Dienstbrief/Ambtelijk schrijven.
Origineel
Dienstbrief/Ambtelijk schrijven. 29 mei 1941. De Directeur (waarschijnlijk van de Dienst der Markten of een gerelateerde Amsterdamse gemeentelijke dienst). [In de rechterbovenhoek, handgeschreven:] In de lezer
[Daaronder, getypt:] D/HG.
[In het midden boven, handgeschreven:] Verzonden 29/5
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
24/6/3 M. 5 29 Mei 1941.
Aansluiting waterleiding
standplaats Amstelveld.
Onder terugzending van de met Uw kantbrieven d.d. 10 en 20
dezer om advies ontvangen stukken No.511 L.M.1941 heb ik de eer U
te berichten, dat mijnerzijds tegen inwilliging van het onderhavige
verzoek voor het verlangde punt namelijk het Amstelveld, geen be-
zwaar bestaat, waarbij ik aanteeken, dat ik mij met het gestelde in
den zich onder de stukken bevindenden brief van mijn Ambtgenoot
van den Keuringsdienst van Waren d.d. 16 Mei jl. No.64/71 K.W. vol-
komen kan vereenigen.
Ik geef U derhalve in overweging hiervan de directeuren van
Publieke Werken en Gemeentewaterleidingen kennis te doen nemen.
De Directeur, Deze brief is een formeel ambtelijk advies binnen het gemeentebestuur van Amsterdam. De kern van de zaak is een verzoek voor een wateraansluiting op een standplaats op het Amstelveld. De directeur die de brief schrijft, heeft geen bezwaar tegen dit verzoek.
Hij verwijst expliciet naar het gunstige advies van de Keuringsdienst van Waren. Dit suggereert dat de wateraansluiting bedoeld is voor een activiteit waarbij hygiëne een rol speelt, zoals een marktkraam voor levensmiddelen of bloemen (het Amstelveld staat bekend om zijn plantenmarkt). De directeur adviseert de wethouder om de uitvoerende diensten (Publieke Werken voor de infrastructuur en Gemeentewaterleidingen voor de aansluiting zelf) op de hoogte te stellen zodat de aanvraag geëffectueerd kan worden. De taal is formeel-zakelijk en volgt de destijds geldende spelling en ambtelijke etiquette. Het document is gedateerd mei 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogssituatie ging het reguliere stedelijke beheer en de bureaucratie in Amsterdam door. De rol van de Wethouder voor de Levensmiddelen was in deze periode uiterst belangrijk vanwege de groeiende schaarste en de noodzaak om de voedselvoorziening en distributie nauwgezet te reguleren.
Markten bleven in oorlogstijd essentiële plekken voor de verkoop van ongerantsoeneerde of beperkt beschikbare goederen. Het Amstelveld is van oudsher een marktplein; in 1941 was het een plek waar Amsterdammers nog probeerden aan hun dagelijkse behoeften te komen. De betrokkenheid van de Keuringsdienst van Waren in dit proces onderstreept dat, zelfs onder bezetting, de kwaliteitscontrole op de handel in levensmiddelen een prioriteit bleef voor de gemeente.