Ambtelijk advies / Correspondentie.
Origineel
Ambtelijk advies / Correspondentie. 21 mei 1941. Waarschijnlijk een marktmeester of afdelingshoofd (ondertekening lijkt G. Jonkerhuys). Advies op No 25/34/1 Mei 41
Den Heer Inspecteur
v.h. Marktwezen
Alhier.
In verband met bijgaand verzoek van C. Rustenburg, oorspronkelijk pl. 320 Cl, diene het volgende:
Op 5 Aug. jl. is zijn plaats ingetrokken wegens wanbetaling (zie Rap. 11 30) en geruimen tijd geleden aan den rechtmatigen gegadigde toegewezen.
Afgezien van andere overwegingen, gegrond op billijkheid t.o.v. derden, is reeds daarom inwilliging van het verzoek m.i. niet toelaatbaar.
Bovendien heeft R. meermalen blijk gegeven geen belang meer te stellen in zijn oude plaats, zoodat het door hem aangevoerde motief (geen artikelen Jan. en Febr.) onwaar is.
Tenslotte dient te worden opgemerkt, dat Rustenburg zich op 13 Mei '41 opnieuw heeft laten inschrijven op de sollicitantenlijst dezer markt, terwijl hij op 14 Mei j.l. bovenbedoeld schrijven tot de directie heeft gericht.
Amsterdam, 21 Mei 41
[Handtekening: G. Jonkerhuys] Het document betreft een negatief advies over het verzoek van een marktkoopman, C. Rustenburg, om zijn oude standplaats (nummer 320 Cl) terug te krijgen. De ambtenaar voert drie belangrijke redenen aan voor de afwijzing:
- Juridische/Administratieve grond: De plaats is in augustus 1940 al ingetrokken vanwege wanbetaling en inmiddels officieel aan een andere gegadigde toegewezen. Het terugdraaien hiervan zou onbillijk zijn tegenover de nieuwe houder.
- Geloofwaardigheid: Rustenburg claimde dat hij in januari en februari geen goederen ("artikelen") had om te verkopen, maar de inspectie stelt dat dit een leugen is en dat hij simpelweg geen interesse meer toonde.
- Procedurele inconsistentie: Rustenburg heeft zich op 13 mei 1941 opnieuw op de wachtlijst (sollicitantenlijst) laten plaatsen, om vervolgens een dag later een brief te sturen waarin hij zijn oude plek opeist. Dit wordt gezien als inconsequent handelen. Dit document stamt uit mei 1941, een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De schaarste aan goederen ("geen artikelen") waar Rustenburg naar verwijst, was in die tijd een reëel probleem door de invoering van het distributiestelsel en de haperende aanvoerlijnen.
De Dienst van het Marktwezen in Amsterdam hanteerde in deze periode strikte regels om de orde op de markten te handhaven en zwarte handel of leegloop tegen te gaan. Standplaatsen waren schaars en strikt gereguleerd. Het feit dat er ondanks de oorlogssituatie nog steeds nauwgezet administratie werd gevoerd over wanbetalingen en "rechtmatige gegadigden", typeert de bureaucratische continuïteit van het Amsterdamse gemeenteapparaat tijdens de bezettingsjaren.