverse grote handgeschreven parafen en data, o.a.:]
12/9/41
[Rechts onder, handgeschreven instructie:]
Afschrift van dit rapport
bij aanvrage Degen
aan N.C. [?] c. over-
leggen [?] * Administratieve bewijslast: Het rapport belicht de problematische bewijsvoering voor de aanvrager. Hoewel Degen claimt tien jaar ervaring te hebben in de groenten- en fruithandel (1924-1934), kan hij dit niet met documenten staven. Zijn officiële ventvergunning uit 1934 vermeldt enkel "bloemen".
* Status van de aanvrager: De nadruk op het gebrek aan bewijs ("Eenig bewijs... staat hem niet ten dienste") suggereert een kritische houding van de controleur. In de context van 1941 was het verkrijgen van nieuwe handelsvergunningen vaak aan strenge restricties gebonden.
* Bureaucratische verwerking: De vele parafen en de instructie rechtsonder wijzen op een actieve dossierbehandeling tussen 9 en 15 september 1941. Het document diende als basis voor de besluitvorming door de Bedrijfschef van het Marktwezen. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland. In 1941 werden de regels voor straathandel en markttoegang in Amsterdam drastisch aangescherpt. Voor Joodse handelaren — de Andreas Bonnstraat lag in een buurt met veel Joodse inwoners — werden deze vergunningen steeds vaker geweigerd of ingetrokken als onderdeel van de economische uitsluiting. De eis om "erkenning" aan te tonen was een middel voor de overheid om de handelssector te reguleren en te zuiveren. Het feit dat Degen wel toegang had tot de Centrale Markt als bloemenkoper, maar geen bewijs had voor zijn eerdere handel in levensmiddelen, was in deze bureaucratische context een aanzienlijk obstakel voor zijn aanvraag.