Verzoekschrift / Brief
Origineel
Verzoekschrift / Brief 24 maart 1941 A. v. West, Quellijnstraat 140, Amsterdam WelEdelen Heer Directeur van het Marktwezen, Amsterdam [Stempel linksboven:] Nº 25/43/1
[Stempel middenboven:] M. 1941 25/3
Amsterdam 24/3 1941
Aan den WelEdelen Heer
Directeur van het
Marktwezen
Mijnheer
Ondergeteekende A. v. West.
Quellijnstraat 140 van beroep
Koopman in Planten Standwerker
op de markt Albert Cuypstraat.
Verzoekt W.Ed. hem toestemming te
verleenen tot het houden van twee
helpers voor het aanreiken van Planten
en het ontvangen van gelden.
Ondergeteekende verzoekt W.Ed dat
daar hij een weinig doof en slecht
van gehoor is
Namen der helpers zijn:
A. v. Marion geboren 27/2 1897.
te Rockanje: thans wonende Aalsmeer
Hadleystraat 82.
S. Engelsman te Amsterdam * Inhoud: De heer A. v. West, een plantenkoopman en standwerker op de Albert Cuypmarkt, verzoekt de directeur van het Marktwezen om toestemming voor het inzetten van twee helpers.
* Argumentatie: De aanvrager voert een medische reden aan: hij is slechthorend ("een weinig doof en slecht van gehoor"), wat het direct communiceren met klanten en het afhandelen van betalingen bemoeilijkt.
* Personalia:
* A. v. West: De aanvrager, woonachtig in de Pijp (Quellijnstraat).
* A. v. Marion: Eerste helper, afkomstig uit Rockanje en wonend in Aalsmeer (een centrum voor plantenteelt, wat logisch is voor een plantenhandelaar).
* S. Engelsman: Tweede helper, woonachtig in Amsterdam.
* Stijl: Het taalgebruik is formeel en beleefd, passend bij een officieel verzoek aan een gemeentelijke instantie in die tijd (gebruik van "WelEdelen Heer" en "W.Ed."). Dit document stamt uit maart 1941, de periode van de Duitse bezetting van Nederland. In deze tijd was het beheer van de Amsterdamse markten onderworpen aan strikte regelgeving door de Dienst van het Marktwezen.
De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van de stad. Voor kooplieden was het essentieel om officiële vergunningen te hebben voor elke helper, zeker in een tijd waarin de bezetter steeds meer controle uitoefende op het economische leven en de bewegingsvrijheid van burgers. De naam "A. v. West" en de locatie in de Quellijnstraat (een buurt met destijds veel Joodse bewoners) kunnen er op wijzen dat dit document deel uitmaakt van de administratie die later van belang werd bij de anti-Joodse maatregelen, waarbij Joodse marktkooplieden vanaf de zomer van 1941 steeds verder werden beperkt en uiteindelijk geweerd van de reguliere markten. De stempels tonen aan dat het verzoek direct de volgende dag (25 maart) administratief is verwerkt. S. Engelsman Gemeente Amsterdam Marktwezen