Archief 745
Inventaris 745-342
Pagina 481
Dossier 76
Jaar 1941
Stadsarchief

Handgeschreven notitie op gelinieerd of effen papier.

23 oktober 1941.

Origineel

Handgeschreven notitie op gelinieerd of effen papier. 23 oktober 1941. Evert had het formulier benevens het bewijs na het
raadhuis met betrekking tot zijn verlenging naar
naar de Haag opgezonden. Formulier heeft
hij weer terug gehad voor verklaring van
voorkomen, bewijs van verlenging is daar,
aldus Wim, Geller.

23-10-'41.
[Handtekening: Geller] De tekst betreft een korte zakelijke mededeling over de voortgang van een administratief proces. Evert heeft een formulier en een bijbehorend bewijsstuk, na een bezoek aan het raadhuis, naar Den Haag gestuurd voor een "verlenging". Het formulier is echter door de instanties geretourneerd omdat er nog een "verklaring van voorkomen" (mogelijk een bewijs van persoonlijke verschijning of een signalement) ontbrak. Uit de notitie blijkt dat het eigenlijke bewijs van verlenging wel reeds aanwezig of ontvangen is. De notitie is opgesteld door Wim Geller, die de informatie doorgeeft. Opvallend is de verschrijving waarbij het woord "naar" tweemaal achter elkaar is geschreven op de overgang tussen regel 2 en 3. Het briefje is gedateerd op 23 oktober 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode nam de bureaucratie sterk toe, onder meer door de invoering van het Persoonsbewijs en diverse distributie- en werkvergunningen. "De Haag" fungeerde als het administratieve centrum waar veel van deze aanvragen werden verwerkt. Een "verklaring van voorkomen" in deze context kan wijzen op de noodzaak voor een burger om zich fysiek te identificeren bij de autoriteiten, een cruciale stap in een tijd waarin identiteitscontrole een middel voor de bezetter was om de bevolking te beheersen. De informele toon ("Evert had...", "aldus Wim") suggereert een bericht tussen kennissen of collega's die elkaar op de hoogte hielden van bureaucratische hindernissen.

Samenvatting

De tekst betreft een korte zakelijke mededeling over de voortgang van een administratief proces. Evert heeft een formulier en een bijbehorend bewijsstuk, na een bezoek aan het raadhuis, naar Den Haag gestuurd voor een "verlenging". Het formulier is echter door de instanties geretourneerd omdat er nog een "verklaring van voorkomen" (mogelijk een bewijs van persoonlijke verschijning of een signalement) ontbrak. Uit de notitie blijkt dat het eigenlijke bewijs van verlenging wel reeds aanwezig of ontvangen is. De notitie is opgesteld door Wim Geller, die de informatie doorgeeft. Opvallend is de verschrijving waarbij het woord "naar" tweemaal achter elkaar is geschreven op de overgang tussen regel 2 en 3.

Historische Context

Het briefje is gedateerd op 23 oktober 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode nam de bureaucratie sterk toe, onder meer door de invoering van het Persoonsbewijs en diverse distributie- en werkvergunningen. "De Haag" fungeerde als het administratieve centrum waar veel van deze aanvragen werden verwerkt. Een "verklaring van voorkomen" in deze context kan wijzen op de noodzaak voor een burger om zich fysiek te identificeren bij de autoriteiten, een cruciale stap in een tijd waarin identiteitscontrole een middel voor de bezetter was om de bevolking te beheersen. De informele toon ("Evert had...", "aldus Wim") suggereert een bericht tussen kennissen of collega's die elkaar op de hoogte hielden van bureaucratische hindernissen.

Producten

Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Kooplieden in dit dossier 1