Handgeschreven ambtelijke notitie / fiche.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie / fiche. C. Nadort / Alb. Cuypstraat
Vleeschwaren. Vraagt plaats
terug.
[In marge rechtsboven:] Th de Haes niets bekend.
Hr. Sieburg? zou hem hebben beloofd, dat
hij zijn plaats na de oorlog weer
terug zou krijgen.
[In marge linksonder:] Th de Haes ook inlichtingen vragen.
[Doorgestreept middenonder:] vrijwillig naar Frankrijk ??
Dan geen sprake van [teruggave]
[Rechtsonder in kader:] Voorloopig afwijzen. Niet op de lijst.
[Initialen/datum:] JHS 22/5 Het document betreft een verzoek van de heer C. Nadort om zijn standplaats op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam terug te krijgen. Uit de aantekeningen blijkt een ambtelijke twijfel over de rechtmatigheid van dit verzoek.
Er worden drie belangrijke punten aangehaald:
1. De belofte: Nadort claimt dat een zekere heer Sieburg hem heeft toegezegd dat hij zijn plek na de oorlog kon hervatten.
2. Verificatie: De ambtenaar Th. de Haes verklaart van niets te weten, waarna wordt voorgesteld hem nogmaals om inlichtingen te vragen.
3. Politiek verleden: De cruciale aantekening "vrijwillig naar Frankrijk??" (hoewel doorgestreept) suggereert dat Nadort tijdens de bezetting mogelijk vrijwillig voor de Duitsers heeft gewerkt (bijvoorbeeld via de Organisation Todt in Frankrijk). Als dit waar is, vervalt zijn recht op een standplaats ("Dan geen sprake van").
De voorlopige conclusie is hard: het verzoek wordt afgewezen omdat hij niet op de lijst van gerechtigden staat. Dit document is exemplarisch voor de periode direct na de bevrijding in mei 1945. Tijdens de bezetting waren veel marktkooplieden (met name Joodse Amsterdammers) van de markt verdreven. Na de oorlog ontstond er een enorme strijd om de schaarse standplaatsen op markten zoals de Albert Cuyp.
Bij de heruitgifte van vergunningen speelde de "zuivering" een grote rol: wie zich tijdens de oorlog loyaal had getoond aan de bezetter of vrijwillig in het buitenland had gewerkt, werd uitgesloten van economisch herstel. De notitie laat zien hoe ambtenaren probeerden te achterhalen of een aanvrager "goed" of "fout" was geweest alvorens een vergunning te verlenen.