Getypte brief / officiële correspondentie.
Origineel
Getypte brief / officiële correspondentie. 1 mei 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen van de gemeente Amsterdam). Den Heer H.J. Hoekstra, Lauriergracht 128 I c, Amsterdam-Centrum. [Handgeschreven in blauw:] extra
[Rechtsboven:] HG.
den Heer H.J.Hoekstra,
Lauriergracht 128 I c,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 6.
25/53/2 M. 1 Mei 1941.
Naar aanleiding van Uw brief ingekomen op 17 April jl. ver-
leen ik U hierbij gedurende drie maanden na dato dezes toestemming
Uw plaats op de markt Albert Cuypstraat niet in te nemen.
U dient er echter zorg voor te dragen, dat het ook tijdens
Uw afwezigheid verschuldigde marktgeld geregeld wekelijks bij den
dienstdoenden marktambtenaar wordt betaald.
De Directeur,
--- Deze brief betreft een officiële vergunning voor een marktkoopman om tijdelijk zijn standplaats op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam niet te bezetten. De heer H.J. Hoekstra heeft hiertoe op 17 april 1941 een verzoek ingediend, dat door de directeur (waarschijnlijk van de Gemeentelijke Markten) is ingewilligd voor een periode van drie maanden.
Een cruciale voorwaarde in de brief is de financiële verplichting: ondanks zijn afwezigheid moet het verschuldigde "marktgeld" (de huur voor de standplaats) wekelijks worden doorbetaald aan de marktambtenaar. Dit wijst erop dat de standplaats formeel bezet blijft door Hoekstra, ook al is hij er fysiek niet.
--- De datum van de brief, 1 mei 1941, plaatst dit document midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode werden tal van administratieve maatregelen genomen die de dagelijkse gang van zaken, inclusief de handel op markten, reguleerden.
Hoewel de brief een puur zakelijke, administratieve toon heeft, is de context van 1941 beladen. In deze periode werden Joodse marktkooplieden steeds vaker geweerd van openbare markten of beperkt tot specifieke "Joodse markten". De Albert Cuypstraat was en is een van de belangrijkste markten van Amsterdam. Zonder verdere persoonsgegevens van de heer Hoekstra is niet direct vast te stellen of zijn afwezigheid gerelateerd was aan de oorlogsomstandigheden, ziekte of persoonlijke redenen, maar de nauwkeurige administratie van standplaatsen was voor de gemeente essentieel voor de controle op de openbare ruimte en inkomsten. De aanduiding "Wijk 6" en het specifieke adres op de Lauriergracht duiden op de nauwgezette bevolkings- en wijkadministratie van die tijd. H.J. Hoekstra Gemeente Amsterdam Marktwezen