Rapport (RAPPORT)
Origineel
Rapport (RAPPORT) 7 november 1941 Controleur (ondertekend door S. Velthuis) Den Heer Bedrijfschef van het Marktwezen № 2 B/ 78/ I M.1941 8/11
R A P P O R T
G.N.Zuyderhoudt, oud 27 jaar en wonende Marnixstraat 61 alhier, verzoekt om een
erkenning als kleinhandelaar in groenten en fruit. Hij verklaart reeds 10 jaren
in de betrokken kleinhandel werkzaam te zijn als personeel bij kooper I. Vel-
mans, gevestigd Marnixstraat 200 alhier, hetgeen mij bij onderzoek juist is ge-
bleken. Zuyderhoudt heeft sinds 1934 toegang tot de Centrale Markt als personeel
van kooper Velmans en heeft in dien tijd de markt geregeld bezocht. Hij wil
thans voor eigen rekening een zaak beginnen, daar het niet uitgesloten is, dat ~~xxx~~
Velmans, die van Joodsche bloede is, zijn zaak moet opheffen. Voor zoover door
mij kan worden beoordeeld heeft Zuyderhoudt de vragen van zijn invulformulier
naar waarheid beantwoord.
Den Heer Bedrijfschef
v/h Marktwezen.
Amsterdam 7 November 1941
Controleur,
[Handtekening: S. Velthuis]
[Handgeschreven aantekeningen onderaan:]
Mogelijkst stempelen en doorzenden naar Den Haag.
Accoord: [Paraaf] 12/11 '41
[Handtekening linksonder: J. Eelman?]
[Verticaal rechts geschreven:]
verzonden 14/11 -'41 * Doel van het document: Het document dient als een officieel rapport van een controleur aan het hoofd van het Amsterdamse Marktwezen. Het adviseert positief over de aanvraag van G.N. Zuyderhoudt om als zelfstandig groentehandelaar erkend te worden.
* Motivering: De aanvrager heeft ruime ervaring (10 jaar) als werknemer van de handelaar Velmans op de Centrale Markt. De directe aanleiding voor de verzelfstandiging is de verwachting dat de zaak van zijn werkgever Velmans geliquideerd zal moeten worden omdat deze "van Joodsche bloede" is.
* Verloop: De controleur bevestigt de feiten. Er volgt een akkoord op 12 november, waarna het stuk op 14 november 1941 wordt doorgezonden naar Den Haag voor verdere verwerking. Dit document stamt uit november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Het illustreert de directe gevolgen van de anti-Joodse maatregelen die de bezetter stapsgewijs invoerde.
Vanaf 1940 werden Joodse ondernemers gedwongen hun bedrijven te registreren, waarna vaak "arisering" (overname door niet-Joden) of gedwongen opheffing volgde. In dit rapport zien we hoe een niet-Joodse werknemer (Zuyderhoudt) anticipeert op de onvermijdelijke uitsluiting van zijn Joodse werkgever (Velmans) uit het economische verkeer. Hij probeert een eigen vergunning te verkrijgen om de marktpositie over te nemen. Het document toont de bureaucratische precisie waarmee de vervolging en de daarmee gepaard gaande economische verschuivingen werden gedocumenteerd door gemeentelijke instanties zoals het Marktwezen.