Handgeschreven brief (administratieve correspondentie)
Origineel
Handgeschreven brief (administratieve correspondentie) 19 mei 1941 Een markthandelaar (naam niet vermeld op deze zijde) No 22 / 8 / 3 M. 1941 21/5 m. Insp
Alkmaar 19 Mei 1941
Aan het Marktwezen Amsterdam.
Door afwezigheid was ik niet in de
gelegenheid om eer een Postwissel groot
f 9.90 op te sturen, en daar kreeg ik
daar op in mijn handen een brief kaart
van af Boskoop nu hier in Alkmaar
Bericht kaart intrekking Plaats
Nu dat begrijp ik niet mijn bedoeling
was om al het markt geld te betalen
wat ik anders betaalden als ik mijn
vaste stand plaats maar kon behouden
want als de toestand beter word dat
ik geen moelykheid mee heeft an mijn
handel op tijd in amsterdam te hebben
daar dit nu niet mogelyk is
Nu hoop ik als dat ik alles wel
op wil sturen wat ik verschuldig
ben, Maar dat ik dan het volgende
jaar weer op de zelfde plaats mag.
in neemen, ik wil ook wel alles tegelyk
op sturen tot 1 Juli toe dat doe ik
nog liever ook daar ik nu in geheel
zoz 22 Inhoud:
De schrijver, een markthandelaar, richt zich tot de Amsterdamse marktmeester naar aanleiding van een ontvangen bericht over de intrekking van zijn of haar vaste standplaats. De handelaar verklaart dat een betaling van f 9,90 (per postwissel) vertraagd is door afwezigheid. De handelaar verblijft op dat moment in Alkmaar, terwijl de aanzegging hem via Boskoop bereikte.
De kern van het verzoek is het behoud van de vaste standplaats voor de toekomst ("het volgende jaar"). De handelaar biedt aan om alle openstaande schulden direct te voldoen, en stelt zelfs voor om vooruit te betalen tot 1 juli, om zo de rechten op de plek veilig te stellen.
Toon en taalgebruik:
De brief is geschreven in een eerbiedige, maar dringende toon. Het taalgebruik is kenmerkend voor de tijd en het opleidingsniveau van de schrijver, met archaïsche spellingen en grammaticale constructies (zoals "als dat ik alles wel op wil sturen" en "an mijn handel"). De nadruk ligt op de angst om de "vaste stand plaats" te verliezen, wat essentieel was voor de continuïteit van de nering. Historische achtergrond:
De brief dateert van mei 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief een puur zakelijke, civiele aangelegenheid lijkt (marktgelden), weerspiegelt de zin "want als de toestand beter word" mogelijk de algemene onzekerheid en economische malaise van de oorlogsjaren. De handel was in deze periode onderhevig aan strenge restricties, schaarste en distributieregels.
Marktwezen Amsterdam:
Het Marktwezen was (en is) de gemeentelijke instantie die verantwoordelijk is voor het beheer van de Amsterdamse markten (zoals de Albert Cuyp of de Dappermarkt). Voor een koopman was het hebben van een 'vaste standplaats' een kostbaar bezit; bij wanbetaling of langdurige afwezigheid kon dit recht worden ingetrokken en vergeven aan iemand op de wachtlijst. De handelaar probeert hier met man en macht een definitieve intrekking te voorkomen. Marktwezen