Afschrift van een officiële brief (verzoekschrift).
Origineel
Afschrift van een officiële brief (verzoekschrift). 20 oktober 1941. Nederlandsche Standwerkersbond "Door Samenwerking Verbetering". No.24/14/1 M.1941 23/10 AFSCHRIFT. No.24/4 L.M.1941.
NEDERLANDSCHE STANDWERKERSBOND "DOOR SAMENWERKING
VERBETERING".
Amsterdam, 20 October 1941.
Aan den Edelachtbare Heeren
Burgemeester en Wethouders
van Amsterdam.
Namens bestuurderen van bovengenoemde Bond nemen
ondergeteekenden de vrijheid Uw Geacht College het
volgende verzoek te richten: Ons Lid Hessel Goldberg,
wonende Nw. Kerkstraat 109 te Amsterdam, heeft geduren-
de enige jaren op de weekmarkt op het Amstelveld een
standplaats betrokken voor den verkoop van het arti-
kel "Vogezenhoning" doch aangezien genoemd artikel
als standwerkersartikel is verboden, is hem nadien
een standplaats geweigerd.
Genoemden Goldberg zou nu gaarne een standplaats
op het Amstelveld willen betrekken voor den verkoop
van vlekkenwater en verzoekt derhalve van Uw Edel-
achtbaar College vergunning tot het innemen van een
standplaats op de weekmarkt op het Amstelveld, voor
den verkoop van het artikel vlekkenwater, voor huis-
houdelijk gebruik.
Uw Edelachtbaar College bij voorbaat dankend voor
Uw beslissing die, naar wij hopen, gunstig moge lui-
den, verblijve
Hoogachtend,
Namens het Bestuur
w.g. L. Frenkel
Voorzitter,
A. Morpurgo,
Secretaris. Dit document is een administratief afschrift van een verzoekschrift ingediend door de Nederlandsche Standwerkersbond. De kern van de zaak is een vergunningskwestie: een lid van de bond, Hessel Goldberg, heeft zijn standplaats op de markt op het Amstelveld verloren omdat het product dat hij verkocht ("Vogezenhoning") niet langer was toegestaan voor standwerkers. De bond verzoekt nu om een nieuwe vergunning zodat Goldberg een ander product, namelijk vlekkenwater, mag verkopen om zo zijn plek op de markt te behouden.
De toon van de brief is uiterst formeel en eerbiedig ("Edelachtbare Heeren", "Uw Geacht College"), zoals gebruikelijk in de correspondentie met de gemeentelijke overheid in die tijd. Het gebruik van de term "standwerkersartikel" duidt op specifieke regelgeving die bepaalde producten wel of niet toestond voor verkoop door standwerkers (verkopers die met een praatje hun waren aanprijzen). De datum van de brief, 20 oktober 1941, is historisch zeer significant. Nederland bevond zich midden in de Duitse bezetting. Wat op het eerste gezicht een routineus administratief verzoek lijkt, krijgt een beladen lading wanneer men naar de namen en locaties kijkt:
- Joodse namen: De namen Hessel Goldberg, L. Frenkel (voorzitter) en A. Morpurgo (secretaris) zijn typisch Joods.
- Locatie: Goldberg woonde in de Nieuwe Kerkstraat 109, een straat in het hart van de toenmalige Jodenbuurt in Amsterdam.
- Bezettingstijd: In oktober 1941 waren de anti-Joodse maatregelen van de bezetter al in volle gang. Joden werden systematisch uit het openbare leven en uit vele beroepsgroepen geweerd. De markten waren een van de weinige plekken waar Joodse handelaren nog probeerden te overleven, hoewel ook daar de beperkingen (zoals het verbod op 'Arische' markten voor Joden) steeds strenger werden.
Dit document illustreert de pogingen van Joodse Amsterdammers om via officiële weg hun inkomen en bestaansrecht te behouden in een tijd waarin de mazen van het net zich steeds nauwer rond hen sloten. Het feit dat de bond dit verzoek indient, toont aan dat er op dat moment nog werd geprobeerd via de reguliere bureaucratische kanalen van de stad Amsterdam te opereren.