Archief 745
Inventaris 745-349
Pagina 256
Dossier 11
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtelijke notitie / adviesrapport.

10 februari 1941 (met latere kanttekeningen op 12 en 14 februari 1941). Van: Ambtenaar van het Marktwezen (ondertekend door G.J. van der Putten (?)).

Origineel

Ambtelijke notitie / adviesrapport. 10 februari 1941 (met latere kanttekeningen op 12 en 14 februari 1941). Ambtenaar van het Marktwezen (ondertekend door G.J. van der Putten (?)). Adres op No 25/20/1 M 1/1.

Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.

Naar aanleiding van bijgaand verzoek van
J. Bloemis, oorspr. plz 297 AC, diene het volgende:
De vaste plaats van Bloemis is per 15 Jan jl ingetrokken
met acht weken schuld (zie Bzp. 297).
Per 2/12-40 had eveneens een intrekking plaats wegens
wanbetaling, doch werd de afvoeringsmaatregel geannuleerd na de
belofte, dat hij zijn schuld zou afdoen, hetgeen niet is
geschied.
Er zijn dan ook geen termen aanwezig om het verzoek
in te willigen.
Zoo hr. Bloemis t.z.t. wederom de AC markt wenscht
te bezoeken en van een plaats zoo veel mogelijk verzekerd
wil zijn, zal hij zich opnieuw op de sollicitantenlijst dienen
te laten plaatsen.

Amst. 10 Febr 41
[Handtekening]

[In rood potlood/inkt, linksonder:]
14/2/41 [Initialen]
Accoord
verzoek afwijzen
25/20/2 M

[In het midden onderaan, met paraaf:]
shd
12/2 '41 Het document is een ambtelijk advies over het verzoek van een marktkoopman genaamd J. Bloemis om zijn vaste standplaats op de Albert Cuypmarkt ("AC markt") terug te krijgen. Uit de tekst blijkt dat Bloemis een recidivist was op het gebied van wanbetaling.

Op 2 december 1940 was zijn vergunning al eens ingetrokken, maar na een belofte tot betaling werd deze maatregel destijds coulancehalve ingetrokken. Omdat hij deze belofte niet nakwam en in januari 1941 een schuld van acht weken had opgebouwd, werd zijn standplaats definitief ingetrokken. De ambtenaar adviseert negatief op het hernieuwde verzoek van Bloemis. De eindbeslissing (in rood genoteerd) luidt dan ook: "Accoord, verzoek afwijzen". Bloemis wordt verwezen naar de onderkant van de sollicitantenlijst (wachtlijst) als hij weer op de markt wil staan. Dit document stamt uit februari 1941, een turbulente periode in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting (kort voor de Februaristaking). Desondanks ging de reguliere gemeentelijke administratie, zoals die van het Marktwezen, gewoon door. De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van de stad. De afkorting "AC" staat hier voor Albert Cuyp.

Het document illustreert de strikte handhaving van marktgelden en standplaatsvergunningen in die tijd. Voor een marktkoopman betekende het verliezen van een "vaste plaats" een groot economisch risico, aangezien men dan afhankelijk werd van de dagelijkse loting of de onderkant van de wachtlijst, waar de kans op een goede plek aanzienlijk kleiner was.

Samenvatting

Het document is een ambtelijk advies over het verzoek van een marktkoopman genaamd J. Bloemis om zijn vaste standplaats op de Albert Cuypmarkt ("AC markt") terug te krijgen. Uit de tekst blijkt dat Bloemis een recidivist was op het gebied van wanbetaling.

Op 2 december 1940 was zijn vergunning al eens ingetrokken, maar na een belofte tot betaling werd deze maatregel destijds coulancehalve ingetrokken. Omdat hij deze belofte niet nakwam en in januari 1941 een schuld van acht weken had opgebouwd, werd zijn standplaats definitief ingetrokken. De ambtenaar adviseert negatief op het hernieuwde verzoek van Bloemis. De eindbeslissing (in rood genoteerd) luidt dan ook: "Accoord, verzoek afwijzen". Bloemis wordt verwezen naar de onderkant van de sollicitantenlijst (wachtlijst) als hij weer op de markt wil staan.

Historische Context

Dit document stamt uit februari 1941, een turbulente periode in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting (kort voor de Februaristaking). Desondanks ging de reguliere gemeentelijke administratie, zoals die van het Marktwezen, gewoon door. De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van de stad. De afkorting "AC" staat hier voor Albert Cuyp.

Het document illustreert de strikte handhaving van marktgelden en standplaatsvergunningen in die tijd. Voor een marktkoopman betekende het verliezen van een "vaste plaats" een groot economisch risico, aangezien men dan afhankelijk werd van de dagelijkse loting of de onderkant van de wachtlijst, waar de kans op een goede plek aanzienlijk kleiner was.