Archief 745
Inventaris 745-342
Pagina 508
Dossier 2C
Jaar 1941
Stadsarchief

Officieel ambtelijk rapport.

15 november 1941.

Origineel

Officieel ambtelijk rapport. 15 november 1941. $N^o \underline{2B} / 82/1$ M.1941 15/11
2B/82/217

R A P P O R T

H.Bout, oud 27 jaar, wonende 1e Jan Steenstraat 147 alhier, verzoekt om een erkenning als kleinhandelaar in groenten en fruit. Hij verklaart van 1928 tot 1934 in de betrokken kleinhandel werkzaam te zijn geweest als personeel bij zijn vader C.Bout, die een groenten en fruitzaak zou hebben gehad, eerst in de Veerstraat 16, daarna in de Focke Simonszstraat 18 alhier. Bij onderzoek is mij wel gebleken, dat zijn vader een groentenzaak heeft gehad. Een hiervan heeft hij namelijk overgedaan aan kooper J.Jagtman. Dat Bout evenwel als personeel bij zijn vader in dienst is geweest kon door hem op geen enkele wijze worden aangetoond, en zou dan alleen op zijn verklaring moeten worden aangenomen.

Amsterdam 15 November 1941
controleur,

Den Heer Bedrijfschef
v/h Marktwezen.

[Handtekening links]

[Handtekening rechts: Felthuis]

[Handgeschreven notitie in het midden:]
vB
verklaring
meesturen.
Felthuis
[Initialen] 15/11 '41 * Kern van de zaak: De heer H. Bout probeert aan te tonen dat hij over de nodige vakervaring beschikt (opgedaan tussen 1928-1934 in de zaak van zijn vader) om een officiële erkenning als zelfstandig kleinhandelaar te verkrijgen.
* Probleemstelling: Hoewel de controleur heeft kunnen verifiëren dat de vader (C. Bout) inderdaad winkels had in de Veerstraat en Focke Simonszstraat, ontbreekt elk schriftelijk bewijs dat de zoon daar daadwerkelijk in dienst was. Er is geen administratieve "paper trail".
* Besluitvorming: De controleur (Felthuis) stelt vast dat erkenning louter op basis van de mondelinge verklaring van de aanvrager zou moeten geschieden, wat ambtelijk gezien problematisch is. De handgeschreven kanttekening "verklaring meesturen" suggereert dat men aanvullende bewijsstukken of een schriftelijke getuigenverklaring vereiste alvorens een besluit te nemen. * Oorlogstijd: Het document dateert uit november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de distributie van voedsel en de uitoefening van beroepen strikt gereguleerd door de bezetter en de Nederlandse bureaucratie.
* Economische regulering: De erkenning als kleinhandelaar was essentieel. Zonder deze papieren mocht men niet legaal handelen, zeker niet in schaarse goederen zoals groenten en fruit. De overheid probeerde via de "Bedrijfschappen" en het "Marktwezen" de handel te centraliseren en te controleren.
* Vestigingswetgeving: Het document illustreert de strenge handhaving van vakbekwaamheidseisen. Men kon niet zomaar een winkel beginnen; men moest bewijzen jarenlang in het vak werkzaam te zijn geweest. Dit systeem werd door de bezetter vaak extra streng toegepast om de economie in de greep te houden.

Samenvatting

  • Kern van de zaak: De heer H. Bout probeert aan te tonen dat hij over de nodige vakervaring beschikt (opgedaan tussen 1928-1934 in de zaak van zijn vader) om een officiële erkenning als zelfstandig kleinhandelaar te verkrijgen.
  • Probleemstelling: Hoewel de controleur heeft kunnen verifiëren dat de vader (C. Bout) inderdaad winkels had in de Veerstraat en Focke Simonszstraat, ontbreekt elk schriftelijk bewijs dat de zoon daar daadwerkelijk in dienst was. Er is geen administratieve "paper trail".
  • Besluitvorming: De controleur (Felthuis) stelt vast dat erkenning louter op basis van de mondelinge verklaring van de aanvrager zou moeten geschieden, wat ambtelijk gezien problematisch is. De handgeschreven kanttekening "verklaring meesturen" suggereert dat men aanvullende bewijsstukken of een schriftelijke getuigenverklaring vereiste alvorens een besluit te nemen.

Historische Context

  • Oorlogstijd: Het document dateert uit november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de distributie van voedsel en de uitoefening van beroepen strikt gereguleerd door de bezetter en de Nederlandse bureaucratie.
  • Economische regulering: De erkenning als kleinhandelaar was essentieel. Zonder deze papieren mocht men niet legaal handelen, zeker niet in schaarse goederen zoals groenten en fruit. De overheid probeerde via de "Bedrijfschappen" en het "Marktwezen" de handel te centraliseren en te controleren.
  • Vestigingswetgeving: Het document illustreert de strenge handhaving van vakbekwaamheidseisen. Men kon niet zomaar een winkel beginnen; men moest bewijzen jarenlang in het vak werkzaam te zijn geweest. Dit systeem werd door de bezetter vaak extra streng toegepast om de economie in de greep te houden.

Ambtenaren

Bedrijfschef

Kooplieden in dit dossier 1