Archief 745
Inventaris 745-349
Pagina 362
Dossier 15
Jaar 1941
Stadsarchief

Administratieve notitie / adviesrapportage betreffende marktwezen.

Diverse data in maart en april 1941 (o.a. 24-3-'41, 26-3-'41, 3-4-'41, 8-4-'41).

Origineel

Administratieve notitie / adviesrapportage betreffende marktwezen. Diverse data in maart en april 1941 (o.a. 24-3-'41, 26-3-'41, 3-4-'41, 8-4-'41). [Kader linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 25/40/1 / 1941
24/3 - '41
DOORGEZONDEN:

[Handgeschreven tekst rechtsboven]
385
H.L. Barendse
pl. 385 Alb. Cuypstraat

[Rode aantekeningen midden boven]
25/40/2 II
8/4/41 118

[Hoofdtekst, handgeschreven]
Th. v. d. Berkerken
advies
26-3-41
de Baar

Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
alhier

modelbriefje
3 maanden
mits het in zake verschuldigde
marktgelden ad 0,60 p. w.
regelmatig aan Barendse
wordt voldaan

M.i. bestaat geen bezwaar
drie maanden uitstel van plaatsbezetting te verlenen
en hem de mogelijkheid te bieden zich van het marktkoop-
manschap los te maken.
Daar B. een vaste plaats heeft op het onverlichte gedeelte
van de Alb. markt kan hem vanaf 17 Mei jl. tevens gelegenheid
gegeven worden het "onverlichte tarief" te betalen, daar
vastgesteld is dat B. geregeld van zijn vaste plaatsgebruik
heeft gemaakt onder betaling van "dubbel verlichtingstarief".

Tegen inwilliging van het ver- [Signatuur: G. M. v. d. Afriet(?)]
zoek van H.L. Barendse om gedurende G. Macher [?]
drie maanden vrijgesteld te worden
van het innemen van zijn plaats op de markt van de Alb.
Cuypstraat, bestaat m.i. geen bezwaar.
(rapport Chef marktwezen) 3-4-'41 de Baar

[Tekst linksonder]
Alg. Zaken Model No. 14
(O 200) 9-1937 2000 * Onderwerp: Het document betreft een verzoek van marktkramer H.L. Barendse, die een vaste staanplaats (nummer 385) had op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam. Hij vraagt om drie maanden vrijstelling van de verplichting om zijn marktplaats in te nemen.
* Besluitvorming: De adviseur en de Chef Marktwezen (de Baar) staan positief tegenover het verzoek. De achterliggende reden voor het uitstel is dat Barendse overweegt te stoppen met zijn beroep als marktkoopman ("zich van het marktkoopmanschap los te maken").
* Financiële details: Er wordt een voorwaarde gesteld: hij moet zijn wekelijkse marktgeld van 0,60 gulden blijven betalen. Daarnaast is er een correctie op de tarieven: Barendse heeft onterecht een "dubbel verlichtingstarief" betaald terwijl zijn plek op een onverlicht gedeelte van de markt lag. Dit wordt met terugwerkende kracht vanaf 17 mei (vermoedelijk 1940) gecorrigeerd naar het "onverlichte tarief".
* Administratieve gang: De verschillende data en parafen tonen aan hoe het verzoek door de ambtelijke molen gaat, van de eerste registratie op 24 maart tot de uiteindelijke afhandeling begin april 1941. * Tijdsgeest: Het document dateert uit het voorjaar van 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de oorlog niet direct in de tekst wordt genoemd, weerspiegelt de wens van de koopman om "los te komen" van het marktwezen mogelijk de economische druk of de veranderende omstandigheden (zoals schaarste of verordeningen) tijdens de bezetting.
* Locatie: De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam. De administratieve precisie over "onverlichte gedeeltes" en "verlichtingstarieven" geeft een interessant inkijkje in de dagelijkse organisatie van de stad in oorlogstijd.
* Bureaucratie: Het gebruik van "Model No. 14" van de afdeling Algemene Zaken duidt op een gestandaardiseerde werkwijze binnen de Amsterdamse gemeentelijke bureaucratie voor het behandelen van verzoeken van burgers.

Samenvatting

  • Onderwerp: Het document betreft een verzoek van marktkramer H.L. Barendse, die een vaste staanplaats (nummer 385) had op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam. Hij vraagt om drie maanden vrijstelling van de verplichting om zijn marktplaats in te nemen.
  • Besluitvorming: De adviseur en de Chef Marktwezen (de Baar) staan positief tegenover het verzoek. De achterliggende reden voor het uitstel is dat Barendse overweegt te stoppen met zijn beroep als marktkoopman ("zich van het marktkoopmanschap los te maken").
  • Financiële details: Er wordt een voorwaarde gesteld: hij moet zijn wekelijkse marktgeld van 0,60 gulden blijven betalen. Daarnaast is er een correctie op de tarieven: Barendse heeft onterecht een "dubbel verlichtingstarief" betaald terwijl zijn plek op een onverlicht gedeelte van de markt lag. Dit wordt met terugwerkende kracht vanaf 17 mei (vermoedelijk 1940) gecorrigeerd naar het "onverlichte tarief".
  • Administratieve gang: De verschillende data en parafen tonen aan hoe het verzoek door de ambtelijke molen gaat, van de eerste registratie op 24 maart tot de uiteindelijke afhandeling begin april 1941.

Historische Context

  • Tijdsgeest: Het document dateert uit het voorjaar van 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de oorlog niet direct in de tekst wordt genoemd, weerspiegelt de wens van de koopman om "los te komen" van het marktwezen mogelijk de economische druk of de veranderende omstandigheden (zoals schaarste of verordeningen) tijdens de bezetting.
  • Locatie: De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam. De administratieve precisie over "onverlichte gedeeltes" en "verlichtingstarieven" geeft een interessant inkijkje in de dagelijkse organisatie van de stad in oorlogstijd.
  • Bureaucratie: Het gebruik van "Model No. 14" van de afdeling Algemene Zaken duidt op een gestandaardiseerde werkwijze binnen de Amsterdamse gemeentelijke bureaucratie voor het behandelen van verzoeken van burgers.

Locaties

De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam. De administratieve precisie over "onverlichte gedeeltes" en "verlichtingstarieven" geeft een interessant inkijkje in de dagelijkse organisatie van de stad in oorlogstijd.