Administratief bijblad/interne notitie van de gemeente Amsterdam of een ministerie.
Origineel
Administratief bijblad/interne notitie van de gemeente Amsterdam of een ministerie. 20 oktober 1941 (opgesteld), 23 en 27 oktober 1941 (verwerking). [Linksboven in kader]
BIJBLAD VAN:
M. No. 24/14/1 1941
DOORGEZONDEN: 23/10-'41.
[Rechtsboven handgeschreven]
806
m.i. Jusp [Ministerie van Justitie en Politie]
[Midden handgeschreven]
m.i. bestaat tegen inwilliging van
het verzoek geen bezwaar.
27-10-'41
[handtekening/paraf]
[Linker marge handgeschreven]
8/11/41 HS
24/14/2
Verzoek Steenhouwersbond
D.S.V. i.z. H. Goldberg.
[Onderaan rechts handgeschreven]
A'dam, 20/10 1941
W.G.M.
onder terugzending van de
met uw kantbrief dd. 23 dezer ontvangen
stukken no 24/14 LM. 1941 bericht ik
u te berichten, dat H. Goldberg tot het Joodsche
ras behoort, zodat hij i.v.m. 3/11 a.s. voor den
verkoop van het artikel "vlechtvisschen" niet meer tot de
markt kan worden toegelaten.
[Onderaan links, verticaal geschreven]
Wehrmacht op
het Amstelveld
[Linksonder gedrukt]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document vormt een schrijnend voorbeeld van de bureaucratische precisie waarmee de Jodenvervolging in bezet Nederland werd uitgevoerd. De kern van de notitie is de uitsluiting van een individu, H. Goldberg, van zijn economische bestaan.
Hoewel er in de bovenste aantekening (gedateerd 27-10-'41) staat dat er "geen bezwaar" is tegen het inwilligen van een verzoek (mogelijk een interventie van de Steenhouwersbond), wordt dit ongedaan gemaakt door de raciale toetsing onderaan. De ambtenaar stelt vast dat Goldberg "tot het Joodsche ras behoort". Op basis van deze classificatie wordt hij per 3 november 1941 definitief van de markt geweerd. Hij mocht daar dus niet langer zijn "vlechtvisschen" (waarschijnlijk ambachtelijk gevlochten decoraties of speelgoed) verkopen.
De afkorting D.S.V. verwijst naar de Amsterdamse Dienst der Stadsreiniging en het Vervoerswezen, de instantie die in die tijd de marktvergunningen en marktplaatsen beheerde. In het najaar van 1941 voerde de Duitse bezetter de druk op de Joodse bevolking drastisch op. Middels diverse verordeningen (zoals Verordening 138/1941) werden Joden stapsgewijs uit het openbare leven verbannen. Vanaf september/oktober 1941 werd de toegang tot openbare markten voor Joodse handelaren verboden of extreem beperkt.
De datum 3 november 1941, die in het document genoemd wordt, markeert het moment waarop veel van deze uitsluitingsmaatregelen formeel van kracht werden voor marktkooplieden. De krabbel in de marge over de "Wehrmacht op het Amstelveld" (een bekende marktlocatie in Amsterdam) suggereert dat de fysieke aanwezigheid van het Duitse leger de reguliere marktgang eveneens beïnvloedde. Dit document toont hoe de Nederlandse administratie meewerkte aan het identificeren en isoleren van Joodse burgers, wat de opmaat vormde naar de grootschalige deportaties. H. Goldberg M. No Gemeente Amsterdam Politie Wehrmacht