Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 14 maart 1941. C. Rustenburg, visverkoper, wonende aan de Tuinstraat 140 huis, Amsterdam. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). [Stempels/Aantekeningen linksboven:]
№ 25/34/1 M. 1941 15/3
[Aantekening rechtsboven:]
Amsterdam 14-3-41
Mi Just [mogelijk een ambtelijke paraaf of afkorting]
Mijnheer de Directeur
Ondergeteekende C. Rustenburg, wonende Tuinstraat 140 huis, vischkooper te Amsterdam, richt een beleefd verzoek aan Uw tot terugbekoming van mijn plaats in de Albert Cuypstraat. Ondergeteekende wist niet, dat er de maanden Januari en Februari wel gecontroleerd werden, en dus geen gebruik hoefde te maken van zijn plaats, anders had ik hem gewoon doorbetaald. Uw zoudt mij een zeer groot plezier doen, indien ik tegen betaling van de achterstallige weken, wederom van mijn zelfde plaats, gebruik zou kunnen maken. met beleefde groeten en in afwachting
C. Rustenburg.
Tuinstraat 140 huis
Amsterdam.
[Rechtsonder geschreven:] 25 In deze brief verzoekt C. Rustenburg, een Amsterdamse visboer, om teruggave van zijn vaste staanplaats op de Albert Cuypmarkt. Uit de tekst blijkt dat hij zijn plek is kwijtgeraakt omdat hij in de maanden januari en februari 1941 niet aanwezig was en de bijbehorende marktgelden niet heeft voldaan.
De schrijver voert als reden aan dat hij in de veronderstelling verkeerde dat er in die wintermaanden niet gecontroleerd werd op aanwezigheid of betaling. Mogelijk was dit een misverstand door de uitzonderlijke omstandigheden van de oorlogstijd of de strenge winter. Hij toont zich bereid om de "achterstallige weken" alsnog te betalen om zijn oude vertrouwde plek terug te krijgen. De toon van de brief is uiterst beleefd en onderdanig, passend bij de formele verhouding tussen een kleine zelfstandige en de gemeentelijke autoriteiten in die tijd. Dit document dateert van maart 1941, ruim tien maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De Albert Cuypmarkt was destijds, net als nu, een cruciaal economisch en sociaal knooppunt in de Amsterdamse Pijp.
De bureaucratie rondom de markten was streng gereguleerd door de gemeente (het Marktwezen). Voor marktkooplieden was hun vaste plek hun broodwinning; het verliezen van een vergunning was een economische ramp. De brief illustreert de precaire positie van kleine ondernemers tijdens de bezettingsjaren, waarbij zij probeerden te laveren tussen veranderende regels, schaarste en de noodzaak om hun handel voort te zetten. Dergelijke verzoekschriften zijn veelvuldig terug te vinden in de archieven van het Amsterdamse Marktwezen en geven een stem aan de individuele burger in crisistijd. C. Rustenburg Marktwezen