Administratieve notitie / adviesblad (Alg. Zaken Model No. 14).
Origineel
Administratieve notitie / adviesblad (Alg. Zaken Model No. 14). 21 mei 1941 tot 28 mei 1941. [Linksboven, voorgedrukt kader]
B I J B L A D V A N :
M. No. 22/8/3 1941
DOORGEZONDEN: 21/5-'41
[Rechtsboven, handgeschreven]
523
Ar. Bakker
(Spoed) advies
23-5-'41
de Haan
[Centrale tekst, handgeschreven]
aan J. Ramp kan worden bericht
dat tegen inwilliging van zijn verzoek
geen bezwaar bestaat.
Tot 30 Juni a.s. moet hij aan
marktgeld een bedrag van f 17,40 be-
talen, welk bedrag door hem per
omgaande aan den Dienst van het
Marktwezen moet worden overgemaakt.
[Linksonder, handgeschreven aantekeningen]
plaats van J. Ramp vrijgekomen
schuld tot + met 30 Juni f 17,40
[Paraaf, onduidelijk, mogelijk MB]
au p [mogelijk: afgehandeld per post]
[Rechtsonder, handgeschreven]
28-5-'41
de Haan
[Onderkant, voorgedrukt]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document is een interne ambtelijke correspondentie betreffende een verzoek van een zekere heer J. Ramp. Uit de tekst valt op te maken dat Ramp een verzoek heeft ingediend (mogelijk tot beëindiging van zijn marktplaats of een wijziging in zijn vergunning), waar de betreffende dienst ("de Haan") geen bezwaar tegen heeft.
Er is echter nog een openstaande schuld. Ramp wordt gesommeerd om vóór 30 juni 1941 een bedrag van 17,40 gulden aan marktgeld te betalen. Dit moet "per omgaande" (direct na ontvangst van het bericht) worden overgemaakt aan de Dienst van het Marktwezen. De notitie linksonder bevestigt dat de "plaats van J. Ramp vrijgekomen" is, wat suggereert dat het verzoek betrekking had op het opzeggen van zijn standplaats.
De snelheid van afhandeling valt op: het document wordt op 21 mei doorgezonden, er wordt op 23 mei "(Spoed) advies" gegeven, en de uiteindelijke afhandeling/paraf door De Haan volgt op 28 mei 1941. Het document dateert uit mei 1941, een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ondanks de oorlogssituatie ging de reguliere gemeentelijke administratie en de inning van marktgelden gewoon door.
De "Dienst van het Marktwezen" was de instantie die verantwoordelijk was voor de organisatie van markten en de uitgifte van vergunningen voor standplaatsen. Een bedrag van f 17,40 was in 1941 een aanzienlijk bedrag voor een kleine marktkoopman (ter vergelijking: het gemiddelde weekloon voor een arbeider lag toen rond de 20 tot 25 gulden). De noodzaak tot spoed en de strikte toon over betaling "per omgaande" wijzen op een strakke financiële controle door de bezettingsautoriteiten of het onder hun toezicht staande gemeentebestuur.