Handgeschreven brief (bezwaarschrift of toelichting).
Origineel
Handgeschreven brief (bezwaarschrift of toelichting). 30 juli 1941. Berend van Dijk, Utrecht. De Weledelgeboren Heer Inspecteur van het Marktwezen te Amsterdam. [Bovenaan gecentreerd/rechts:]
Nº 24/10/2 M. 1941 30/7
Utrecht 30 Juli 1941
[Links:]
Aan den Weled. Geb. Heer Inspecteur van het Marktwezen te Amsterdam.
[Rode stempel/aantekening:] port v. h. 7 juli 41(?)
[Midden:]
Weled. Geb. Heer.
z.o.z.
Maandag den 28 Juli 1941 stond ik ten tweestede op den markt (Amstelveld)
Mijn doel en streven is propaganda maken voor natuurgenees-wijze geen reclame ten eigen bate geen schelden op de medici alleen met logische woorden de couranten middeltjes aan de haak stellen Geen onwaarheden alleen die dingen die beschreven zijn door vooraanstaande mannen (nog in leven zijnde personen) in de wetenschap.
Als iemand mij aanschrijft krijgt hij kosteloos antwoord van mij. Mooier kan ik het de menschen toch niet maken.
Wij zijn in deze wereld om elkander te helpen niet om elkander af te zetten of dwars te zitten. Wat ik verkoop sluit ik hier bij in niets anders als enkele dingen die onze medemenschen kunnen gebruiken en bij de normale handel (bijv. J. Hooy te A’dam) kunnen krijgen tegen luttele centen. In den hoop dat Uwe Weled. Geb. Heer mij hebt begrepen en mijn doel ook inziet (dus niet onder het mom van een mooi praatje iets waardeloos verkoopen,, wat dagelijks geschiedt)
Mijn prijs is 10 ct per envellop met inhoud wat er in staat is door de wetenschap in de wereld gebracht dus geen marktbedenksel.
Hierbij teeken ik in den hoop op een goed antwoord van Uwe Weled met mijn naam. Berend van Dijk.
[Rechtsonder:]
24 In deze brief verantwoordt Berend van Dijk zijn aanwezigheid op de markt van het Amstelveld in Amsterdam. Hij positioneert zichzelf niet als een gewone koopman, maar als een idealist die "propaganda" voert voor de natuurgeneeswijze. Hij benadrukt expliciet dat hij geen "mooi praatje" houdt om waardeloze spullen te verkopen voor eigen gewin, maar dat hij wetenschappelijk onderbouwde informatie en middelen verspreidt die ook bij bekende drogisterijen (zoals Jacob Hooy) te krijgen zijn.
Opvallend is zijn defensieve toon: hij ontkent dat hij op de medische stand scheldt en benadrukt de lage prijs (10 cent) en zijn bereidheid tot kosteloos advies. Dit suggereert dat hij mogelijk is aangesproken door de marktopzichter of dat hij een vergunningskwestie probeert recht te breien door zijn maatschappelijke nut te bewijzen. De brief is geschreven op 30 juli 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De marktregels werden in deze periode strenger gecontroleerd, zowel door de Nederlandse autoriteiten als onder druk van de bezetter. Het Amstelveld was (en is) een bekende Amsterdamse marktlocatie.
Het gebruik van het woord "propaganda" had in 1941 nog niet de uitsluitend negatieve bijklank die het nu heeft; het betekende simpelweg het uitdragen van een leer of overtuiging. De verwijzing naar "J. Hooy" (Jacob Hooy) is interessant, aangezien dit bedrijf nog steeds een begrip is in Amsterdam op het gebied van kruiden en natuurlijke remedies. De brief biedt een inkijkje in hoe kleine zelfstandigen en idealisten probeerden te navigeren binnen de bureaucratie van het marktwezen tijdens de oorlogsjaren. J. Hooy Marktwezen