Archief 745
Inventaris 745-349
Pagina 414
Dossier 24
Jaar 1941
Stadsarchief

Administratief bijblad/interne notitie van de Gemeente Amsterdam.

April - Mei 1941.

Origineel

Administratief bijblad/interne notitie van de Gemeente Amsterdam. April - Mei 1941. (Rechtsboven in potlood)
448

(Stempel linksboven)
BIJBLAD VAN:
M. No. 25/52/1 1941
DOORGEZONDEN: 16/4-41.

(Hoofding)
H.L. Hartman
pl. 15 Alb. Cuypstraat.

(Eerste handgeschreven gedeelte)
Aan H.L. Hartman kan m.i. wor-
den toegestaan om gedurende drie maan-
den zijn plaats op de markt aan de Alb.
Cuypstraat niet in te nemen, mits
Hartman zorgt, dat het ook tijdens zijn
afwezigheid verschuldigde
marktgeld wekelijks wordt
betaald.
(Zie rapport Chef marktap.)

(In de kantlijn rechts)
Advies
18-4-'41
dtkaer [?]

(Tweede handgeschreven gedeelte, midden)
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier

Gezien de moeilijkheden, waarin de Joodsche kooplieden
verkeeren om aan markthandel te komen, bestaat m.i.
geen bezwaar, dat het verzoek van den Joodschen koopman
Hartman voor een omlijnd tijdvak (3 mnd. bv.) wordt
ingewilligd, mits het verschuldigde marktgeld
regelmatig wordt betaald.

(Rechtsonder)
Amst. 22/4 - '41
[Handtekening]

(Linksonder in rood potlood)
25/52/2 Acc.
modelbriefje verz. 1/5 '41

(Middenonder)
vz
modelbriefje verz. 1/5 '41

(Voetnoot)
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document betreft een ambtelijk besluit over een vergunningskwestie op de Albert Cuypmarkt. H.L. Hartman, een marktkoopman met standplaats nummer 15, heeft verzocht om gedurende drie maanden zijn plek niet te hoeven bezetten.

De tekst bevat twee adviezen. Het eerste advies (waarschijnlijk van een afdelingshoofd) stelt voor het verzoek in te willigen op voorwaarde dat het wekelijkse marktgeld doorbetaald wordt. Het tweede, uitgebreidere advies (gedateerd 22 april 1941) onderbouwt waarom dit verzoek wordt toegekend. De ambtenaar wijst expliciet op de "moeilijkheden, waarin de Joodsche kooplieden verkeeren". Het verzoek wordt uiteindelijk geaccordeerd en op 1 mei 1941 wordt een standaardbevestiging ("modelbriefje") aan Hartman verzonden. Het document dateert van het voorjaar van 1941, een cruciaal jaar tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Albert Cuypmarkt was van oudsher een plek met veel Joodse handelaren.

De zinsnede "moeilijkheden, waarin de Joodsche kooplieden verkeeren" is een directe verwijzing naar de steeds strenger wordende anti-Joodse maatregelen van de bezetter. In deze periode werden Joodse Amsterdammers stap voor stap uit het economische leven verdrongen. Hoewel ze op dit moment (april 1941) formeel nog op de markt mochten staan, werd de handel hen door beperkingen in aanvoer en regelgeving nagenoeg onmogelijk gemaakt.

Kort na dit schrijven, in het najaar van 1941, werden Joden definitief verbannen van de reguliere markten en werden zij gedwongen hun handel te drijven op speciaal aangewezen "Joodsche markten". Dit document vormt daarmee een stille getuige van de bureaucratische afhandeling van de uitsluiting van Joodse burgers in Amsterdam.

Samenvatting

Dit document betreft een ambtelijk besluit over een vergunningskwestie op de Albert Cuypmarkt. H.L. Hartman, een marktkoopman met standplaats nummer 15, heeft verzocht om gedurende drie maanden zijn plek niet te hoeven bezetten.

De tekst bevat twee adviezen. Het eerste advies (waarschijnlijk van een afdelingshoofd) stelt voor het verzoek in te willigen op voorwaarde dat het wekelijkse marktgeld doorbetaald wordt. Het tweede, uitgebreidere advies (gedateerd 22 april 1941) onderbouwt waarom dit verzoek wordt toegekend. De ambtenaar wijst expliciet op de "moeilijkheden, waarin de Joodsche kooplieden verkeeren". Het verzoek wordt uiteindelijk geaccordeerd en op 1 mei 1941 wordt een standaardbevestiging ("modelbriefje") aan Hartman verzonden.

Historische Context

Het document dateert van het voorjaar van 1941, een cruciaal jaar tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Albert Cuypmarkt was van oudsher een plek met veel Joodse handelaren.

De zinsnede "moeilijkheden, waarin de Joodsche kooplieden verkeeren" is een directe verwijzing naar de steeds strenger wordende anti-Joodse maatregelen van de bezetter. In deze periode werden Joodse Amsterdammers stap voor stap uit het economische leven verdrongen. Hoewel ze op dit moment (april 1941) formeel nog op de markt mochten staan, werd de handel hen door beperkingen in aanvoer en regelgeving nagenoeg onmogelijk gemaakt.

Kort na dit schrijven, in het najaar van 1941, werden Joden definitief verbannen van de reguliere markten en werden zij gedwongen hun handel te drijven op speciaal aangewezen "Joodsche markten". Dit document vormt daarmee een stille getuige van de bureaucratische afhandeling van de uitsluiting van Joodse burgers in Amsterdam.

Locaties

Amsterdam (Albert Cuypstraat).