Administratieve fiche / ambtelijke notitie op voorgedrukt formulier.
Origineel
Administratieve fiche / ambtelijke notitie op voorgedrukt formulier. Januari 1941. [Stempel linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 25/9/1 1941
DOORGEZONDEN: 9/1-'41
[Hoofdtekst handgeschreven]
B. Clarenburg - Hijman
plaats 279 Alb. Cuypstraat
(ook:
pl 22 Dapperstraat
en Waterlooplein)
Aan B. Clarenburg-Hijman
m.i. worde bericht dat zij
haar plaats op de markt aan de
Alb. Cuypstraat geregeld, d.w.z.
twee maal per week moet innemen
daar anders de plaats wordt ingetrokken.
De plaatsen op de markten Dapperstraat en
Waterlooplein worden geregeld bezet.
[Aantekeningen rechterkantlijn]
Oproepen
12-1-'41
deKaer
15/1 ; 10 1/2-12 u
[Onderzijde]
20/1/41 AB
[In rood potlood/krijt:] 25/9/2 J.I.
16-1-'41
deKaer
[Voetnoot]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document betreft de controle op het gebruik van marktplaatsen door de Amsterdamse marktkoopvrouw B. Clarenburg-Hijman. Zij beschikt over vergunningen voor drie locaties: de Albert Cuypstraat (plaats 279), de Dapperstraat (plaats 22) en het Waterlooplein.
De ambtelijke notitie ("m.i. worde bericht" - mijns inziens worde bericht) adviseert om de betrokkene formeel te waarschuwen. Hoewel haar kramen op de Dapperstraat en het Waterlooplein keurig bezet zijn, wordt de plaats op de Albert Cuypmarkt blijkbaar onvoldoende gebruikt. Haar wordt de eis gesteld de plaats minimaal twee keer per week in te nemen, op straffe van intrekking van de vergunning. De krabbels in de kantlijn duiden op een oproep voor een gesprek op 15 januari 1941 tussen 10:30 en 12:00 uur. De context van dit document is de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland. De datum (januari 1941) is veelzeggend. De achternaam 'Hijman' is een veelvoorkomende Joodse naam, en de genoemde markten (vooral Waterlooplein en Albert Cuyp) waren het hart van de Joodse handel in Amsterdam.
In deze periode intensiveerde de bezetter, samen met de Amsterdamse marktdienst, de controle op Joodse kooplieden. Het strikt handhaven van administratieve regels over de "regelmatige bezetting" van een kraam was vaak een methode om Joodse handelaren hun licentie te ontnemen, om deze vervolgens te kunnen vergeven aan niet-Joodse aanvragers of simpelweg om de Joodse invloed op de markten te beperken. Dit document is een direct bewijs van de bureaucratische druk die in de maanden voorafgaand aan de Februaristaking op Joodse burgers werd uitgeoefend. B. Clarenburg M. No Marktwezen