Officieel rapport.
Origineel
Officieel rapport. 25 november 1941. B. Felthuis, Controleur bij het Marktwezen. De Bedrijfschef van het Marktwezen. R A P P O R T
Naar aanleiding van een schrijven van de Commissie van Advies, bedoeld in het Crisisorganisatiebesluit 1933, d.d. 22 November 1941 en genummerd T.171/msk/vS., waarin wordt verzocht om nadere gegevens omtrent ~~xxxxxxxxxx~~ A.H.A. Nolte, geboren 1 Juli 1913, wonende Schagerlaan 64 alhier, meld ik het volgende.
Nolte is in het bezit van een ventvergunning sedert 1 September 1934, onder Serie 17 No 41. Met betrekking tot het artikel waarmede Nolte mocht venten, is deze vergunning eenige malen gewijzigd als volgt:
Van 1 September 1934 tot 1 Maart 1935 aardappelen en groenten.
Van 1 Maart 1935 tot 16 Augustus 1941 bloemen.
Van 16 Augustus 1941 tot heden aardappelen en groenten.
Ook zij nog vermeld, dat Nolte sinds Januari 1935 toegang heeft tot de Centrale Markt als bloemenkooper.
Den Heer Bedrijfschef
v/h Marktwezen.
Amsterdam 25 November 1941
Controleur,
(B. Felthuis)
[Handtekening: Felthuis] Het document is een ambtelijk verslag over de handelsgeschiedenis van een Amsterdamse straatverkoper, A.H.A. Nolte. De controleur, B. Felthuis, rapporteert aan zijn superieur over de verschillende producten die Nolte door de jaren heen mocht verkopen (venten). Opvallend is de wijziging in augustus 1941, waarbij Nolte weer terugkeert van de bloemenhandel naar de verkoop van primaire levensmiddelen (aardappelen en groenten). Dit kan wijzen op de toenemende schaarste of veranderende prioriteiten in de voedselvoorziening tijdens de bezetting. Dit rapport is opgesteld tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De verwijzing naar het "Crisisorganisatiebesluit 1933" toont aan hoe wetgeving uit de crisisjaren van de jaren '30 door de bezetter en het Nederlandse ambtenarenapparaat werd gebruikt om de distributie en handel strak te reguleren. De Schagerlaan, waar Nolte woonde, lag in Amsterdam-Oost. In deze periode werden persoonsgegevens en handelsvergunningen vaak nauwkeurig nagetrokken door adviescommissies, soms in het kader van economische regulering, maar vaak ook als onderdeel van de administratieve voorbereiding op anti-Joodse maatregelen of de inzet van personeel voor de Arbeitseinsatz.