Handgeschreven briefkaart of dossierstuk.
Origineel
Handgeschreven briefkaart of dossierstuk. 14-02-1941. (De originele spelling, interpunctie en regelafbreking zijn aangehouden)
Amsterdam 14-2-41
Mijnheer
Naar aan leiding van een Mij toe ge
zonden kaart van de waren wet
waarin ik werd aangemaant om te betale
over de het jaar 1940. aangezien ik sints
Augustus 1939 niet meer op de markt
heb gestaan met vis of iets deigelijks en
ik bij de burgemeester heb gereklameert
en ontheffing heb gevraagt. en ik moest aan
tonen dat ik in 40 niet op de een of ander markt De tekst is een formeel bezwaarschrift van een marktkoopman gericht aan een gemeentelijke instantie (waarschijnlijk de afdeling Marktwezen, gezien de stempel). De schrijver maakt bezwaar tegen een betalingsverzoek ("aangemaant om te betale") over het jaar 1940. Het verweer is dat de persoon in kwestie sinds augustus 1939 geen vis of soortgelijke producten meer op de markt heeft verkocht. De schrijver geeft aan dat er al eerder is gereclameerd bij de burgemeester en dat er een ontheffing is aangevraagd. De brief lijkt te dienen als bewijsstuk in een lopende administratieve procedure om aan te tonen dat er in 1940 geen sprake was van belastbare marktactiviteiten. Het document dateert uit februari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de controle op de voedselvoorziening en markthandel zeer streng. De datum waarop de schrijver zegt gestopt te zijn (augustus 1939) is saillant, aangezien dit de maand van de algemene mobilisatie was, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Veel handelaren moesten hun activiteiten staken vanwege militaire dienst of de ontregeling van de aanvoerlijnen. De stempel "M. 1941" wijst op de registratie in het jaararchief van het Amsterdamse Marktwezen. De archaïsche en soms foutieve spelling ("sints", "gereklameert", "deigelijks") is typerend voor een persoon met een praktische achtergrond uit die tijd. H. Muller Marktwezen